Campagne om niet-zindelijke kinderen naar school te krijgen: „Bij grote boodschap worden ouders gebeld”
Kinderen worden steeds later zindelijk, waardoor ze als vierjarige vaker geweigerd worden door basisscholen. In Zuid-Limburg is er daarom nu een campagne gestart.

Eigenlijk is het heel simpel, zegt Christa Somers, directeur van twee basisscholen die in Gulpen in hetzelfde pand zitten. Ze wijst naar het kastje met reservekleding bij de wc’s. Mocht een kleuter per ongeluk in zijn broek plassen, dan kan hij zichzelf verschonen. Gaat het om een grotere boodschap? „Dan worden de ouders gebeld dat ze naar school moeten komen.” Zo kan iedere vierjarige naar de basisschool, zindelijk of niet.
En dat is niet overal mogelijk. Scholen mogen kinderen die niet zindelijk zijn namelijk weigeren, tenzij er een medische oorzaak of beperking is. Nu in Nederland kinderen gemiddeld een jaar langer luiers dragen dan dertig jaar geleden, komt het dus vaker voor dat ze op vierjarige leeftijd thuis moeten blijven. Met als gevolg het ontstaan van leerachterstanden. Vandaar dat de GGD Zuid-Limburg een campagne is gestart met alle zestien gemeenten in de regio om peuters eerder zindelijk te krijgen.
Ouders krijgen een gratis prentenboek over zindelijkheidstraining dat ze samen met hun kind kunnen lezen, en een app waarin ze stap voor stap begeleid worden. Vanaf een jaar of twee kan al gestart worden met de training. Resultaat is er vaak binnen een half jaar.
Vierogenprincipe
Bij de twee basisscholen van Somers in Gulpen, SBO Bernardus en Basisschool De Triangel, vinden ze de campagne een goede zaak. Somers: „Ik hoor op meerdere plekken dat dit speelt.”
Kim Duijkers, specialist Jonge Kind bij beide scholen, knikt instemmend. Zij voert onder andere de intakegesprekken met ouders, waarin geregeld wordt aangegeven dat kinderen nog niet op tijd naar de wc gaan. Vanwege het vierogenprincipe, waarbij twee leerkrachten aanwezig moeten zijn bij het verschonen, kan het met gemiddeld één juf of meester per groep niet anders dan dat de ouders gebeld worden. Zij helpen vervolgens de situatie op school op te lossen. Duijkers: „Daar maken we van tevoren duidelijke afspraken over. En eigenlijk gaat dat in de praktijk altijd goed.”
Volgens de GGD Zuid-Limburg is het probleem van de late zindelijkheid in deze regio niet groter dan elders in het land. Dat ze juist hier de campagne zo breed uitzetten, is omdat ze in Zuid-Limburg vaker met meerdere gemeenten tegelijk aan gezondheidsachterstanden werken. Eenzelfde aanbod vergroot kansengelijkheid, is het achterliggende idee. Daarom trekken gemeenten, de GGD, de provincie Limburg en kinderopvangorganisaties samen op. Ook afvalbedrijf Rd4 betaalt mee aan de campagne.
Betere luiers en gestreste ouders
„Zeker in een regio met sociaaleconomische achterstanden is een gelijke start zó belangrijk”, zegt ook Alice Alzar, die 26 jaar ervaring heeft als pedagogisch medewerker en in opleiding is tot pedagogisch coach bij Peuteropvang Pluk in Brunssum en Beekdaelen.
Alzar ziet vaders en moeders worstelen met het zindelijk krijgen van hun kinderen. „De ouders van nu zoeken liever zelf online alles op, maar vinden dan zoveel dat ze door de bomen het bos niet meer zien. Ondertussen wordt er binnen de eigen familie weinig praktische kennis doorgegeven, waardoor ze vaak blijven twijfelen. En het dus langer duurt.”
In combinatie met de betere kwaliteit luiers, waardoor peuters minder de noodzaak voelen te vragen om verschoning, en de drukke dynamiek binnen gezinnen met twee werkende ouders, is er al snel een probleem als die deadline van vier jaar in zicht komt. Alzar: „Dan is er stress, en dat heb je nou net niet nodig. Er moet rust, veiligheid en vertrouwen zijn om stappen te zetten.”

„Je moet er tijd voor uittrekken”, zegt ook Somers. „Het lukt je niet tussen 18.00 en 19.00 uur alleen. Een zomervakantie is bijvoorbeeld ideaal om te beginnen.”
Autonomie peuter
Het eerder zindelijk worden scheelt niet alleen luiers –zo’n 1800 per jaar per kind– en het daarbij behorende afval. Het steunt volgens Alzar de peuter enorm in zijn ontwikkeling. „Daarin ontbreekt een stuk, wanneer een kind van drieënhalf jaar nog steeds afhankelijk is van zijn ouders. Die autonomie, die zelfstandigheid is zo belangrijk in de peuterpuberteit, waarin kinderen aan het ontdekken zijn: wie ben ik en wat kan ik?”
Dat zien ze ook in Gulpen. Duijkers: „Je merkt dat vierjarigen er vaak echt klaar voor zijn om naar ‘de grote school’ te gaan.” En natuurlijk hebben scholen liever dat kinderen zindelijk aan hun schoolcarrière beginnen. De focus ligt op onderwijs, niet op zorg. Somers: „Een ongelukje is niet erg, maar nooit fijn. Het verstoort uiteindelijk de les.” Maar kinderen weigeren is in hun ogen pas echt schadelijk, juist vanwege die achterstand die ontstaat. „Wij vinden dat ieder kind van vier onderwijs nodig heeft. Als er obstakels zijn, proberen we die met de ouders weg te nemen.”


