BuitenlandKorea 

Op bezoek in het grensgebied tussen Noord- en Zuid-Korea: „Voor toeristen is dit vermaak, maar voor Koreanen is het een verdrietige plek”

Een koffietent, een klein museum en attracties. Het grensgebied tussen Noord- en Zuid-Korea groeide uit tot een populaire toeristische trekpleister. Voor veel Koreanen is het juist een verdrietige plek.

Zuid-Koreaanse soldaten lopen door de gedemilitariseerde zone (DMZ) die Noord- en Zuid-Korea van elkaar scheidt. beeld AFP, Anthony Wallace

„Dit is géén toeristisch gebied, maar militair gebied. Maak géén foto’s van militairen of militaire bouwwerken. En doe niets dat de Noord-Koreaanse militairen aan de overzijde kan provoceren, de spanningen tussen beide landen zijn momenteel héél hoog.”

Tourgids Nancy (48), een goedlachse Zuid-Koreaanse vrouw, die voor het gemak van de westerse toeristen een Engelse naam hanteert, wrijft er even bij de groep in dat we niet zomaar een leuk uitje maken. We betreden namelijk op dat moment de gedemilitariseerde zone (DMZ), ondanks zijn naam een zwaar gemilitariseerd gebied tussen Noord- en Zuid-Korea.

Sinds de opsplitsing van 1945 ligt tussen beide landen een 4 kilometer brede strook niemandsland, waaromheen beide krijgsmachten elkaar in de gaten houden. Deze woensdagochtend krijgen wij vanaf Zuid-Koreaanse zijde toegang tot een stukje van deze zwaarst bewaakte grens ter wereld.

„Terwijl toeristen lachen in de attracties, zijn Koreanen aan het huilen”

Nancy, Zuid-Koreaanse tourgids

Het is een populaire dagtrip voor toeristen die Seoul aandoen: een DMZ Tour. Iedere dag vertrekken tientallen bussen naar het grensgebied, vol toeristen die een glimp willen opvangen van Noord-Korea. Onze eerste echte bestemming is het Imjingak-park. Dit is het dichtstbijzijnde gebied dat burgers vrijelijk kunnen bezoeken voor zij door een militair controlepunt de daadwerkelijke DMZ in gaan.

Locomotief

Veel Noord-Koreaanse vluchtelingen treffen elkaar hier en doen soms aan vooroudervereringsrituelen, waarvoor een speciale offertafel is opgesteld, gericht naar de grens. De rituelen horen eigenlijk in je geboortedorp te gebeuren, maar deze mensen kunnen niet dichter bij komen dan hier.

Bij de grens zijn ook een koffietent en een klein museum te bezoeken. Tal van monumenten symboliseren de gebrokenheid van het Koreaanse volk. In een winkel kun je Noord-Koreaans geld kopen, ook al is dit wettelijk niet toegestaan. Ook is er een klein pretpark, waar kinderen in botsauto’s of de achtbaan kunnen. „Terwijl zij lachen in de attracties, zijn Koreanen aan de grens aan het huilen”, zegt Nancy, die zelf zonder grootouders opgroeide omdat die in de Koreaanse Oorlog (1950 – 1953) om het leven kwamen. „Voor toeristen is dit vermaak, maar voor ons Koreanen is het een verdrietige plek.”

We kijken naar de spoorbrug die Noord- en Zuid-Korea met elkaar verbindt, maar waarover niemand reist. Voor de brug is de laatste trein te zien die in 1950 van Zuid- naar Noord-Korea reed, om wapens te leveren aan de Amerikaanse troepen daar. De trein moest omkeren en werd flink beschoten door oprukkende Chinese troepen. De locomotief staat hier als cultureel erfgoed – en is inderdaad doorzeefd met gaten en inslagen van kogels en granaten.

Snerpende geluiden

Hierna gaan we de echte DMZ in, met een wel heel bijzondere eerste bestemming. In 1978 werd aan de hand van rook en explosies ontdekt dat zich iets onder de grond afspeelde in de DMZ. Na enig speurwerk werd een infiltratietunnel gevonden die Noord-Korea onder de grens aan het graven was. We dalen langs een steil pad tot een diepte van 73 meter, waarna we de tunnel door kunnen lopen. Dit valt met mijn lengte van 1,91 meter niet mee, aangezien de tunnel op de meeste punten tussen de 1,60 en 1,80 meter hoog is. Aan het einde is de tunnel afgesloten met niet één, maar drie barrières, dus we hoeven niet bang te zijn een Noord-Koreaanse soldaat tegen te komen.

Buiten zijn een souvenirwinkel en een parkje te bezoeken, maar op dat moment wordt mijn aandacht veeleer getrokken door wat ik hoor dan door wat ik zie. Een echoënd, statig uitgesproken Koreaans galmt door de heuvels, gevolgd door hedendaagse en oudere popmuziek. Ik besef al snel dat dit de beruchte propagandaluidsprekers zijn die Noord- én Zuid-Korea tegelijk hebben aangezet.

Uit de Zuid-Koreaanse speakers klinken behalve muziek en het weerbericht vooral boodschappen over hoe wreed het regime van Kim Jong-un is, en worden luisteraars uitgenodigd om de grens over te steken, naar een vrijer leven in het Zuiden. De Noord-Koreaanse luidsprekers zenden behalve propaganda ook veel krijsende en snerpende geluiden uit. Door het hoge volume zijn op de tour uitsluitend de Zuid-Koreaanse speakers te horen, wat ongetwijfeld precies de bedoeling is.

„Als je naast een Noord-Koreaanse luidspreker staat, ben je in mum van tijd doof”

Nancy, Zuid-Koreaanse tourgids

Contrast

De bus vervolgt zijn weg naar het Dora Observatorium, waarbuiten de luidsprekers nog harder schallen. Vanaf dit uitzichtpunt op enige hoogte kijken we zo de Noord-Koreaanse stad Kaesong en de omliggende gebieden in. Het lijkt een normaal stadje, tot je beter kijkt en de socialistische slogans langs de wegen en een monument ter ere van dictator Kim Il-sung (1912 – 1994) ziet.

Een industriepark waar Noord-Koreanen tot 2016 voor Zuid-Koreaanse bedrijven konden werken, ligt er verlaten bij. **** Vooral een minstens tien meter hoog blok springt in het oog, maar ik kan niet ontwaren wat het is. „Dat is een van de Noord-Koreaanse luidsprekers”, heldert Nancy op. „Als je daarnaast staat, ben je in mum van tijd doof.”

Het vreemdste uitzicht heb je echter wanneer je je omkeert, weg van het uitzicht op een van de meest onvrije landen, dat ondanks de armoede waaronder de bevolking zucht honderden miljoenen euro’s steekt in kernwapens en raketten. Dan zie je namelijk de goed verlichte, dichtbevolkte Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul, waar burgers in vrijheid en welvaart leven. De absurditeit van een dergelijk schril contrast kan iedereen begrijpen, maar wordt op deze tragische plek ineens invoelbaar.