BuitenlandBuitenlandse Zaken

Over prikkeldraad, woordsterfte en een taalles voor christenen 

Hoge muren met prikkeldraad zijn het. Niet doorheen te komen en wie dat wel probeert, haakt binnen de kortste keren af. Onbegonnen werk. Nee, ik heb het niet over wegversperringen van staal en beton, maar over clichés.

beeld RD

Clichés zijn woorden die qua betekenis zodanig zijn uitgehold dat ze nietszeggend zijn geworden, maar die intussen wel de pretentie hebben veelzeggend te zijn. Zo’n proces van veel- naar nietszeggend voltrekt zich zodra woorden hun concrete context verliezen en in het luchtledige komen te hangen. Woordsterfte, zou je dat kunnen noemen. Daarover zo meer.

Clichévorming als wegversperring dus. In de wereld van het christelijk geloof hoor ik termen als zonde en schuld steeds vaker die functie van een leeg omhulsel krijgen. Dan merk je: ze worden nog genoemd, maar de tragische realiteit ervan klinkt er niet in door.

Nu is dit geen kerkelijke rubriek, dus gauw door naar een voorbeeld uit de algemeen menselijke wereld. Daar is armoede een woord dat zijn ware gedaante lijkt te hebben verloren. Iedereen heeft er een beeld bij, maar dat is zo vaag dat je het woord met gemak onder de arm neemt en met je meedraagt.

Toegegeven, als het over de Nederlandse situatie gaat, is er een kentering gaande. Dankzij allerlei verhalen in de krant en iets als de toeslagenaffaire –waarin noodlijdende gezinnen figureren– kreeg „armoede in Nederland” weer een gezicht.

Een kindje in Zuid-Sudan wordt tijdens een medische check gewogen in een vluchtelingenkamp. beeld Jaco Klamer 

In zijn wereldwijde gestalte komt armoede –persoonlijker: komen de armen– er steeds bekaaider vanaf. Vanwege het politieke klimaat dat ”Holland First” bepleit en neerkomt op naar binnen gerichtheid en verzakelijking van relaties met het arme Zuiden. Zo’n klimaat werkt clichévorming rond de verre arme in de hand. Je kunt daar nog zo’n honger hebben, dat verzenuwde leven van jou blijft hier onzichtbaar omdat het is gedegradeerd tot statistisch gegeven, tot decor, tot mondiaal bloemetjesbehang.

Clichés werken als muren met prikkeldraad: ze weerhouden je ervan om de realiteit erachter te ervaren

Terug naar de term van zonet, woordsterfte. Het is een variant op een woord dat ik bij dr. W. Aalders tegenkwam: taaldood. In een bijdrage in ”Breuklijnen in kerk en theologie” uit 1974 ontmaskert Aalders de kwalijke gevolgen van het atheïsme voor de taal. Iedere taal heeft volgens hem een religieuze, heilige oorsprong. „Wordt God uit de taal verbannen (…) dan sterft de taal van haar wortel af.”

Geseculariseerde taal beschouwt hij als ontheiligd, verzakelijkt. „Het is de taal van het technisch milieu, geconstrueerd en berekend zodat er nauwelijks meer contact is met een concrete omgeving en met organisch leven. (…) Alleen het verstand voelt zich er thuis. Het is deze vorm van taaldood die eigen is aan het atheïsme. En sterft de taal, dan sterft ook de mens.”

Ik zou clichévorming ook godloze taalsterfte willen noemen. Daarom ligt hier een taak voor christenen. Zusters en broeders: „Let op u saeck, let op uw spraak.”

> rd.nl/buza