BinnenlandAchtergrond

Wantrouwen zet winnaar buitenspel: ChristenUnie weer niet in bestuur Bunschoten

Ruim een kwart van de inwoners van Bunschoten stemde vorige maand op de ChristenUnie. Toch moet de grootste partij nu toekijken hoe de rest van de raad een coalitie smeedt. Hoe eerlijk is dat?

Drie mensen staan in een stemhokje. Een klein meisje gluurt om het hoekje.
In een op de tien gemeenten kwam de partij met de meeste stemmen afgelopen periode niet in de coalitie. beeld ANP, Emiel Muijderman

Het is niet voor het eerst en toch komt het onverwachts, zegt ChristenUniefractievoorzitter Alma Broekmaat. Ze is erover teleurgesteld dat haar partij opnieuw buitenspel staat. Ook de vorige periode mocht haar partij niet meedoen. Reden: zeven jaar geleden klapte de coalitie met ChristenUnie en VVD. Die breuk is nog altijd niet hersteld, constateerde de informateur deze week. De relatie met de CU vormt voor een deel van de partijen „een reële belemmering voor coalitiedeelname”.

In de ogen van de fractievoorzitter is de onderlinge sfeer de afgelopen raadsperiode juist verbeterd. „Wij hebben ons constructief opgesteld, geïnvesteerd in persoonlijke contacten en volop samengewerkt met alle partijen.” Ze begrijpt niet dat de vete uit 2019 nog altijd reden is om niet te willen samenwerken.

SGP-fractievoorzitter Jan-Bert Heinen vindt het „sneu voor de CU” dat de partij buiten de boot valt, maar constateert dat een meerderheid de samenwerking niet ziet zitten. „De SGP wil iedereen een eerlijke kans geven, maar zonder draagvlak moeten we niet samen de coalitie ingaan.”

„Met bescheidenheid krijg je soms meer voor elkaar dan door hard op de trom te slaan”

Jan-Bert Heinen, SGP Bunschoten

Dominant

Zijn partij is wel gevraagd mee te praten met VVD, CDA en CAP – een lokale christelijke partij. Na de verkiezingen stelde de SGP zich naar eigen zeggen terughoudend op. „De huidige coalitie was in eerste instantie aan zet. Wij stonden niet meteen op de voorgrond met een uitgesproken mening en eisten ook geen plek aan tafel. Met bescheidenheid krijg je soms meer voor elkaar dan door hard op de trom te slaan.”

De SGP staat volgens Heinen open voor samenwerking met alle partijen, maar pleit er ook niet voor de CU bij de onderhandelingen te betrekken. Bij die partij ziet hij „wel een wat dominante houding, zo van: wij zijn de grootste partij. Dat kan toenadering in de weg zitten.” Concrete voorbeelden wil de fractieleider niet geven; al zegt hij wel dat de SGP in 2014 „niet echt met open armen werd ontvangen door de CU” toen ze na een tijd van afwezigheid deelnam aan de verkiezingen. De verhouding tussen beide partijen is volgens hem inmiddels wel verbeterd.

De drie andere onderhandelende partijen hebben eerder met de CU in een coalitie gezeten en dat is volgens VVD’er Wiebe de Boer „niet goed bevallen”. „Als coalitiegenoot kun je naast de CU haast niet uit de verf komen.” Dat komt door de „vanzelfsprekendheid” die de partij uitstraalt; dat zij het voor het zeggen heeft in Bunschoten. Na zeven jaar in de oppositie ziet De Boer weinig verandering in de opstelling van de CU. „Ze geven het gevoel dat er zonder hen geen coalitie gevormd kan worden.”

„Hoe kun je nu dominant zijn in de oppositie?”

Alma Broekmaat, CU Bunschoten

CU’er Broekmaat reageert verbaasd op die observaties. „Hoe kun je nu dominant zijn in de oppositie?” vraagt ze zich af. „In die rol worden je voorstellen alleen bij de gratie van andere partijen overgenomen. Ik kan oprecht zeggen dat wij ons de afgelopen vier jaar hebben ingezet voor een goede samenwerking en onderlinge sfeer.”

Democratie

Niet alleen in Bunschoten belandt de grootste partij waarschijnlijk in de oppositiebankjes. Ook in Gouda wordt zetelkampioen PRO uitgesloten van de onderhandelingen. In Beverwijk grijpt de winnende, lokale partij naast de macht. „Dit is geen democratie”, bitste de lijsttrekker van Onafhankelijk Uitgeest toen een week na de verkiezingen bleek dat hij geen plek kreeg aan de formatietafel. In Doetinchem, Leusden en Westerkwartier staat de populairste partij eveneens aan de zijlijn.

„Punt is dat grote partijen vaak zélf vinden dat ze in het college moeten komen”

Julien van Ostaaijen, universitair docent bestuurskunde

Uitzonderlijk is dat fenomeen niet: in zo’n 10 procent van de gemeenten kwam de partij met de meeste stemmen de afgelopen periode niet in de coalitie, berekende Julien van Ostaaijen. Volgens de universitair docent bestuurskunde aan de Tilburg University wil dat echter niet zeggen dat er geen recht wordt gedaan aan de verkiezingsuitslag. „Er wordt soms wel erg veel waarde gehecht aan de grootste zijn. Terwijl de tweede partij eveneens veel kiezers achter zich heeft gekregen. Punt is dat grote partijen vaak zélf vinden dat ze in het college moeten komen.”

Net als in Bunschoten zijn de onderlinge verhoudingen meestal doorslaggevend als de grootste partij geen deel uitmaakt van het college. Ideologische verschillen zijn lokaal minder relevant, legt Van Ostaaijen uit. „Gemeentepolitiek gaat over de lantaarnpaal die het moet doen – of je nu liberaal of sociaaldemocraat bent.” Dat de inhoud vaak niet het grootste struikelblok vormt, maakt lokale politici op andere punten kritischer, ziet hij. „Besturen heeft ook met vertrouwen te maken, met wie je vier jaar lang een stabiel bestuur wilt vormen.”

Oud zeer

De raad in Bunschoten moet de komende periode inzetten op „het herstellen en normaliseren van de onderlinge verhoudingen, zodat samenwerking in de toekomst beter mogelijk wordt”, schrijft de informateur in zijn eindverslag. De bal daarvoor ligt bij de CU, vindt SGP’er Heinen. Hij denkt dat de partij er goed aan doet in de spiegel te kijken. „Als je zegt constructief te zijn, komt het dan ook tot uiting in wat je doet?”

CU-leider Broekmaat wil de koers van de afgelopen vier jaar voortzetten. „Wij willen ons ook hier overheen zetten en ons verbindend opstellen. Wel vraag ik me af: wat zit er dan nog aan oud zeer in de weg? Dat moeten we uitpraten.”

De grootste partij buitensluiten lijkt soms een vooropgezet plan, laat onderzoek van Van Ostaaijen zien. Hij ziet daarin niet per se een corrigerende rol voor de informateur. „Die heeft geen bevoegdheid om partijen om tafel te zetten. Je bent afhankelijk van de bereidheid van partijen om te praten”, zegt de bestuurskundige, zelf ook informateur in het Brabantse Zundert.

Van kiezersbedrog wil hij niet spreken. „Het kan de uitkomst zijn van een democratisch proces. Een deel van de fracties belandt nu eenmaal in de oppositie.”

Winnaars die niet mogen meedoen, adviseert hij „stevig” oppositie te voeren. „Maar niet op zo’n manier dat je andere partijen van je vervreemdt. Houd altijd in het achterhoofd dat je over een paar jaar misschien wel samen door één deur moet.”