Groep 8 van de Wittenbergschool in Scherpenzeel speelt slagbal, luid en duidelijk
De hal van dorpshuis De Breehoek in Scherpenzeel is leeg en het is er muisstil. Waar de gymzaal is, valt niet moeilijk te raden. Daar weerklinken gejuich en gejoel. Groep 8a van De Wittenbergschool speelt op deze donderdagmiddag slagbal, luid en duidelijk.

„Tien tellen in de rimboe!” roepen de leerlingen op de vraag wat hun favoriete spel is. Maar vandaag staat er slagbal op het programma. „De les verloopt deze keer wat anders dan normaal, omdat er vanochtend een andere activiteit was op school”, vertelt meester Warring. „Ik denk dat ze er niet minder fanatiek door zullen zijn.”
Zodra de leerlingen in het dorpshuis arriveren, duiken ze de kleedkamers in en even later stormen ze in sportkleding de zaal in. Een enkeling draagt kleding van het Van Lodenstein College, de school waar ze volgend jaar naartoe gaan.

Tikspel
De lange bank tegen de muur zit al snel vol kwebbelende kinderen. „Komen onze namen ook in de krant?” wil iemand weten. „Ik heet Diederik.” „En ik ben Thijmen”, vertelt zijn buurman. „Ik ben Corwin – met een C. Ik bezorg het RD”, zegt een derde.
Dan is het tijd voor de les. Eerst een tikspel in twee groepen, waarbij de ene groep de pion die in het midden staat aan zijn kant moet zien te krijgen. De andere groep moet dat verhinderen door de tegenstanders af te tikken.
Zodra de meester fluit voor de start, storten de meeste leerlingen zich enthousiast op de pion in het midden. Een aantal draalt wat in het achtervak en drie meiden staan gezellig in een hoekje te kletsen.
Dan volgt slagbal. De helft van de leerlingen wordt naar de kant gedirigeerd om te wachten op hun beurt. De anderen staan in het veld – soms letterlijk – te springen om in actie te komen.
De eerste bal vliegt over het veld. De leerling mikt zijn knuppel in de korf en sprint naar de eerste paal. Het duurt niet lang of iedereen zit helemaal in het spel. Na een goede bal houdt de groep langs de kant angstvallig in het oog waar hij blijft en of de brander hem al bijna in de korf gooit. „Stop, stop, stop”, wordt er geroepen als het gevaarlijk wordt voor de rennende leerlingen.
Niet iedereen weet met de knuppel de bal goed te raken; geen mens die erop let, het hoort bij het spel. Wat er ook bij hoort: winnen! Of verliezen. „We staan zo veel punten achter, bizar gewoon”, verzucht iemand. Er wordt nog een poging gedaan om wat in te halen. Elise is in recordtijd binnen. Een complimentje wuift ze weg: „Het was nog niet m’n speed.”
Het einde van de les komt dichterbij en het grootste enthousiasme is verspeeld. „Ik heb last van mijn voe-oet”, steunt een van de jongens op de bank. Toch draaft hij even later zijn rondje nadat hij de bal een flinke mep heeft verkocht. Een ander komt aan de beurt met zijn schoenveters fladderend om zijn enkels. Snel schiet de meester te hulp. De jongen kan zijn beurt veilig afmaken.

Klauterpartij
Op de valreep belandt het balletje nog op de tribune. Een van de jongens schat zijn kansen in, kijkt met een schuin oog of de meester erg in hem heeft, en klautert via de deurklink, de lampbeschermers en de reling als een aap naar boven. Het balletje patst op de gymzaalvloer en de jongen laat zich rustig zakken. Niets aan de hand…
Gym is een vak dat op het enthousiasme van de meeste leerlingen kan rekenen. Het is ook nuttig, „want bewegen is gezond voor je”, weten verschillende leerlingen. „En het is ook goed voor later, als je bijvoorbeeld werk gaat doen waarvoor je een goede conditie nodig hebt”, denkt Elise.
„Het is het leukste vak”, vindt Stijn. Hier en daar klinkt wel een kanttekening: „Spellen zijn het leukste. Met een toestel doe je vaak hetzelfde en dat is saai.” Nog een nadeel: „Gym is leuk, maar we eindigen vaak veel te laat.”
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- RDMagazine
- Jong







