Kerk & religieMeditatie

Meditatie: Naar het graf

„(En opziende zagen zij dat de steen afgewenteld was) want hij was zeer groot.”
Markus 16:4

Hoeveel bezwaren de vrouwen ook hebben, toch gaan zij voort naar het graf. Zij keren niet terug; het bezwaar kan hen in hun voornemen niet stuiten, zij gaan op hoop en tegen hoop.

De grootste bezwaren worden vergeten; dat zijn het zegel en de krijgs­wacht. Het graf was met des konings ring verzegeld, en de wachters moesten oppassen dat er niets gestolen of geschonden werd. Daaraan denken deze vrouwen niet. Als zij hieraan hadden gedacht, waren zij wellicht teruggekeerd.

Maar het kan zijn dat de vrouwen van die wachters en dat zegel niet geweten hebben, want toen het lichaam van Christus in het graf gelegd was, zijn de vrouwen van het graf weggegaan, zodat, toen zij weg waren, het graf eerst is verzegeld. En als zij dat geweten hebben, dan blijkt hier dat de Heere door Zijn Goddelijk voorzienig bestuur ervoor zorgt dat niet alle bezwaren tegelijk openbaar komen, opdat Zijn volk niet moedeloos zou worden.

De Heere zorgt als het leed genaakt. Alle bezwaren die de vrouwen omtrent de steen hebben, worden ineens weggenomen, want één, meer dan Jakob, is hier bij het graf en wentelt de steen af van het graf. En wie is de persoon die zulks doet? Het is een engel des Heeren! Want, zo zegt Markus: „En ziet, daar geschiedde een grote aardbeving, want een engel des Heeren daalde neer.”

Ds. C. van den Oever,
predikant te Rotterdam

(”Feeststoffen”, 1859)

Populaire artikelen