BinnenlandNieuws

Grote en kleine gemeenten balen van bouwregels Zuid-Holland

Grote en kleine gemeenten in Zuid-Holland hebben hun zorgen geuit over nieuwe regels van de provincie, die volgens hen de woningbouw belemmeren. Wethouders en raadsleden uit onder meer Delft, Goeree-Overflakkee, Krimpenerwaard, Leiden, Noordwijk en Rotterdam kwamen naar het provinciehuis in Den Haag om tijdens een twaalf uur durende hoorzitting hun mening te geven over de herziening van het omgevingsbeleid. Meer dan honderd insprekers hebben zich aangemeld om Provinciale Staten toe te spreken.

„Wil dit provinciebestuur echt de boeken in gaan als het bestuur dat de woningbouw in plattelandsgemeenten vanaf 2030 zo goed als onmogelijk maakt en de leefbaarheid in een groot deel van Zuid-Holland ernstig geweld aandoet?”, vroeg SGP-wethouder Daan Markwat van Goeree-Overflakkee. Chantal Zeegers, namens D66 wethouder in Rotterdam, zei dat grote steden ook worden beperkt door de nieuwe provinciale regels. „Vooral de manier waarop wordt gestuurd op het aandeel sociale woningen bij nieuwbouw.”

Volgens Zeegers liggen bouwprojecten in Rotterdam stil omdat de provincie eist dat minimaal 30 procent van die woningen voor de sociale huur is. „Dat zit ons heel erg in de weg. Het Rijk maakt via een wetsvoorstel ruimte om te bouwen door die norm van 30 procent op regionaal niveau toe te passen en niet per project. Maar de provincie trekt die ruimte juist weer dicht. Mijn oproep is: breng de provinciale regels in lijn met de aankomende wet.”

De Zuid-Hollandse coalitie (GroenLinks-PvdA, VVD, BBB en CDA) heeft afgesproken om natuur en landbouwgrond zoveel mogelijk te beschermen. Woningbouw moet vooral binnen steden en dorpen plaatsvinden. Die regels worden verwerkt in het omgevingsbeleid. Provinciale Staten stellen de herziening in juni vast.

„We weten dat de ruimte schaars is en we kennen de uitdagingen rond mobiliteit, natuur en milieu”, zei Arno Scheepers, voorzitter van de vereniging van vijftig Zuid-Hollandse gemeenten. „We voelen ons hiervoor medeverantwoordelijk. Maar we hebben grote zorgen over de totstandkoming van dit beleid en hoe gezamenlijke ambities hierin zijn opgenomen. Dat leidt niet tot slagvaardigheid, maar tot beknelling. Gemeenten zijn bang dat de boel op slot wordt gezet. Het is geen ‘one size fits all’ in Zuid-Holland, daarvoor zijn de verschillen tussen de gemeenten veel te groot. Beleid aannemen dat zoveel weerstand oproept, kan niet de bedoeling zijn.”