Meditatie: Als duifjes
„Geef aan het wild gedierte de ziel Uwer tortelduif niet over; vergeet de hoop Uwer ellendigen niet in eeuwigheid.”
Psalm 74:19
„Geef het wild gedierte de ziel uwer tortelduif niet over! Vergeet de hoop van Uw ellendigen niet in eeuwigheid.” Zo hebben zij als duifjes getreurd.
De vrouwen uit de evangeliën wachtten met ongeduld op de morgenstond van de eerste dag der week. Zeker hebben zij die laatste nacht niet met slapen doorgebracht, maar gewaakt. De discipelen konden niet één uur waken, ofschoon Jezus bij hen was. Maar deze vrouwen waakten, ofschoon zij Jezus niet lichamelijk bij zich hadden.
Zij gingen dan uit als de sabbat voorbij was, zeer vroeg in de morgenstond van de eerste dag der week. Johannes zegt: als het nog duister was, Mattheüs: als het begon te lichten en Markus zegt: als de zon opging. Hoe zullen we dit overeenbrengen? Wie van de evangelisten moet hier geloofd worden? Allen! Zij spreken allen de waarheid! Johannes spreekt van de tijd als zij het huis uit gingen en toen was het nog duister. Mattheüs als zij op de weg waren en toen begon het te lichten, en Markus als zij bij het graf kwamen, en toen ging de zon op. Ziedaar, een schijnbare tegenstrijdigheid weggenomen.
Maar wat is hun doel? Waartoe gaan zij zo uit? Het was niet uit loutere nieuwsgierigheid om die plaats uitwendig te bezien, ook niet uit bijgeloof om enige godsdienstige eer te bewijzen aan die plaats. Het is om het graf te bezien, zegt Mattheüs.
Ds. C. van den Oever,
predikant te Rotterdam
(”Feeststoffen”, 1859)
- Meer over
- Meditatie




