Koninklijk HuisDuits vorstenhuis

Prinses Marie pendelde tussen Wied en Wassenaar

De Duitse vorstin Marie zu Wied was een achternicht van de Nederlandse koningin Wilhelmina. De vorstin, „allerliefst en eenvoudig”, kwam vaak in Nederland.

Een gekleurd gebouw met grote ramen aan een groot grasveld bij een vijver.
Huize De Paauw, nu raadhuis van Wassenaar. Ooit eigendom van een broer van koning Willem II, prins Frederik, die hier in 1881 overleed. Frederiks dochter Marie werd hier geboren. Ze was later vorstin in Duitsland. beeld gemeente Wassenaar

„Ik schrijf U heden om U en mijnen Neef te inviteeren om mijne inhuldiging en de feesten die bij de gelegenheid in Amsterdam gegeven zullen worden bij te wonen. Uwe tegenwoordigheid bij deze voor mij zoo gewichtige plechtigheid zal mij bizonder lief zijn, daar U het eenigste overgebleven familielid van mijn Huis zijt. Geloof mij steeds, lieve Nicht, Uwe o zoo liefhebbende Wilhelmina.”

Zwart-witportret van slanke man in uniform.
Prins Frederik der Nederlanden (1797-1881), broer van koning Willem II. Hij was de vader van vorstin Marie zu Wied. beeld Vantilt

Op 27 juni 1898 schreef de zeventienjarige koningin vanaf Soestdijk deze brief aan haar achternicht Marie. Ze nodigde haar en haar man, Fürst (vorst) Wilhelm zu Wied, uit voor de inhuldiging in september 1898.

Wie was deze Duitse vorstin? Wilhelmina Frederika Anna Elisabeth Marie, prinses der Nederlanden, prinses van Oranje-Nassau, was geboren in Huize De Paauw te Wassenaar op 5 juli 1841. Ze was het jongste kind van prins Frederik der Nederlanden en prinses Louise van Pruisen. Daardoor was ze een kleinkind van koning Willem I der Nederlanden en Wilhelmina prinses van Pruisen en van koning Friedrich Wilhelm III van Pruisen en de zeer geliefde en vroeggestorven Louise hertogin van Mecklenburg-Strelitz. Haar ouders waren neef en nicht, want grootvader Friedrich Wilhelm en grootmoeder Wilhelmina waren broer en zus.

Vader Frederik had vijf jaar voor Maries geboorte een landgoed gekocht, dat later De Horsten heette. Het gezin ging in Huize De Paauw wonen, nu het gemeentehuis van Wassenaar.

Familiebanden

Marie maakte bij haar geboorte meteen deel uit van een grote familie. Ze was een nicht van de Russische tsaar Alexander II, maar ook de nicht van de Pruisische koningen Friedrich Wilhelm IV en diens jongere broer Wilhelm I, die keizer van Duitsland werd. Zelf zou ze nooit een opvallende rol in de geschiedenis hebben.

Een man in een uniform en zijn vrouw in een lichte jurk. Daarachter hun vijf kinderen.
De Duitse vorstin Marie zu Wied, een achternicht van de Nederlandse koningin Wilhelmina, met haar gezin. beeld Bearn Bilker

Marie had een dertien jaar oudere zus, Louise, en een broertje, Frederik. Er was nog een broertje geweest, Willem, maar die was slechts één jaar geworden. Frederik kwam tijdens een gymnastiekles ongelukkig ten val. Hij stierf tien dagen later, januari 1846, negen jaar oud. Vader Frederik was ontroostbaar en droeg dit sterfgeval altijd met zich mee.

Vier jaar later trouwde Louise met kroonprins Carl van Zweden. Marie bleef toen alleen achter met haar ouders. Haar jeugd was zwaar, want haar vader ging gebukt onder het verlies van zijn oogappel en moeder Louise kropte alles op en was afstandelijk. Marie schreef toen intensief met haar zuster in Stockholm.

Marie kreeg een privéopvoeding en deed in 1858 belijdenis van het geloof, waar de hele koninklijke familie bij was. Haar neef Willem III was toen koning.

Huwelijkskandidaten

Frederik kreeg na de dood van zijn moeder Wilhelmina een aanzienlijk deel van de erfenis. Hij bleek een goed beheerder en investeerder, want hij ging aldra behoren bij de rijkste Nederlanders. Hij had goederen in Silezië (Polen) en het gezin reisde dan ook veel: naar Rusland en Zweden en vooral door Duitsland. In 1859 werd Maries zwager koning Karel (Carl) XV van Zweden en haar zuster dus koningin Louise (Lovisa).

Marie kampte al op jonge leeftijd met doofheid

Een zwart-witfoto van een glimlachende moeder, met haar man, die naar hun jonge kind kijkt.
Marie zu Wied als jonge moeder. De Nederlandse prinses kwam in een Duitse vorstelijke familie terecht. beeld Bearn Bilker

De vraag diende zich aan met wie Marie in het huwelijk zou treden. Ze had op de kandidatenlijst gestaan van de prins van Wales, later koning Edward VII van Groot-Brittannië, maar een ontmoeting heeft niet plaatsgevonden. Hij trouwde de Deense prinses Alexandra. In onderlinge correspondentie onder koninklijke families werd Marie beschreven: „She is too plain”, ze is niet aantrekkelijk. Bovendien kampte Marie al op jonge leeftijd met doofheid.

Er deed zich een serieuzere kandidaat voor, groothertog Friedrich Franz II van Mecklenburg-Schwerin. Deze was weduwnaar geworden. Waarom de verbintenis niet doorging is niet bekend, het schijnt dat Marie zelf niet wilde. Hij was toen 46 en Marie 22. Maar Friedrich Wilhelm was ook nog haar volle neef. Nadat ook zijn tweede vrouw gestorven was, trouwde hij met een prinses Von Schwarzburg en zij werden de ouders van prins Hendrik, gemaal van koningin Wilhelmina.

Er is ook nog even gesproken over een derde kandidaat, maar meer in theorie dan dat het menens was. Marie zou kunnen trouwen met kroonprins Willem (1840-1879), prins van Oranje, Wiwill genaamd, de zoon van koning Willem III. Maar koningin Sophie was er fel op tegen. Sophie was nooit mals in haar brieven over anderen, maar nu maakte ze het wel erg bont: „Mijn zoon wil niet met zijn lelijke nichtje.” Jaren later ontdekte Sophie de karaktereigenschappen van Marie en sprak ze haar waardering uit.

Bezwaren

Uiteindelijk trouwde prinses Marie met Wilhelm, Fürst zu Wied, uit een aanzienlijk Duits vorstengeslacht. Ze hadden elkaar ontmoet in Slot Stolzenfels, waar haar ouders op bezoek waren bij hun Pruisische familie en waar de familie Wied ook was. Zij voelden wel wat voor elkaar en de verloving werd op 8 december 1869 in Huize De Paauw gevierd.

Toch was niet iedereen er gelukkig mee. Het Huis Wied was geen koningshuis, maar slechts een vorstelijke familie met bezit aan de Rijn. De man van Marie was nu ook niet bepaald een indrukwekkend figuur en hij zou het vast om het Oranjekapitaal doen. Een minister omschreef hem als een dorpsonderwijzer, iemand zonder vorstelijk voorkomen en vier jaar jonger dan zijn wederhelft.

Marie en Wilhelm hadden de Tweede Kamer toestemming gevraagd voor hun huwelijk

Door de Frans-Duitse oorlog van 1870 tot 1871 werd het huwelijk steeds uitgesteld en toen Maries moeder stierf in 1870, was er opnieuw vertraging. Tot overmaat van ramp stierf haar zuster Louise ook nog op de leeftijd van 43 jaar, en moest het huwelijk opnieuw later plaatsvinden.

Uiteindelijk trouwden Marie en Wilhelm in Wassenaar op 18 juli 1871, maar echt feestelijk was het niet. Marie was toen dertig, wat hoogst ongebruikelijk was destijds in koninklijke kringen. In de kerk hing een lauwerkrans met de woorden: ”De HEER die hier en ginds gebiedt/ Blijve met Oranje en ’t Huis van Wied”.

Wassenaar

Het paar ging in Slot Neuwied wonen en kreeg zes kinderen: vier zoons en twee dochters. Eén zoontje stierf jong en de dochters Elisabeth en Louise bleven ongehuwd. Elisabeth was lichamelijk verlamd.

Zijaanzicht van een oudere vrouw met een zwart hoofddeksel.
Marie zu Wied werd omschreven als „een buitengewoon verfijnde vrouw; deze lady was een très grande dame”. beeld Bearn Bilker

Het gezin kwam heel vaak naar Nederland, want toen vader Frederik in 1881 was gestorven, erfde Marie de bezittingen in Wassenaar. Ook erfde zij het paviljoen dat ooit van haar grootmoeder koningin Wilhelmina, vrouw van koning Willem I, geweest was en dat toen Paviljoen Von Wied genoemd werd. Het heet nog steeds zo.

De familie Wied was best geliefd in Nederland. Marie en Wilhelm hadden de Tweede Kamer toestemming gevraagd voor hun huwelijk, dus ze bleef in de lijn van de troonopvolging. De Wieds leerden Nederlands en namen deel aan enkele gebeurtenissen in Nederland.

Toen de zoons al wat ouder waren, had Marie wel het idee dat een van hen met de jonge koningin Wilhelmina kon trouwen. Marie nodigde voor Wilhelmina en haar moeder Emma (nicht van Maries man) uit het vuurwerk in Scheveningen te bekijken vanuit hun paviljoen. Ze had haar drie zoons bij zich, Friedrich, Wilhelm en Viktor. Vooral Wilhelm werd genoemd als mogelijke huwelijkskandidaat voor Wilhelmina. Emma sloeg de uitnodiging af. Het schetste ieders verbazing toen er ’s middags een groot baldakijn werd opgezet waaronder Emma en Wilhelmina het vuurwerk bekeken. Emma vond de familie Wied beneden de stand.

Lof

Maries man Wilhelm zu Wied stierf in 1907. Hij had een politieke en militaire carrière achter de rug. Marie trok zich terug op haar lievelingsslot Mon Repos bij Neuwied. De verhouding met koningin Emma was toen weer goed en Emma vertoefde graag op Mon Repos.

Marie werd altijd omschreven als een zeer charmante en liefdevolle prinses

Een oudere man met een zorgelijk gezicht. Zijn sabel staat naast zijn been.
Prins Frederik der Nederlanden (1797-1881), vader van vorstin Marie. beeld Vantilt

Maries zoon Friedrich was de nieuwe vorst. Hij was gehuwd met Pauline, prinses van Württemberg, nicht van koningin Wilhelmina. Een sterke persoonlijkheid, die haar man volledig overheerste en later naziaanhanger werd. Ook Maries schoonmoeder, Marie van Nassau, was een dominante dame geweest, in tegenstelling tot Marie zelf, die als een goede, tactvolle moeder bekendstond. Familielid koningin Marie van Roemenië omschreef haar in haar memoires als „een buitengewoon verfijnde vrouw; deze lady was een très grande dame”.

Marie werd altijd omschreven als een zeer charmante en liefdevolle prinses. Een hofdame van koningin Wilhelmina ging eens bij haar op bezoek. Ze trof een oude dame aan en meende eerst dat het de hofdame van de prinses was, maar het was Marie zelf. Ze omschreef haar als „hoogst sympathiek, allerliefst en eenvoudig”.

Marie stierf vrij onverwachts toen zij 68 was, op 22 juni 1910. Lange tijd werd gedacht en gehoopt dat, mocht koningin Wilhelmina sterven of geen kinderen krijgen, de Oranjetroon via de Wieds verder zou gaan, vooral omdat Marie naast Wilhelmina de enige overgebleven Oranje was. Volgens de wet waren eerst de Saksen-Weimars en de Reussen aan de beurt, maar de bevolking had liever iemand uit het geslacht Wied dan een totaal onbekende Duitse prins. Toen in 1909 echter prinses Juliana werd geboren, verdwenen de Wieds meer naar de achtergrond.

Dit is het slot van een tweeluik over het Duitse vorstengeslacht Van Wied.