Veertig nieuwe soorten trekdieren beschermd na VN-conferentie
Veertig migrerende diersoorten en -populaties krijgen nieuwe of versterkte bescherming onder het VN-verdrag ter bescherming van trekkende wilde dieren (CMS).

Dat besloten de 132 lidstaten en de Europese Unie tijdens de vijftiende Conferentie van Partijen (COP15), die van 23 tot 29 maart 2026 plaatsvond in Campo Grande, Brazilië. Bij de conferentie over bescherming van trekdieren waren ook wetenschappers en vertegenwoordigers van inheemse culturen aanwezig.
De nieuwe beschermingsmaatregelen omvatten iconische soorten zoals de cheeta, de gestreepte hyena, de sneeuwuil, de reuzenotter en de grote hamerhaai. De soorten worden toegevoegd aan Appendix I (soorten met uitsterfrisico) of Appendix II (soorten die internationale coördinatie vereisen) van het verdrag, dat nu meer dan 1200 soorten omvat.
Het zogenoemde Verdrag van Bonn ging in 1979 in werking, met als doel het behoud van –met name bedreigde– trekkende wilde diersoorten. Leden van het verdrag zijn verplicht de leefomgeving van deze diersoorten te behouden of te herstellen.
Tijdens de conferentie werd er stilgestaan bij zorgwekkende cijfers: van de beschermde soorten vertoont inmiddels 49 procent een dalende populatietrend. Naast de uitbreiding van de soortenlijsten keurden de partijen daarom vijftien gezamenlijke actiepunten goed voor soorten die al op de lijst stonden, zoals de chimpansee, de spitssnuitdolfijn en de blauwe haai. Ook werden tien actieplannen voor soortbescherming vastgesteld, waaronder een actieplan voor de Europese paling en voor diverse vogelsoorten.
CMS-uitvoerend secretaris Amy Fraenkel benadrukte dat uitvoering nu centraal moet staan: „De soorten wachten niet op onze volgende vergadering. Implementatie moet morgen beginnen.” Duitsland maakte bekend dat Bonn in 2029 gastheer zal zijn voor COP16, ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het verdrag.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Dierenwelzijn
- Dier en mens
- Klimaatbeleid





