Veroordeling Räsänen verontrustend of verklaarbaar? SGP'er Bert-Jan Ruissen: Godsdienstvrijheid onder druk
„De veroordeling van Päivi Räsänen door het Finse hooggerechtshof zet de vrijheid van godsdienst en meningsuiting onder druk”, stelt SGP’er Bert-Jan Ruissen. „Ik zou het niet gelijk godsdienstfobie noemen”, zegt ds. M. Klaassen.

Donderdagochtend werd bekend dat het hooggerechtshof in Helsinki de Finse politica Räsänen veroordeeld heeft tot een geldboete, vanwege het beledigen van homoseksuelen. Räsänen noemde homoseksualiteit in een brochure een „afwijking”. Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot de godsdienstvrijheid?

„Ik vind het een hele verdrietige uitspraak”, reageert SGP-Europarlementariër Bert-Jan Ruissen. „Hiermee wordt de vrijheid van godsdienst en meningsuiting ernstig onder druk gezet. Dat vind ik een zorgelijke ontwikkeling.”
Ruissen benadrukt daarbij wel dat het gaat om een uitspraak van de Finse rechter. „Het is geen uitspraak van het Europees Hof. In die zin is het ook geen jurisprudentie waar een Nederlandse rechter aan gebonden zou zijn. Maar ik kan me wel voorstellen dat er in toekomstige zaken ook in Europa met een schuin oog naar deze uitspraak gekeken zal worden. Indirect kan die dus wel gevolgen hebben.”
Haatzaaien
Daarbij gaan er ook in Europa stemmen op om haatzaaien strafbaar te maken, zegt Ruissen. „Het is maar zeer de vraag wat daar dan uiteindelijk onder verstaan zal gaan worden. Gaan we dan ook het opkomen voor de Bijbelse visie op huwelijk en gezin als haatzaaien en discriminatie te boek zetten? Als er een verbod op haatzaaien in de Europese grondwet verankerd wordt, wordt het ook voor kerken en onderwijs in Nederland moeilijker.”
Ook advocaat en universitair docent Religie en recht mr. dr. Teunis van Kooten vindt de uitspraak „verontrustend”. „De grenzen aan de vrijheid van meningsuiting en godsdienst lijken nu wel heel strak getrokken te worden”, reageert hij.
Net als Ruissen benadrukt Van Kooten dat deze uitspraak gedaan is binnen de Finse rechtstraditie. „De uitspraak geldt dus ook alleen in Finland. Dat zou anders worden als Räsänen de zaak nog voorlegt aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Uitspraken van het Europese Hof zijn bindend voor alle landen die zijn aangesloten bij de Raad van Europa, waaronder Nederland.”

In de Nederlandse context beoordeelt de rechter religieuze uitspraken doorgaans aan de hand van twee criteria, legt Van Kooten uit. „Allereerst mogen geloofsuitspraken niet onnodig grievend zijn. Daarnaast kijkt de rechter ook naar de context waarin uitspraken gedaan worden en het publiek dat ermee bereikt wordt.”
Die criteria zorgen ervoor dat een predikant op de preekstoel meer mag zeggen dan een politica in een publieke brochure, aldus de advocaat. „Ook kan een voorganger in het catechisatielokaal meer zeggen dan wanneer hij een interview geeft aan een seculier medium. Daar zou hij meer rekenschap moeten geven van wat hij zegt.”
Bijbeltekst
Het verwijzen naar een Bijbeltekst had Räsänen ook kunnen helpen, zegt Van Kooten. „Als ze had gezegd dat ze op grond van de Bijbel de homoseksuele praxis afkeurt, had het vermoedelijk sneller door de beugel gekund. Op grond van je geloofsovertuiging mag je in principe gewoon uitspraken doen die afwijken van een opvatting die in de rest van de samenleving breed gedeeld wordt. Als het maar niet onnodig grievend is en je rekening houdt met de context.”
Räsänen werd veroordeeld vanwege een brochure waarin ze onder meer stelde dat homoseksualiteit een „afwijking” noemde, die gebaseerd is op een „stoornis in de psychoseksuele ontwikkeling”. De veroordeling gaat dus niet over de tweets die Räsänen in 2019 plaatste en waarin een foto van Romeinen 1 stond.

Ds. M. Klaassen, hersteld hervormd predikant, kan zich wel iets voorstellen bij de veroordeling van de opmerking over homoseksualiteit als psyschische afwijking. „Ik zou zelf heel terughoudend zijn om het zo te noemen. Daarvoor weten we te weinig over waar homoseksualiteit precies vandaan komt. Bovendien roepen zulke formuleringen over dit thema al snel een allergie op. Ik zou ervoor oppassen om de uitspraak direct als godsdienstfobie te duiden. Dit zou mogelijk ook gebeurd zijn als de uitspraak gedaan was door een humanistische organisatie.”
De predikant maakt zich na de uitspraak dan ook nog niet zo’n zorgen. „Ik ben van deze uitspraak niet direct ondersteboven. Zelf heb ik bijvoorbeeld rond de Nashvilleverklaring gemerkt dat je binnen de godsdienstvrijheid best wel dingen mag zeggen die voor de rest van de bevolking schurend of aanstootgevend zijn.”
Tegelijkertijd wijst de Bijbel de homoseksuele praxis „ondubbelzinnig” af, stelt ds. Klaassen. En dat hoeft wat hem betreft niet verzwegen te worden. „We moeten bij de nuchtere Bijbelse constatering blijven dat seksualiteit binnen het huwelijk van één man en één vrouw hoort en dat homoseksualiteit tegennatuurlijk is. Maar als je het op die manier formuleert, sta je in juridisch opzicht sterker, heb ik ervaren.”










