Nijmegen wil collectief wonen makkelijker maken. „Een droomplek; maar het duurde heel lang”
Collectief wonen wint aan populariteit, mede door de wooncrisis en de behoefte om meer samen te leven. Maar tussen idee en werkelijkheid kan zomaar tien jaar zitten. Nijmegen, dat zich profileert als hoofdstad collectief wonen, wil de belemmeringen wegnemen.

De winterzon schijnt zacht naar binnen. „Een droomplek”, zegt Hermien Miltenburg (72), terwijl ze door de metershoge ramen naar buiten kijkt. Sinds oktober woont zij bij woonvereniging Toekomstmuziek in de statige Nijmeegse wijk Hees. De ruime tuin is nog een kale zandvlakte, die komend voorjaar wordt ingericht.
Binnen is alles op orde. In de tien koopappartementen wonen zeven stellen en drie alleenstaanden. Samen delen ze een grote gezamenlijke woonkamer (ook voor de buurt), twee logeerkamers en een wasruimte. Die moeten de bewoners wél reserveren via de online agenda.
Miltenburg woonde tot voor kort in een riant huis in Renkum. Nadat de kinderen de deur uit waren en haar man was overleden, wist ze dat ze daar niet alleen oud wilde worden. Het huis was te groot en ze wilde graag andere mensen om zich heen. „Bovendien: collectief wonen lost ook maatschappelijke vraagstukken op, zoals de wooncrisis en tekorten in de zorg.”
Ze sloot zich aan bij initiatiefnemer John Peeters, die ze al heel lang kent. Aan tafel in ‘hun’ woonkamer vertellen ze over tien jaar keihard werken. „Het vinden van een locatie, het aankopen van grond, het vormen van een groep medebewoners, het doorlopen van procedures en het aanvragen van vergunningen, het rondkrijgen van de financiën, het ontwerp en het bepalen van de bouwmaterialen, afspraken over wat je wel en niet samen deelt en doet: álles moest besloten worden.”

De lange adem ten spijt: collectief wonen past bij het huidige tijdsbeeld. Het delen van voorzieningen en wat meer omkijken naar elkaar spreekt mensen aan. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten schat dat zo’n 5 procent van de bevolking collectief zou willen wonen. Momenteel wonen ruim 10.000 Nederlanders op die manier, maar dat zouden er dus ongeveer een miljoen kunnen zijn.
Om collectief wonen te stimuleren, maakte de Rijksoverheid deze week bekend dat er via het Fonds Coöperatief Wonen 60 miljoen euro beschikbaar komt om financiële belemmeringen uit de weg te ruimen. Want die blijken vaak een knelpunt. Wonen zoals bij Toekomstmuziek, waar iedereen een appartement kocht, is niet voor iedereen weggelegd. „Ik woon nu veel kleiner, maar het is net zo duur”, vertelt Miltenburg, die zich als voorzitter van de LVGO (Landelijke Vereniging voor Gemeenschappelijk Wonen 50 Plus) inzet voor ouderen met dezelfde droom. „Ik wil dat het voor meer mensen haalbaar en betaalbaar is.”
Lokaal proberen overheden en corporaties bewoners met plannen voor collectief wonen te helpen. Nijmegen loopt daarin aardig voor de troepen uit. „De stad kent een lange geschiedenis van woongemeenschappen en collectief wonen”, vertelt Noël Vergunst, wethouder Stedelijke Ontwikkeling. Hij kocht zelf als twintiger met een aantal huisgenoten een woning, een woongemeenschap die nog altijd bestaat. Net zoals die er in honderden andere panden in de stad zijn. Vergunst wil collectief wonen breder toegankelijk maken. „Ik ben groot voorstander; het sociale aspect verbindt mensen.”
Voor de bewoners van Toekomstmuziek komt dat te laat; zij kochten na lang zoeken op eigen kracht een stuk grond. Maar tegenwoordig stelt de gemeente Nijmegen twee tot drie kavels grond per jaar beschikbaar voor collectief particulier opdrachtgeverschap. De initiatiefnemers moeten wel voor de grond betalen, maar hoeven de concurrentie met grote projectontwikkelaars niet aan. Daarnaast krijgen mensen advies en ondersteuning van de gemeente. Vergunst: „Het is een taai traject, dat behalve geld veel tijd, kennis en geduld kost.”
Ook het netwerk Collectieve Huisvesters in Gelderland helpt geïnteresseerden op weg. Een van de deelnemers, woningcorporatie Talis, bouwde samen met bewoners meerdere collectieve woonvormen gestoeld op zorg voor elkaar en op duurzaamheid.
Binnenkort start Talis een bijzonder project: in de binnenstad zijn plannen voor een gebouw waar woongroepen zich voor kunnen aanmelden. Het gaat om sociale huur. Er is ruimte voor maximaal negen woongroepen die mogen meepraten over het ontwerp. „We weten niet wie erop af gaat komen”, zegt Jan van der Meer, bestuursvoorzitter bij Talis. „Maar we zien dat er behoefte is aan meer verbinding.”
Het duurt nog wel drie tot vijf jaar voordat de woningen worden opgeleverd, schat Van der Meer. Bij Miltenburg duurde het nog langer. „Zeker voor ouderen is dat heel lang.” Toch is Miltenburg blij dat ze hebben doorgezet. „Ik voel me prettig hier. We eten regelmatig samen, we tuinieren, wandelen of hebben een pubquiz en natuurlijk de vrijdagmiddagborrel. Voor mij is dit de ideale manier van wonen.”

Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Wonen als uitdaging


