BuitenlandChristen in het buitenland

Arno Kortleven ging anders denken over de doop door kerk in Oekraïne

„In 2004 was ik voor het eerst in Oekraïne, voor een stage. Het land trok me vanaf het begin aan. In die periode ontmoette ik Anja, een Oekraïense met wie ik later een relatie kreeg. Toen we trouwden hebben we ervoor gekozen om ons in Oekraïne te vestigen. Dat is inmiddels achttien jaar geleden. Al hebben we toen de oorlog in 2022 begon een tijd met onze drie kinderen en ons pleegkind in Nederland gewoond.

Vier lachende mannen in zwarte truien met witte letters erop staan met de armen om elkaar heen geslagen.
De broederraad in 2024. Tweede van links Arno Kortleven. beeld Arno Kortleven

Na ons huwelijk sloten we ons aan bij een net gestarte baptistengemeente in ons dorpje. Feitelijk was Anja de eerste die in deze gemeente gedoopt is. Ze is ongelovig opgegroeid en is tot geloof gekomen door het werk van evangelisten uit een naburig dorp.

Ik ben opgegroeid in de gereformeerde gemeente van Krimpen aan den IJssel. Dat is een wereld van verschil met onze gemeente hier. Uiterlijke vormen doen er bij ons veel minder toe. Verder is het voor Nederlandse begrippen een kleine gemeente: in het begin kwamen we op zondag met hooguit dertig mensen bij elkaar. Inmiddels zijn we gegroeid tot ongeveer 120 leden, van wie er velen uit de wereld afkomstig zijn of kampen met verslavingen en andere problemen. Op de gevel van ons kerkgebouw staat: ”Gebedshuis voor allen”. Dat ervaren mensen echt zo.

Ook de doop is natuurlijk een verschil. Ik ben nog altijd blij dat ik in deze gemeente geaccepteerd werd zonder dat ik me hoefde te laten dopen. Daarin ben ik echt vrijgelaten.

„Voor mij is de keuze voor volwassen- of kinderdoop niet het allerbelangrijkste”

Arno Kortleven, Nederlander die in Oekraïne woont

Als je voor een andere kerk kiest, ga je sommige dingen na verloop van tijd anders zien. Of misschien had je er eerder niet echt over nagedacht, omdat je nooit in aanraking kwam met andere denkbeelden. Misschien is de angst voor verschillen soms ook wel zo groot dat daardoor de overeenkomsten met andere christenen niet meer worden gezien. Voor mij is de keuze voor volwassen- of kinderdoop niet het allerbelangrijkste. Ook reformatorische kerken kennen de volwassendoop: als iemand van buiten de kerk als volwassene tot geloof komt.

Dat onze kinderen niet gedoopt zijn, is een consequentie van onze keuze voor deze Bijbelgetrouwe gemeente. Ik heb daar niet echt moeite mee. Mensen in onze gemeente hebben juist veel bezwaar tegen de dooppraktijk in de orthodoxe kerk, waarbij alle kinderen gedoopt worden ongeacht de levenswandel van de ouders. Dat kan ik heel goed begrijpen.

Ik ben in onze gemeente actief als diaken. Verder ben ik als vrijwilliger betrokken bij activiteiten voor kinderen en jonge mensen met een beperking. Onze gemeente zet zich hier al zo’n tien jaar voor in. Dit werk wordt gesteund door Nederlandse kerken. Ik ben daarbij contactpersoon en tolk.

Het doel van deze activiteiten is vooral om deze kinderen en jongeren uit hun isolement te halen. In Oekraïne waren er altijd weinig voorzieningen voor mensen met een beperking. Door de oorlog is dat aan het veranderen. Om een voorbeeld te noemen: inmiddels is het wettelijk verplicht dat winkels voor een rolstoel toegankelijk zijn.”