Cultuur & boekenCultuur

„Wij mensen blijven zwalkers op de levensweg”

„Volgens de dokters had jij er niet mogen zijn”, zei iemand pas tegen ons jongste en vierde kind. Ik moest dat wel even aan hem uitleggen. Na twee bevallingen zei de gynaecoloog: „Neem geen risico meer.” Dat was geen onzin. Ik heb een dik dossier vol zwangerschapsnarigheid.

Na dat advies vroeg ik het op, las het door en stuurde het van pure schrik door naar een andere gynaecoloog, in een ander ziekenhuis, met een andere levensvisie en –zo hoopte ik– een andere mening.

Het was een (b)aardige oudere man. Mijn dossier was nog maar net binnengekomen. Hij las het door, terwijl ik tegenover hem aan tafel zat en aan een plastic koffiebekertje friemelde.

„Dit”, zei hij, „zijn de cijfers. De risico’s bij een eventuele volgende zwangerschap zijn fors”

Al gauw legde hij de bundel papier op tafel, vouwde er zijn handen op en keek me aan over de rand van zijn bril. „Dit”, zei hij, „zijn de cijfers. De risico’s bij een eventuele volgende zwangerschap zijn fors. Dat u dat weet. Maar u weet ook wat er in de Bijbel staat: „Vertrouw op de Heere met uw ganse hart en steun op uw verstand niet.””

Wanneer die tekst uit Spreuken 3:5 ook maar voorbijkomt, zie ik het in een flits weer voor me: de jonge moeder, de man met de vriendelijke ogen en de woorden die tussen ons in hingen, als een pad waarover ik kon gaan.

Dit is geen pleidooi om medische adviezen te negeren. Nu zou ik mijn twintig jaar jongere zelf waarschijnlijk aanraden ernaar te luisteren. Wees dankbaar voor de twee schatjes die je hebt. Waarschijnlijk heb je daar je handen vol aan (erg geschikt voor een groot gezin ben je niet, geef toe). En wellicht kun je dan nog een opleiding afmaken.

Dat ik geen studie afgerond heb, zou lang blijven knagen. Wat me bewoog om toch weer zwanger te durven raken is geen puur geestelijk verhaal van overgave en zelfverloochening. Het voelde zo onaf. Ik wilde zo graag nog één keer een normale zwangerschap meemaken. Misschien was er zelfs sprake van ietwat koppige overmoed. Maar er was ook nog iets anders. Ik kon het amper een naam geven, totdat die woorden uit Spreuken vielen.

Wij mensen blijven zwalkers op de levensweg. We gebruiken een beetje ons gezond verstand, we zoeken wat in Bijbel, we gaan te rade bij professionals. Maar wat kun je ondertussen hunkeren naar die allerpersoonlijkste ontmoeting waarin je je complete dossier vol wonden, twijfelachtige keuzes en misstappen aan een Ander voorlegt. Die er Zijn milde handen op legt en zegt: Kind, dit is de weg waarlangs Ik jou vorm. En dat je daar niets van snapt en toch, o mysterie, bij je volle verstand zegt: Laat dan met mij gebeuren wat U wilt.