Dit willen de partijen met Europa

Europese verkiezingen 2019
Rotterdam bereidt zich voor op de Europese verkiezingen. beeld ANP, Robin Utrecht

Nederlandse politieke partijen staan in het Europees Parlement lijnrecht tegenover elkaar. De verschillen zijn in sommige gevallen onoverbrugbaar; in andere kwesties is een compromis soms mogelijk. Hoe verschillend denken de negen grootste Nederlandse partijen over de belangrijkste thema’s in Europa?

Veiligheid

Als de EU-lidstaten zo veel gedeelde belangen hebben, hoort daar dan geen Europees leger bij?

De meeste partijen vinden een gezamenlijke krijgsmacht echter een stap te ver; de bevoegdheid om te beslissen over de inzet van militairen willen zij niet uit handen van de afzonderlijke lidstaten nemen. Slechts één partij is uitgesproken voorstander van een EU-leger: D66.

Andere partijen lopen wél warm voor uitbreiding van samenwerking op defensiegebied. Zo pleit GroenLinks voor „verregaande samenwerking”, en wil de partij dat de verschillende legers zich specialiseren.

Ook CDA, PvdA en VVD zijn uitgesproken voorstander van meer Europese defensiesamenwerking.

CU-SGP is voor meer militaire samenwerking, maar dat hoeft „zeker niet altijd in EU-verband.” De SP spreekt zich uit tegen versterkte defensiesamenwerking. FVD en PVV spreken in hun verkiezingsprogramma’s vooral hun afkeer uit over een gezamenlijk leger.

Een ander belangrijk veiligheidsvraagstuk is de bescherming van (Europese) grenzen. FVD en PVV willen allebei het Schengenverdrag opzeggen, en eigen, nationale grenscontroles invoeren.

Andere partijen, zoals CDA en PvdA, pleiten daarentegen juist voor een sterke gemeenschappelijke Europese grens- en kustwacht.

CU-SGP vindt dat de landen zelf verantwoordelijk moeten blijven voor bewaking van de Europese buitengrenzen.

Financiën

Als het gaat over de euro en Europese belastingen kunnen de Nederlandse partijen globaal in twee groepen worden verdeeld. Het ene kamp is voorstander van Europese belastingen en de eurozone; het andere kamp is fel tegen Europese belastingen en heeft twijfels over de eurozone.

Het voorstanderskamp bestaat uit D66, GroenLinks en PvdA. Zij zien Europese belastingen vooral als een alternatieve, nieuwe mogelijkheid om de EU-begroting op peil te houden na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk en diens financiële bijdrage. Een veelgenoemde vorm van belasting is die op CO2-uitstoot van bedrijven. Volgens GroenLinks pakt dit uiteindelijk positief uit omdat de financiële bijdrage van EU-lidstaten omlaag kan „als de EU-begroting meer eigen inkomsten krijgt.”

Het kamp van de tegenstanders bestaat uit CDA, CU-SGP, FVD, PVV, SP en VVD. Zij geven aan tegen Europese belastingen te zijn omdat belastingheffing een nationale bevoegdheid is en moet blijven. Het hervormen van de EU-begroting, door te bezuinigen en prioriteiten te stellen, is volgens deze partijen een juiste oplossing voor een mogelijk begrotingstekort na de brexit.

Binnen dit kamp twijfelen meerdere partijen aan de eurozone. Zo stelt CU-SGP dat de euro „niet onomkeerbaar” is en SP wil stoppen met „het tegen elke prijs vasthouden aan de euro” en noemt de muntunie „op termijn onhoudbaar.” PVV wil direct stoppen met de eurozone om zo „weer baas over ons eigen geld” te worden. CDA en VVD zijn positiever over de euro en vinden dat Nederland baat heeft bij de euro.

Klimaat

„Geen enkele euro die de EU uitgeeft, mag in strijd zijn met de klimaatdoelen”, stelt GroenLinks. De partij wil dat minimaal de helft van de EU-begroting wordt gespendeerd aan investeringen die bijdragen aan het halen van de doelen uit het Parijsakkoord en de VN-ontwikkelingsdoelen. Daarnaast moet CO2-uitstoot door bedrijven in 2020 40 euro per ton gaan kosten, en daarna nog verder stijgen.

De PvdA wil binnen de Europese begroting een klimaatfonds oprichten, dat gevoed moet worden uit een voorgestelde Europese CO2-belasting. Ook de SP is voor zo’n belasting.

VVD, CDA, D66, GroenLinks, PvdA, SP en CU-SGP zijn positief over het internationale klimaatakkoord van Parijs. Al deze partijen zien een rol voor de Europese Unie op het gebied van klimaatbeleid.

Alleen FVD en PVV laten zich negatief uit over Europees klimaatbeleid. Volgens FVD staan de kosten voor het klimaatbeleid „in geen enkele verhouding tot de nog altijd zeer speculatieve baten.” De PVV stelt dat „de onbetaalbare Europese klimaatgekte land en burger tot faillissement zal brengen.”

Een breed gedeelde wens van de partijen is om de komende jaren te investeren in goede treinverbindingen in Europa, als alternatief voor het veel vervuilender vliegen. Reizen per spoor moet aantrekkelijker worden ten opzichte van vliegen, vinden bijna alle partijen. D66 stelt voor dat de EU als organisatie zelf het goede voorbeeld geeft, door niet meer te vliegen naar bestemmingen op een afstand van minder dan 700 kilometer.

Migratie

Wie is er verantwoordelijk voor de instroom van vluchtelingen en waar moeten ze opgevangen worden? Met die vragen worstelt de EU al jaren. Bijna alle Nederlandse partijen vinden dat de problemen met migratie op Europees niveau moet worden opgelost.

Zo zijn CDA, CU-SGP, D66, GroenLinks, PvdA, SP en VVD er allemaal voorstander van om met andere Europese lidstaten te kijken wat de oplossingen zijn voor de problemen die migratie met zich meebrengt. Al deze partijen pleiten voor een eerlijk verdelingsschema in Europa, zodat niet alleen EU-grensgebieden de consequenties van migratie hoeven te dragen. Ook moeten er volgens CDA, CU-SGP, D66, GroenLinks en PvdA financiële nadelen zijn, of zelfs sancties worden ingevoerd, voor landen die hieraan niet willen meewerken.

Alleen FVD en PVV vinden een Europese aanpak voor migratie niet nodig. De PVV geeft een vrij simpel antwoord op de vragen rondom migratie: de partij wil een totale asielstop voor Nederland en gesloten grenzen voor „alle immigranten uit islamitische landen.”

FVD stelt dat een Europees asiel- en immigratiebeleid „nooit zal kunnen functioneren” omdat de verschillen tussen de EU-landen te groot zijn. Ook wil FVD dat Nederland zelf de eisen kan formuleren voor legale migratie en dat de grenscontroles weer worden ingevoerd.

Landbouw

Als het aan de Nederlandse partijen in het Europees Parlement ligt, gaat het huidige systeem van landbouwsubsidies grondig op de schop. VVD, D66, GroenLinks, PvdA zijn het er in grote lijnen over eens dat de subsidies worden verlaagd of zelfs helemaal stoppen, ten gunste van investeringen in duurzame innovatie. Voor zover er nog wel een vorm van subsidies blijft bestaan, zouden boeren om die te ontvangen, moeten voldoen aan duurzaamheidseisen, vinden verschillende partijen. De SP wil op termijn van de subsidies af, en vindt dat het aan de lidstaten is om daar eventuele eigen steunmaatregelen tegenover te zetten.

Ook in de programma’s van CDA en CU-SGP klinkt de noodzaak van verandering door. Deze partijen zijn echter minder expliciet, en willen ook niet zo ver gaan als andere politieke groeperingen. Het CDA noemt landbouwsubsidies „op dit moment nodig”, maar wil naar een systeem waarin boeren worden beloond voor hun maatschappelijke bijdrage, zoals het investeren in duurzaamheid.

CU-SGP wil dat naast het aantal hectares van boeren ook „de mate waarin een boer bijdraagt aan maatschappelijke oplossingen” bepalend is voor inkomenssteun.

FVD en PVV behandelen het landbouwbeleid niet expliciet in hun verkiezingsprogramma’s. Wel heeft PVV eerder gesteld dat „boeren uit de klauwen van Europa moeten worden bevrijd.” Dat zou volgens de partij mogelijk gemaakt kunnen worden door het gemeenschappelijk Europees landbouwbeleid af te schaffen.

EU-lidmaatschap

Alleen FVD en PVV stellen het Nederlandse EU-lidmaatschap ter discussie. Het verschil tussen de twee partijen is dat de PVV hoe dan ook uit de EU wil, terwijl FVD referenda wil organiseren over de euro, de open grenzen, en het lidmaatschap van de EU.

De meeste andere partijen stellen het idee van een nexit niet aan de orde in hun verkiezingsprogramma, simpelweg omdat dit voor hen onbespreekbaar is. CU-SGP vindt dat de brexit tot bezinning en verandering moet leiden, om meer ‘exits’ te voorkomen.

Wel zijn alle partijen terughoudend als het gaat om uitbreiding van de EU, of benadrukken sterk de voorwaarden waaraan kandidaat-lidstaten moeten voldoen. PVV en FVD zijn expliciet tegen uitbreiding; SP en CU-SGP willen dit „voorlopig” niet.

VVD en CDA noemen uitbreiding geen doel op zich; het CDA wil in elk geval de komende vijf jaar geen uitbreiding. De PvdA lijkt het meest positief over uitbreiding; de partij wil dat er een Europese strategie op dit thema komt.

Geen enkele partij is positief over eventuele toetreding van Turkije tot de EU. Toch is het opvallend dat vrijwel alle partijen met het oog op de verdere toekomst de deur op een kier houden. Dit doen zij door te stellen dat toetreding vooral vanwege de mensenrechtensituatie niet aan de orde is. En omdat die situatie vatbaar is voor verbetering, blijft lidmaatschap op de lange termijn toch boven de markt hangen. CU-SGP is tegen toetreding, en beroept zich daarbij voor een deel ook op de mensenrechtensituatie.

Ethiek

Het legaliseren van abortus en euthanasie in alle EU-lidstaten is een steeds terugkerend onderwerp in het Europees Parlement. Een vraag die zowel voor- als tegenstanders van abortus en euthanasie stellen, is of het de taak van Brussel is om lidstaten te verplichten deze ‘voorzieningen’ wettelijk toe te staan, of dat dit een nationale bevoegdheid blijft.

Zo stellen CDA, CU-SGP en SP dat het niet aan de Europese Unie is om dit voor lidstaten te bepalen. D66 zet zich in het Europees Parlement juist in voor legale abortus en euthanasie en zegt „leidend” te zijn op deze thema’s, „samen met een groeiend aantal medestanders.”

CU-SGP staat daar haaks op en zegt dat het financieren van abortus, of het bevorderen van het recht op abortus, door de Europese Unie in onder andere ontwikkelingsprogramma’s moet worden stopgezet. GroenLinks deelt deze mening niet en stelt dat de EU moet opkomen voor seksuele en reproductieve rechten, en veilige abortus mogelijk moet maken door dit wel in ontwikkelingsprogramma’s te financieren.

Daarnaast houdt het Europees Parlement zich bezig met de rechten van partners van gelijk geslacht. D66, GroenLinks, PvdA, SP en VVD zetten zich in om alle EU-lidstaten het homohuwelijk te laten erkennen. Maar CU-SGP vindt dat de EU de lidstaten niet mag „veroordelen omdat deze een traditioneel beleid voor huwelijk en gezin hanteren.”

De positie van FVD en PVV in bovengenoemde onderwerpen is niet helemaal duidelijk. De partijen zijn niet erg uitgesproken over deze Europese kwesties.