De Jonge: Besluit levensbeëindiging minderjarigen komend voorjaar

beeld ANP, Bart Maat

Het kabinet is voornemens komend voorjaar te reageren op een rapport van kinderartsen over medische beslissingen rond het levenseinde van minderjarige kinderen.

Dat zei minister De Jonge (VWS) woensdag in een Tweede Kamerdebat.

In het rapport staat dat een deel van de artsen behoefte heeft aan aanvullende regelgeving omtrent de mogelijkheid van actieve levensbeëindiging bij minderjarigen van 1 tot 12 jaar. Daarover is in Nederland nog niets vastgelegd, zodat artsen die voor levensbeëindigen kiezen het risico lopen strafrechtelijk te worden vervolgd.

Kinderen van 12 jaar en ouder vallen onder de euthanasiewet. Voor pasgeborenen en baby’s in het eerste levensjaar bestaat het zogeheten Groninger Protocol. Deze ministeriële regeling bepaalt onder welke voorwaarden de levensbeëindiging van minderjarigen in deze leeftijdscategorie toelaatbaar is.

De regeling bevat zorgvuldigheidsvereisten die vergelijkbaar zijn met die uit de euthanasiewet. Ook is er een meldplicht, waarbij de daarvoor in het leven geroepen commissie het openbaar ministerie adviseert om wel of niet tot vervolging over te gaan.

Een Kamermeerderheid van VVD, D66, GroenLinks, PvdA en SP stelde woensdag voor dat er voor minderjarigen van 1 tot 12 jaar net zo’n wettelijk kader wordt opgesteld als het Groninger Protocol. Volgens De Jonge is dat een van de opties die in de ministerraad zal worden verkend. In de bewoordingen van de bewindsman zou dat een oplossing zijn „dichtbij het professionele domein”; voor situaties waarin medische beroepsgroepen nu een gebrek aan ruimte voor professioneel handelen ervaren en waarbij de euthanasiewet ongewijzigd blijft.

Van de kinderen die onder zo’n regeling zouden vallen, moet vaststaan dat hun levenseinde op korte termijn wordt verwacht. Artsen moeten bovendien tot de slotsom zijn gekomen dat ingezette palliatieve interventies het lijden in onvoldoende mate hebben verlicht.

Of het tot nadere regelgeving komt, is overigens nog geen uitgemaakte zaak. Relevant gegeven daarbij is volgens De Jonge dat in het rapport slechts een klein deel van de medisch-specialisten die betrokken zijn bij het behandelen van kinderen is ondervraagd.

In het Kamerdebat benadrukte hij verder dat het rapport van de artsen niet uitmondde in de aanbeveling dát er regels moeten worden opgesteld. Er staat dat bezien moet worden óf dit is aangewezen.

Een andere aanbeveling is dat de richtlijn over palliatieve zorg voor kinderen verduidelijking behoeft. Die biedt artsen in een aantal gevallen de ruimte om behandelingen te staken, de pijnmedicatie te verhogen en ook te stoppen met het toedienen van vocht en voeding. Een betere voorlichting zou er toe kunnen leiden dat de mogelijkheden die de richtlijn biedt beter worden benut, ook door artsen die daar nu nog van afzien uit vrees van onzorgvuldig handelen te worden beticht.

Ook op die oproep komt het kabinet met een reactie, zo zegde De Jonge de Kamer toe.

ANP-365999699Kamerleden varen opnieuw uit tegen prolifeorganisaties bij klinieken