Roy van Brakel werd steeds gepasseerd vanwege jeugdreuma

Werken met een beperking
Roy van Brakel (m.) en Bas Duifhuizen (r.). beeld Wim van Vossen
2

Zodra werkgevers hoorden dat Roy van Brakel (28) last had van jeugdreuma, haakten ze af. Jarenlang werd hij bij sollicitaties gehinderd door de gevolgen van zijn ziekte. Nu staat de inwoner van Oud-Beijerland dagelijks aan de productietafels van groothandel Dugros. Hij is net bevorderd tot teamleider. „Dat voelt heel prettig.”

Aan twee grote tafels werken dagelijks tien tot vijftien mensen met een arbeidsbeperking. Uitpakken, opvullen met papier, prijzen, bandjes vastmaken en zekeren tegen diefstal zijn handelingen die vaak voorbijkomen. Roy van Brakel doet daaraan als teamleider mee, maar verricht ook administratieve handelingen voor de anderen, zoals het boeken van (verlof)uren en noteren van afspraken in verband met sollicitaties. Daarnaast coacht hij de groep, die bestaat uit mensen met een fysieke of psychische beperking. „Ik sta dicht bij hen, want ook mijn leven bestond ooit uit het omgaan met tal van beperkingen als gevolg van mijn ziekte.”

Al op vierjarige leeftijd was duidelijk dat Van Brakel leed aan jeugdreuma. Dat uitte zich onder meer in tal van ontstekingen aan zijn gewrichten. „Ik heb veel ziekenhuisopnames gehad om vochtophopingen aan te pakken. Als gevolg daarvan belandde ik in het speciaal onderwijs. Daardoor heb ik wel een stukje gemist. Sociale interactie was lastig. Je staat ondanks alles toch niet helemaal midden in de maatschappij.”

Kunstheup

Na de middelbare school stond hij voor de keus. „Ik wist dat ik geen zwaar beroep kon kiezen. Stratenmaker of bouwvakker bijvoorbeeld was voor mij niet weggelegd.” Hij volgde een tweejarige opleiding tot jongerenwerker, maar kon die niet afmaken doordat hij een heupoperatie moest ondergaan. „Ik stond net op het punt om mijn stage af te ronden.” Hij kreeg een kunstheup, die in november vorig jaar moest worden vervangen.

Heel lang zocht Van Brakel naar werk. „Het zag er slecht uit. De arbeidsmarkt was bepaald niet rooskleurig voor me. De baan mocht niet al te zwaar zijn; beetje zitten, beetje staan, niet te fysiek. Zodra werkgevers hoorden van mijn persoonlijke omstandigheden en ook vernamen dat ik een kunstheup had, haakten ze af. Dat was voor hen vrijwel altijd een reden om niet door te gaan. Ontmoedigend? Misschien wel, maar ik kon het vanuit hun gezichtspunt wel een beetje begrijpen.”

Eén keer lukt het bijna. „Dat was bij een bedrijf waar ik banden zou moeten laden en lossen. Ik was er vrijwel zeker van dat ik zou aangenomen worden, maar achtte het niet verstandig om mijn lichamelijke situatie helemaal onaangeroerd te laten. Zodra ik het vertelde, zag ik de gezichten betrekken. Het ging dus niet door.”

Op tal van banen kon hij niet eens solliciteren. „Omdat ik niet over een auto beschikte, liep de reistijd via het openbaar vervoer al vrij snel op tot een uur of langer. Dat zou echt te zwaar worden.”

Eigen unit

Zes tot zeven jaar was Van Brakel bij het UWV bezig om een uitkering te krijgen. „Ze hielden daar de boot af, omdat men van mening was dat ik voldoende mogelijkheden had om nog iets te doen, al was het maar het aanvegen van een loods.” Totdat hij via een UWV-medewerker werd gewezen op een vacature bij Dugros, via Talenta, een organisatie voor jobcoaching en re-integratie. Voor de groothandel in tassen en lederwaren verzorgt Talenta het klaarmaken van tassen voor circa duizend filealen van twee grote winkelketens. „Zoals vroeger de sociale werkplaats, hebben wij daar min of meer een eigen unit”, legt arbeidsdeskundige en arbeidscoach Theo Ebbers uit. „Met deelnemers met een fysieke, cognitieve of psychische beperking.”

Van Brakel betrad ruim twee jaar geleden de werkvloer. Het bleek een schot in de roos. „Ik ben begonnen met twintig uur per week, maar ik heb sinds mijn tweede heupoperatie vorig jaar nauwelijks last meer van mijn jeugdreuma. Mijn kunstheup, een kleine vergroeiing aan mijn duim en een operatie aan mijn kaak zijn eigenlijk de enige gevolgen van de ziekte.”

Ebbers had al snel in de gaten dat Van Brakel geschikt zou zijn om het team met wisselende deelnemers –zij werken tussen de 16 en de 40 uur per week– aan te sturen. Het is niet uitgesloten dat de baan als teamleider nog eens wordt omgezet in niet-gesubsidieerd werk, geeft Ebbers aan. Van Brakel heeft nog geen grote vergezichten. „Het is belangrijk dat ik het vertrouwen van de werkgever heb. Ik had een laag zelfbeeld. Daarin is gelukkig verandering gekomen.”

Een deel van het bedrijf is ingericht voor het uitpakken en klaarmaken voor verzending door geheel Europa. beeld Wim van Vossen

„Instellen van quota is een modeverschijnsel”

Bas Duifhuizen staat aan het roer van groothandel in lederwaren Dugros. Bij de op het industrieterrein van Oud-Beijerland gevestigde onderneming werken ruim vijftig mensen. Een aantal kantoormedewerkers houdt zich bezig met het ontwerp en het design van nieuwe producten. De loods kent ook een cash en carry-afdeling voor ondernemers die hun tassen en lederwarenvoorraad willen aanvullen. Een ander deel van het bedrijf is ingericht voor het uitpakken en klaarmaken voor verzending door geheel Europa. Daar heeft ook Talenta een afdeling met tien tot vijftien mensen. Daarnaast heeft Rijnmond Verpakkingen er werk voor nog eens vijf werknemers met een beperking.

Duifhuizen gelooft niet in door de overheid opgelegde quota voor mensen met een beperking. „Dat is een modeverschijnsel. Het moet in je hart zitten en niet worden opgelegd. Als je iemand kunt helpen, doe je dat als ondernemer, maar natuurlijk ook weer niet tegen elke prijs. Overigens zijn deze mensen niet rechtstreeks bij ons in dienst.”