Post Uit Paramaribo: Voor lekkere trek is de worstman altijd dichtbij

Vooral jonge Javanen verkopen worst. beeld Armand Snijders

Eens in de zoveel tijd spring ik aan het eind van de middag op de scooter en rijd een paar honderd meter om verse worst te kopen bij, wie anders: de worstman. Over de ingrediënten moet je niet te veel nadenken.

Het zou overdreven zijn als ik zeg dat er een worstman op iedere hoek van de straat in Paramaribo zit, maar in elke buurt heb je er wel een paar. Dus voor iedereen met lekkere trek is er altijd wel een in de nabijheid. Veelal jonge Surinaams-Javaanse mannen proberen zo een centje bij te verdienen. Ze bereiden hun snacks in grote pannen met hete bouillon, uitgestald op een zelfgemaakt kastje. Meestal staan ze voor een Chinese supermarkt, waar toch al veel aanloop is. Ze betalen de eigenaar een kleine vergoeding als standgeld, dus ook hij heeft er baat bij.

De worsten worden thuis door de verkopers gemaakt. Ze zijn vaak een metertje lang en worden ter plekke gesneden. Voor het geld hoef je het niet te laten: de worsten gaan voor omgerekend 30 eurocent over de geïmproviseerde toonbank. Het assortiment is klein: als klant heb je de keuze uit vlees- en bloedworst.

Die laatste vind ik maar niets. Volgens mij zit er geen greintje vlees in: het ding bevat gestold bloed, vermengd met brood en kruiden. Dat is in mijn ogen geen worst. Mijn vrouw denkt daar anders over, ze is teleurgesteld als ik zonder thuis kom. En dat gebeurt nogal eens, want bloedworst is razend populair bij Surinamers – en als eerste uitverkocht. Aan vleesworst gelukkig meestal geen gebrek, waardoor ik eigenlijk altijd aan mijn trekken kom.

Het vlees in de worst is altijd van de kip. In een land met diverse religieuze groepen speel je daarmee op zeker als kleine ondernemer, en zeker als worstverkoper. Immers, hindoes eten geen rund, moslims geen varken, maar iedereen eet kip. Daarom krijg je op Surinaamse feesten ook alleen maar kip voorgeschoteld: aan de gezichten van de gasten kun je niet aflezen of ze een kerk, moskee of mandir (tempel) bezoeken. Met kip kun je dus nooit de plank misslaan en houd je iedereen tevreden.

Of de worst ook gezond is? Ik betwijfel het en vermoed dat vast niet de beste en lekkerste delen van de kip in het darmomhulsel worden gestopt. Daar kun je ook beter niet over nadenken. Jaren geleden heb ik eens een aan een slachthuis gekoppeld vleesverwerkend bedrijf bezocht. In de weken daarna kon ik geen worst door mijn keel krijgen. De bakken smurrie met vleesafval die uiteindelijk worden omgetoverd tot boterhamworst, cervelaat of gebraden gehakt, staan nog altijd op mijn netvlies gebrand. Het zijn de kruiden en de smaakversterkers die ervoor zorgen dat het toch lekker is.

De Surinaamse bloed- en vleesworsten hebben één ding met elkaar gemeen: ze bevatten heel veel peper. Voor Hollandse tongen die op dat gebied niet veel gewend zijn, waarschijnlijk te pittig. Na ruim een kwarteeuw in Suriname is mijn peperacceptatiegrens flink verhoogd. Dat moet ook wel, anders zou ik driekwart niet kunnen eten van wat hier te krijgen is.

Met enig leedvermaak trakteer ik Nederlandse gasten die nauwelijks peper gewend zijn gaarne op een Surinaamse bloed- of vleesworst als ze mijn thuisland bezoeken. Het levert vaak waterige ogen en snotterige neuzen op. Maar het zorgt ook voor een goede kennismaking met een fantastisch culinair deel van Suriname. En dat voor 30 cent!