Financiën en Economie

LTO-voorman wil drastische inkrimping voorkomen

Fatsoen en moraal
in varkenssector

DEN HAAG – De discussies over de herstructurering van de varkenshouderij zijn in een patstelling terechtgekomen. Landbouwminister Van Aartsen wil een algehele inkrimping van het aantal varkens met 25 procent, maar de sector wijst dit fel van de hand. „Zo'n korting is funest”, stelt de nieuwe voorman van de varkensboeren, Chris van Gisbergen. Vanavond vergadert de Tweede Kamer over het omstreden voorstel. Ondanks de grote tegenstellingen ziet Van Gisbergen toch nog mogelijkheden voor een compromis.

Twee weken geleden werd Van Gisbergen (57) voorzitter van de vakgroep varkenshouderij van de boerenorganisatie LTO-Nederland. Hij volgde Wien van den Brink op, nadat deze vanwege forse ruzies binnen de vakgroep was afgetreden. In de varkenssector is Van Gisbergen zeker geen onbekende. Zo is hij vice-voorzitter van het Productschap Vee, Vlees en Eieren en was hij jarenlang voorzitter van de afdeling varkenshouderij van het Landbouwschap. In het Brabantse Hooge Mierde heeft de nieuwe voorman een bedrijf met vleesvarkens en melkvee.

Dierwelzijn
De wisseling van voorzitter betekent niet dat LTO nu positiever over de plannen van Van Aartsen denkt. Van Gisbergen: „Die korting van 25 procent kan echt niet. Zo'n inkrimping is funest. Temeer daar de boeren ook grote investeringen moeten doen voor de verbetering van de diergezondheid, het milieu en het dierwelzijn. Hoe moeten die investeringen betaald worden als je een kwart minder varkens mag houden?”

„Ook verwacht de minister nog eens dat de ingekrompen bedrijven concurrerend kunnen werken in Europa. Dat wordt erg moeilijk, want door de korting en de investeringen zal de kostprijs per dier hier stijgen. Andere landen zullen dan ook van de inkrimping profiteren. Je ziet nu al dat in onder andere Denemarken, Duitsland en Frankrijk de productie fors wordt uitgebreid”.

Ondanks zijn kritiek kan Van Gisbergen het „billijken” dat de minister het initiatief heeft genomen voor de herstructurering van de varkenshouderij. „De afgelopen jaren heeft de sector vele plannen geproduceerd om vooral het mestoverschot aan te pakken, maar aan de uitwerking kwamen wij door grote interne verdeeldheid niet toe. Ook de overheid slaagde er niet in het mestprobleem op te lossen. Hierdoor is er een kloof ontstaan tussen de varkenshouderij en de samenleving. De signalen om meer aandacht te besteden aan de verbetering van het milieu en het dierwelzijn hebben wij onvoldoende opgepakt”.

Warme sanering
Gezien het belang van de herstructurering kon Van Gisbergen het op zich wel begrijpen dat Van Aartsen bij de presentatie van zijn plannen deze zomer hoog inzette met een inkrimping met 25 procent. „Hoewel ik erg van die korting schrok, zag ik het als een manier om de sector weer in beweging te krijgen. Daar is de minister ook in geslaagd. Als varkenshouderij hebben wij in een paar maanden tijd een plan ontwikkeld dat volgens ons een goed alternatief vormt voor de gedwongen inkrimping”.

Als het gaat om de doelstellingen van de herstructurering, verschilt het sectorplan niet van het voorstel van Van Aartsen. Van Gisbergen: „Net als de minister willen ook wij het fosfaatoverschot snel terugbrengen van 58 miljoen kilo naar 44 miljoen kilo. Bovendien wordt de noodzaak van strenge regels op het gebied van diergezondheid, kwaliteit en dierwelzijn door ons onderschreven”.

Het belangrijkste verschil betreft de wijze van inkrimping. Van Aartsen wil een algehele korting van de varkensstapel met 25 procent. De sector wijst dit echter fel van de hand, omdat het leidt tot koude sanering. Zelfs voor veel moderne bedrijven is deze stap te groot. De minister denkt echter dat de klap wel zal meevallen.

De sector kiest zelf voor een vermindering van de varkensstapel met 15 procent door het opkopen van varkensrechten door de overheid. Het ministerie had al eerder een 'pot' van 475 miljoen gulden uitgetrokken voor de herstructurering. Een deel hiervan moet worden bestemd voor het kopen van de varkensrechten. Volgens de sector is er in totaal ongeveer een miljard gulden nodig om een warme sanering mogelijk te maken.

Strikte regels
De standpunten liggen nog steeds ver uit elkaar, al zijn ze de afgelopen maanden wel iets dichter bij elkaar gekomen. De minister wil de korting van 25 procent niet al per 1 januari 1998 doorvoeren, maar kiest nu voor 15 procent volgend jaar en 10 procent in het jaar 2000. Bovendien wil Van Aartsen de bedrijven die al flinke milieu-investeringen hebben gedaan minder korten. Ook trekt de bewindsman naar verwachting enkele honderden miljoenen guldens uit voor het uitkopen van varkensbedrijven.

De sector heeft van zijn kant aangegeven –als het echt niet anders kan– in te willen stemmen met een algehele korting van 5 procent. Hierdoor hoeven er minder bedrijven te worden uitgekocht. Om tegemoet te komen aan de kritiek dat het sectorplan te vrijblijvend is, wordt een systeem van certificering doorgevoerd in de hele bedrijfstak. Afgelopen vrijdag heeft de bedrijfstak daarover een akkoord bereikt. „De boeren krijgen te maken met strikte regels. Als zij binnen een traject van twee jaar niet stapsgewijs voldoen aan scherpe eisen op het gebied van bijvoorbeeld huisvesting, voer en gezondheidszorg worden ze gestraft via hogere heffingen of een korting op de varkensrechten”, aldus Van Gisbergen.

Gezichtsverlies
Ondanks de aanpassingen liggen de standpunten nog steeds ver uiteen. Van Gisbergen vindt dit „erg jammer. Het grote probleem is dat de bewindsman de korting met 25 procent van de varkensstapel inmiddels niet meer als middel, maar als de belangrijkste doelstelling van zijn beleid ziet, terwijl zo'n inkrimping echt niet kan”.

De afgelopen twee weken heeft Van Gisbergen op het ministerie intensieve gesprekken gevoerd over het aanpassen van het inkrimpingsplan. Hij stelt dat dit zeer moeilijk is. „Het voorstel van Van Aartsen heeft de steun van het kabinet en ook in de samenleving is het positief ontvangen. Als de minister nu zijn plan ingrijpend verandert, zou hij gezichtsverlies leiden. Veel mensen hebben vooral door de varkenspest immers het gevoel dat er in de varkenshouderij van alles mis is en dat er daarom ingrijpende wijzigingen moeten komen. Hoewel het negatieve beeld deels niet klopt, laat de minister zich daar toch door leiden”.

Hoewel er sprake lijkt van een patstelling tussen de sector en Van Aartsen –althans naar buiten toe–, heeft Van Gisbergen de hoop op een compromis nog niet verloren. „Op het ministerie van landbouw bestaat inmiddels meer begrip voor onze kritiek. De afgelopen weken zijn we met topambtenaren naar verschillende moderne en milieuvriendelijke bedrijven geweest. Die boeren hebben voorgerekend wat de ingrijpende gevolgen van de inkrimping met 25 procent zijn. Zeker de jonge generatie, dus de boeren van de toekomst, zullen het ontzettend moeilijk krijgen. De topambtenaren konden dat niet ontkennen”.

„Ook uit contacten met Van Aartsen bleek dat hij zich bewust is van de nadelige effecten van zijn voorstellen. Niet alleen vele varkenshouders komen in de problemen, maar ook mengvoerfabrieken, slachterijen en dergelijke zullen klappen krijgen”, aldus Van Gisbergen. Verwacht wordt dat de helft van de 15.000 varkensbedrijven hun deuren moeten sluiten, terwijl daarnaast vele duizenden banen in de hele bedrijfstak verloren zullen gaan.

Volgens Van Gisbergen verloopt het overleg met het departement constructief. „Zowel het ministerie als de sector erkent dat het verstandig is de discussies te verbreden. Het moet niet alleen over de krimp gaan, maar ook over zaken zoals het zo snel mogelijk verbeteren van het welzijn van de dieren”.

Fatsoen en moraal
Bij het zoeken naar een oplossing heeft Van Gisbergen blijkbaar een andere werkwijze dan zijn solistische voorganger Van den Brink. Deze heeft meer de stijl van een vakbondsman: rondborstig, strijdlustig en niet bang om zijn tegenstanders in het openbaar hard aan te pakken of zelfs onderuit te halen, hetgeen hem door het ministerie bepaald niet altijd in dank werd afgenomen.

Van Gisbergen lijkt daarentegen veel rustiger en behoedzamer. Hij is geen man van harde woorden en zeker niet van acties. „Die zouden nu averechtser dan averechts werken”. Wien van den Brink heeft daarentegen als voorzitter van de Nederlandse Vakbond van Varkenshouders (NVV) al aangegeven na te denken over –vooralsnog publieksvriendelijke– acties.

Van Gisbergen wil het voorzitterschap van de LTO-vakgroep varkenshouderij vooralsnog voor een halfjaar waarnemen. In deze periode wil hij het imago van de bedrijfstak verbeteren. „Er is nogal wat achterstallig onderhoud te doen. Ik ga voor meer fatsoen, moraal en discipline in de sector. We moeten weer een betrouwbare partner worden, zodat het vertrouwen van de consument in ons wordt hersteld. We moeten onze verantwoordelijkheid serieus nemen”.

In de werkwijze van de nieuwe voorman staat samenwerking centraal. „Belangrijke kwesties zoals de varkenspest en de herstructurering moet je gezamenlijk als overheid en sector oplossen”. Hij kiest dan ook voor overleg. Dat geldt zeker bij het zoeken naar een compromis voor de herstructurering. „Elkaar de huid volschelden werkt contraproductief. We moeten eruit komen en daar zijn zeker nog mogelijkheden toe”.

Te rigoureus
Voor de varkenshouderij breekt vanavond het uur van de waarheid aan. Na maandenlange discussies zal blijken in welke mate de Tweede Kamer de plannen van Van Aartsen steunt. Tot nu toe staan alleen D66 en GroenLinks onverkort achter de minister. Alle andere fracties –inclusief de regeringspartijen PvdA en Van Aartsens eigen partij de VVD– vinden het voorstel te rigoureus. De vraag is alleen of de PvdA en VVD voet bij stuk houden en of de minister bereid is water bij de wijn te doen.

Op de vraag of er achter de schermen al min of meer een compromis is uitgedokterd, wil Van Gisbergen niet direct antwoorden. Hij glimlacht vriendelijk en zegt: „De bal ligt nu in de Tweede Kamer. We zijn de afgelopen weken volop in gesprek geweest met de verschillende partijen en we moeten nu maar eens zien hoe het daar loopt”. Om daar even later aan toe te voegen: „Ik verwacht wel dat het voorstel van de minister in de Kamer wordt bijgeschaafd. Ik kan me niet voorstellen dat het parlement de inkrimping onverkort uitvoert”.

Zie ook: „SGP komt met een alternatief varkensplan”

„VVD: In 1998 slechts 10 procent korten op varkens”

Door drs. H. van den Berge