Financiën en Economie

„Opkoopregeling werkt alleen bij adequate prijs”

SGP komt met een
alternatief varkensplan

DEN HAAG – „Het plan van de minister kan echt niet. Door de algemene korting van 25 procent gaan onnodig veel bedrijven over de kop”. SGP-kamerlid Van der Vlies wijst de varkensplannen van minister Van Aartsen als zijnde „veel te rigoureus” van de hand. Vanavond zal hij de bewindsman een alternatieve aanpak voorhouden.

Een eigen SGP-plan? Van der Vlies is er voorzichtig mee het zo te betitelen. „Ik wil niet pretentieus zijn. De SGP-fractie heeft uitvoerig overleg gehad met diverse deskundigen uit de eigen achterban. Vanuit alle schakels van de productiekolom hebben mensen ons van advies gediend. Daar is een bepaalde aanpak uitgerold, een stappenplan, dat volgens ons een doeltreffende aanpak bevat van het varkensprobleem”.

„Wij erkennen voluit dat er in Nederland een varkensprobleem ís. We hebben te veel mest, het dierenwelzijn laat soms te wensen over en de gevoeligheid voor ziekten en epidemieën is groot. Daar moeten we iets aan doen, maar niet op de manier van Van Aartsen”.

Onteigening
Een algemene korting van 25 procent, zoals de minister voorstaat, vindt Van der Vlies veel te drastisch. „Een groot aantal bedrijven komt die klap nooit te boven. Dan heb je het nog niet eens over de vraag of het juridisch wel door de beugel kan. Iemand een kwart van zijn vee afnemen, is in feite onteigening”.

„De SGP wil daarom het accent leggen op een goede opkoopregeling. Het bedrag dat voor herstructurering van de varkenssector beschikbaar is, 475 miljoen gulden, moet wat ons betreft helemaal gebruikt worden voor het opkopen van mestrechten. Om boeren ertoe over te halen hun rechten te verkopen, moet de overheid een adequate prijs betalen. Wij denken aan 60 à 70 gulden per kilo fosfaat. Wij kruipen daarmee dichter tegen de marktprijs aan dan de minister doet”.

Op slot
Om de opkoopregeling tot een succes te maken, wil de SGP'er de sector de komende twee jaar op slot doen. „Alle handel in mestrechten moet stilgelegd worden. Anders kunnen particulieren tegen de overheid op gaan bieden en krijg je een prijsopdrijvende werking, waar niemand mee gediend is”.

De landbouwwoordvoerder van de SGP-fractie beseft dat zo'n opkoopregeling, ook al wordt die een succes, niet voldoende is om het hele mestoverschot, 14 miljoen kilo fosfaat, weg te nemen. „Om dat te bereiken moet er meer gebeuren. Deskundigen hebben ons verzekerd dat er nog steeds veel te verbeteren valt aan het veevoer. Door meer uitgekiende voersoorten kan de fosfaatafscheiding per dier worden verminderd. Ook daar moet de komende jaren keihard aan gewerkt worden”.

Waarin verschilt uw plan van dat van LTO-Nederland?

„Als je het plan van de sector naast het onze legt, zie je veel overeenkomsten. Op verschillende punten zijn wij concreter. Soms hebben wij andere keuzen gemaakt. Bijvoorbeeld bij het afromingspercentage voor de mesthandel na het jaar 2000. LTO kiest in haar oorspronkelijke plan voor 70 procent. Wij denken dat dit de noodzakelijke dynamiek in de sector te zeer beperkt en hebben daarom gekozen voor een afromingspercentage van 40 à 50 procent”.

Door de eenvoud van zijn plan heeft de minister maximale zekerheid dat hij zijn doel bereikt. Hoeveel garantie op oplossing van het probleem geeft uw aanpak?

„Net als voor de minister is voor ons het uit de markt nemen van 14 miljoen kilo fosfaat een harde doelstelling. Wij werken niet volgens het motto “Komt tijd, komt raad”. In 2002 willen wij de balans opmaken om te zien hoe ver we gekomen zijn. Stel dat we dan, ondanks de opkoopregeling en de voermaatregelen, nog steeds 2 of 4 miljoen kilo fosfaat te veel hebben. Dan moet er wat ons betreft alsnog een procentuele korting plaatsvinden. Maar dan niet bij alle boeren, maar alleen bij hen die niet voldoen aan bepaalde eisen van milieu en dierenwelzijn”.

Is uw aanpak anders dan die van GPV en RPF?

„Het GPV heeft zich op dit thema nooit zo geprofileerd. De RPF kiest voorzover ik weet voor ongeveer dezelfde lijn. Ik ga er dan ook van uit dat we in het debat van vanavond samen op kunnen trekken”.

Door A. de Jong