Binnenland

De vraag wie de baas op OM is, is voer voor juristen

Kijkje in de keuken van
het openbaar ministerie

Van onze binnenlandredactie
APELDOORN – Rebellie, anarchie, escalatie. De typeringen voor de ruzie tussen minister Sorgdrager (Justitie) en de top van het openbaar ministerie (OM) liegen er niet om. Minister Sorgdrager ligt voor de zoveelste keer onder vuur. De top van het OM, het college van procureurs-generaal, wankelt. Een kijkje in de keuken van het openbaar ministerie.

De typering openbaar ministerie (OM) is verraderlijk. Het OM is geen ministerie zoals dat van onderwijs of sociale zaken. Samen met de rechters vormt het OM de rechterlijke macht. De top van het OM bestaat uit het college van procureurs-generaal (pg's).

Vier heren hebben zitting in het omstreden college. Tot begin deze week was 'super-pg' mr. A. W. H. Docters van Leeuwen voorzitter van het college. Omdat hij nu ziek thuis zit, neemt mr. C. R. L. R. M. Ficq momenteel de honneurs waar. De twee andere pg's zijn mr. J. A. Blok en de omstreden mr. D. W. Steenhuis.

Samen met de minister stippelen de vier pg's het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid van het openbaar ministerie uit. Een paar keer per maand zitten de magistraten met de minister om tafel. Ze overleggen bijvoorbeeld over het verkeersbeleid en de aanpak van relschoppende voetbalsupporters.

Baas
Wie is de baas over het OM? Die vraag is voer voor juristen. Feit is dat de minister van justitie, Sorgdrager, politiek verantwoordelijk is voor het OM. De Tweede en Eerste Kamer kunnen haar daar op afrekenen. Leden van het OM zijn níet voor het leven benoemd, rechters wel. Ze zijn in principe ondergeschikt aan de minister van justitie.

Toch schuilt er een addertje onder het gras als het gaat over de vraag wie de baas is over het openbaar ministerie. Want het OM maakt –samen met de rechters– deel uit de van de rechterlijke macht. En die geldt als onafhankelijk. Kortom, het OM heeft twee gezichten.

Muurtje
Waar houdt het openbaar ministerie (2000 werknemers) zich mee bezig? Het werkterrein is het strafrecht. Jaarlijks vinden in Nederland pakweg 8 miljoen misdrijven plaats. Denk aan strafbare feiten als diefstal, drugssmokkel en moord. Met de ruzie over het te hoge muurtje van buurman Jansen bemoeit het OM zich niet. Voor dergelijke geschillen is er de burgerrechter.

Het OM heeft drie hoofdtaken. Ten eerste: opsporing van strafbare feiten. Weliswaar is speurwerk allereerst een taak van de politie, maar uiteindelijk hebben vertegenwoordigers van het OM –in dit geval zijn dat officieren van justitie– de touwtjes in handen. Vooral bij zwaardere misdrijven geeft de officier direct leiding aan het onderzoek.

Overigens mag het OM zich niet zomaar van allerlei opsporingsmethoden bedienen. Voor bijvoorbeeld huiszoeking moet het OM eerst toestemming vragen aan de rechter. Dat het OM zijn boekje ernstig te buiten is gegaan met opsporingsmethoden, bracht de IRT-enquête aan het licht.

Wapens
De tweede taak van het openbaar ministerie is de vervolging van strafbare feiten. Vervolging is begonnen zodra de rechter in een strafzaak wordt betrokken. Soms is dat voordat de verdachte daadwerkelijk in de rechtszaal zit. Het OM kan de rechter namelijk opdracht geven iemand in voorlopige hechtenis (voorarrest) te nemen. Lang niet in alle gevallen gaat de officier van justitie over tot vervolging. Dan seponeert hij de zaak. Een dergelijke beslissing heet een sepot, in juridisch jargon.

Reden daarvoor kan zijn dat de politie te weinig bewijs heeft verzameld, maar het OM kan ook afzien van vervolging als er sprake is van een klein vergrijp, dat tussen dader en slachtoffer onderling is 'uitgepraat'.

Een derde taak van het OM is toezicht op de uitvoering van strafvonnissen. Het Nederlandse strafrecht kent drie hoofdstraffen. Je komt achter de tralies terecht, je betaalt een boete, of je voert een taakstraf uit. Naast deze hoofdstraffen kan de officier de rechter vragen een maatregel op te leggen. Inbeslagname van wapens bijvoorbeeld. Een bijzondere maatregel is tbs, terbeschikkingstelling. Daar vraagt het OM om wanneer het voor verdachten met een psychische stoornis dwangverpleging nodig acht.

Geen vonnis
In de rechtszaal vervult het OM de rol van openbare aanklager; in zwarte toga, met witte bef. De –staande– OM-vertegenwoordiger, de officier van justitie, somt ter zitting op waarvoor de verdachte terecht moet staan. De rechter en ook de officier kunnen vragen stellen aan de verdachte. Vervolgens houdt de officier een requisitoir: dat is een betoog over wat hij van de strafzaak vindt. Ook eist hij een straf. Voor alle duidelijkheid: een officier eíst straffen, hij spreekt geen vonnis uit. Dat doet de rechter.

In de steden waar een rechtbank staat, heeft het openbaar ministerie een eigen kantoor. Dat is het arrondissementsparket, onder leiding van een hoofdofficier van justitie. De grootste van deze in totaal negentien parketten zetelen in Amsterdam en Rotterdam, waar de misdaadcijfers het hoogst zijn.

Andere naam
Wanneer een verdachte of het OM het niet eens is met het vonnis van de rechtbank, kunnen zij in hoger beroep gaan. Dus: vragen of een hogere rechter zijn licht over de zaak wil laten schijnen.

Dat hoger beroep vindt dan plaats bij een van de vijf gerechtshoven in Nederland. Ter rechtszitting bij het hof vervult de vertegenwoordiger van het OM dezelfde rol als bij de rechtbank. Wel draagt hij een andere naam: niet officier van justitie, maar procureur-generaal.

De vijf gerechtshoven in Nederland zetelen in Amsterdam (met mr. Ficq als procureur-generaal), Den Haag (pg: mr. Docters van Leeuwen), 's-Hertogenbosch (pg: mr. Blok), Arnhem en Leeuwarden (beide mr. Steenhuis als pg). De rechter heet bij het hof raadsheer.

Boven het gerechtshof staat nog de Hoge Raad. Dat (enige) hoogste rechtscollege in ons land beoordeelt niet meer of de verdachte schuldig is, maar wikt en weegt of een lagere rechter het recht goed heeft toegepast. Daar wordt de knoop definitief doorgehakt.

Het openbaar ministerie eist bij de Hoge Raad geen straffen, maar heeft een adviserende taak. Bovendien valt het parket (dus het OM) bij de Hoge Raad niet onder het college van procureurs-generaal en is het, bij wijze van uitzondering, onafhankelijk van de minister van justitie.

Toestemming
Naast de drie hoofdtaken (opsporing, vervolging, toezicht) draagt het OM zorg voor wat minder bekende klussen. Zo is het OM betrokken bij de naleving van de Wet op de lijkbezorging. Als iemand een niet-natuurlijke dood gestorven is, kan er een misdrijf in het spel zijn. De officier van justitie moet daarom in zo'n geval toestemming geven voor begraven of cremeren van de overledene.Zie ook: De afgevoerde gladiatoren van Justitie

Zie ook:
De afgevoerde Justitie-gladiatoren
Brief Docters
Ficq: Loyaal aan Sorgdrager
Blok: Weinig wapenfeiten