| Binnenland |
Blok: Weinig wapenfeitenVan onze binnenlandredactie Van Blok zijn als procureur-generaal (pg) nog geen opmerkelijke wapenfeiten te noteren. Maar hij zit er dan ook nog maar net. Hij geldt als een klassieke, wat stijve jurist. Zelf treedt hij niet of nauwelijks naar buiten. Hij moet het credo huldigen dat als ze niets van je weten, ze ook niet over je kunnen praten en schrijven. Het meest in de publiciteit komt Blok in zijn vorige functie als hoofdofficier van justitie in Den Haag. Zijn baas is op dat moment de huidige justitieminister, Sorgdrager, dan zelf procureur-generaal in Den Haag. Hun samenwerking levert een bizar conflict op tijdens de parlementaire enquête naar de IRT-perikelen. Blok en Sorgdrager spreken elkaar onder ede voor de commissie-Van Traa op een belangrijk punt volledig tegen. De zaal van de Eerste Kamer waar de verhoren plaatsvinden zindert van spanning. Blok beweert dat hij als hoofdofficier zijn baas Sorgdrager wel degelijk heeft ingelicht over door de politie gecontroleerde drugstransporten in het district Haaglanden. Maar Sorgdrager ontkent in alle toonaarden dat zij hierover ooit is geïnformeerd. Na verder onderzoek stelt de commissie dat geen van beiden opzettelijk tegen de waarheid had verklaard. De zaak loopt, gelukkig voor hen, met een sisser af. Toch moet een van de twee het niet bij het rechte eind hebben gehad. Blok is in 1994 ook voorzitter van een commissie die zich over het softdrugsbeleid buigt. Het advies is radicaal: het aantal coffeeshops moet terug naar nul en de teelt van nederwiet moet worden uitgebannen. Het advies wordt volledig getorpedeerd. Blok heeft als enige van de thans vier zittende procureurs-generaal geen betaalde bijbaan en ook in de onbetaalde nevenfuncties is de Zeeuw zuinig. Welgeteld één nevenfunctie heeft hij: hij is lid van de Stichting regionale instelling beschermd wonen. In het college heeft Blok onder meer de portefeuilles bedrijfsvoering van het openbaar ministerie, drugsbeleid en verkeer. |