Weerwoord: Waren David en Salomo echt machtig?

beeld iStock

Volgens de Bijbel waren David en Salomo machtige koningen. 1 Koningen 4:21 stelt zelfs dat „Salomo heerste over alle koninkrijken vanaf de Eufraat tot aan het land van de Filistijnen en de grens van Egypte” (zie ook vers 24). Zijn dergelijke claims echter wel houdbaar in het licht van historisch onderzoek?

Veel wetenschappers zullen deze vraag ontkennend beantwoorden. Buiten de Bijbel is er namelijk geen enkele aanwijzing dat Israël ten tijde van David en Salomo een machtig koninkrijk was. Archeologisch onderzoek suggereert bijvoorbeeld dat Jeruzalem toentertijd slechts een stad van beperkte omvang was. Ook zijn er weinig tekstvondsten uit de tijd van David en Salomo, terwijl je zou verwachten dat er in een goed georganiseerd koninkrijk (1 Koningen 4:7) heel wat geschreven werd.

Archeologische opgravingen zouden wel bevestigen dat Salomo bouwactiviteiten ondernam in Hazor, Megiddo en Gezer (1 Koningen 9:15), zo werd lange tijd aangenomen. Het bepalen van de ouderdom van archeologische opgravingen is echter een lastige klus. Inmiddels dateren veel archeologen de opgegraven bouwwerken in deze steden een eeuw na Salomo. Het is niet zeker of die latere datering klopt, maar ook deze bevestiging van een Bijbels gegeven is dus hoogst onzeker geworden.

Om deze en andere redenen menen veel wetenschappers dat de Bijbelse beschrijving van de macht van David en Salomo sterk overdreven is. In werkelijkheid zouden David en Salomo over een zwak koninkrijkje in het bergland van Juda geregeerd hebben.

De vragen die geplaatst worden bij het traditionele beeld van David en Salomo zijn niet allemaal onterecht. Het ontbreken van archeologische aanwijzingen voor een machtig Israëlitisch rijk is inderdaad opmerkelijk. Ook valt moeilijk te ontkennen dat de Bijbel, zeker in de beschrijving van Salomo’s regering, gebruik maakt van de stijlfiguur van de hyperbool (literaire overdrijving). Dat geldt bijvoorbeeld voor 1 Koningen 10:27, waar staat dat Salomo ervoor zorgde dat er in Jeruzalem net zo veel zilver was als stenen. Dergelijke teksten zijn niet bedoeld om letterlijk te nemen, maar willen benadrukken dat de Heere Salomo en Zijn volk Israël rijk zegende.

Als het gaat om de reikwijdte van Salomo’s heerschappij moeten we alle gegevens zorgvuldig wegen. De Bijbel vertelt dat David de omringende koninkrijken dwong om Israël te erkennen als de dominante macht in Syrië-Palestina (zie 2 Samuël 8 en 10). Dat betekent echter niet dat het hele gebied permanent en direct onder Israëls controle stond. Dat verschilde per plaats en per periode. Bij de Eufraat was de controle waarschijnlijk vooral indirect. Het waren de koningen van Hamath of Zoba die daar eigenlijk de scepter zwaaiden, maar toen die Davids macht erkenden (zie 2 Samuël 8:3-10) reikte diens heerschappij –en later die van zijn zoon Salomo– in zekere zin dus tot de Eufraat. Zo’n genuanceerde voorstelling van de heerschappij van David en Salomo is niet in tegenspraak met archeologische gegevens.

Ondertussen is het goed om te zien dat 1 Koningen 4:21 wel heel ongecompliceerd over Salomo’s heerschappij tot aan de Eufraat spreekt. Dat deed de Bijbelschrijver waarschijnlijk om een boodschap duidelijk te maken: de HEERE vervulde Zijn verbondsbelofte (Genesis 15:18; Deuteronomium 1:7-8; Jozua 1:4). Om dat te laten zien, was het niet zinvol om aan te geven dat het ”heersen” van Salomo niet overal op dezelfde wijze gestalte kreeg.

We kunnen ons dus gemakkelijk te grootse voorstellingen maken van de heerschappij van David en Salomo. Dat komt omdat het bij de geschiedschrijving in de Bijbel vaak niet gaat om historische nuances, maar om het maken van een theologisch punt. De Bijbel schrijft zo over de geschiedenis, dat duidelijk wordt dat de HEERE Zijn woord waarmaakt. Tegelijkertijd is de Bijbelse geschiedschrijving gebaseerd op de historische werkelijkheid. Hoewel er buiten de Bijbel geen aanwijzingen voor zijn, kunnen we aannemen dat David en Salomo een dominante rol speelden in het politieke en militaire krachtenspel in het toenmalige Syrië-Palestina.

De auteur is oudtestamenticus.