Zes op de tien twintigers in CGK gaan zondags naar de kerk

Synode CGK 2019
Kinderappel van het LCJ. beeld Willyenne Hakvoort

Van de christelijke gereformeerde jongeren tussen de 21 en 27 jaar bezoekt minder dan 60 procent de zondagse kerkdiensten.

Dat blijkt uit onderzoek van de twee christelijke gereformeerde jongerenorganisaties LCJ en CGJO, waarvan deputaten kerkjeugd en onderwijs melding maken in hun rapport voor de generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) volgende week.

De groep doopleden ouder dan 28 jaar groeit licht. „Hiermee wordt de tendens zichtbaar dat veel doopleden zich nog niet willen binden aan het kerkverband”, schrijven deputaten. „De band met het landelijke kerkverband is er bijna niet, met de plaatselijke gemeente wordt die iets meer gezien.”

Vertrekken jongeren, dan is vaak de reden dat de kerk voor hen niet meer relevant is.

Voor jongeren tot en met 21 jaar wordt veel georganiseerd, daarna is het aanbod veel minder. Vanaf 16 jaar bezoeken veel jongeren geen bijeenkomsten meer. „Het is moeilijk om jongeren, onder wie studenten, dan nog te bereiken.”

Uit het onderzoek komt verder naar voren dat er nieuwe groepen met eigen pastorale vragen ontstaan, zoals jongeren tussen 20 en 27 jaar met een gezin of „jongeren die wél geloven, maar niet meer in de kerk.”

Jeugdwerkers, pastoraal werkers en predikanten ervaren vaak dat ze tekortschieten.

Ook is er in diverse gemeenten een tekort aan jeugdleiders. „Daardoor komt het bereiken van jongeren nog meer in het gedrang.”