Hindoe denkt aan oude profetie na bekering bekende Indonesiër
Een dochter van de voormalige Indonesische president Sukarno is van moslim hindoe geworden. Sukmawati Sukarnoputri onderging vorige week een bekeringsritueel op Bali. Wat zegt dit over de religieuze tolerantie in het grootste moslimland ter wereld?
Honderdduizenden woedende Indonesische moslims betoogden in 2016 tegen de christelijke Ahok, gouverneur van Jakarta. Hij had uit de Koran geciteerd en de demonstranten vonden dat hij dat als niet-moslim niet had mogen doen. Uiteindelijk belandde Ahok in de cel voor godslastering.
Waar waren die honderdduizenden betogers toen vorige week bekend werd dat Sukmawati Sukarnoputri van moslim hindoe was geworden? De dochter van de oud-president onderging in het huis van haar overleden oma op Bali –zij was hindoe– de ceremonie Sudhi Wadani. Conform voorschrift zwoer Sukarnoputri trouw aan het hindoeïsme, verklaarde ze dat ze zich vrijwillig bekeerde en voerde een zelfzuivering uit. De plechtigheid begon maandag en eindigde de volgende ochtend, uitgerekend op haar 70e verjaardag.
Veiligheidstroepen zagen toe op een vreedzaam verloop van de ceremonie, maar druk hadden ze het niet. Ook in de dagen erna bleef het rustig in de Indonesische straten. Een relatief milde reactie kwam er van de Ulema Raad, het hoogste islamitische gezag in het land. Vicevoorzitter Anwar Abbas riep Sukarnoputri op om de islam niet te vernederen. „Laat haar, nu ze zich bekeerd heeft, een goede hindoe zijn en geen lelijke dingen over de islam zeggen.” Moslims vroeg hij om de dochter van Sukarno te respecteren.
Had het niet voor de hand gelegen als Indonesische moslims massaal waren opgestaan tegen het verlaten van de islam door een bekend figuur in het land? Met ruim 225 miljoen moslims heeft Indonesië immers de grootste moslimbevolking ter wereld. Bepaalde interpretaties van islamitische heilige teksten schrijven toch voor dat op geloofsafval de doodstraf staat?
Bekeringsijver
Dat de vlam in de pan zou slaan, had Indonesiëkenner Martin van Bruinessen ook niet verwacht. Volgens de emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht zou het opzienbarender zijn geweest als zus Megawati de islam had verlaten. Deze vrouw, van 2001 tot 2004 president, is een van de invloedrijkste politici en wordt veel meer dan Sukmawati als een representant van de natie gezien.
Toch betwijfelt de Indonesiëkenner of er dan wél onrust was ontstaan. De Sukarno’s staan bij het volk niet bepaald bekend als vrome familie, maar meer als nominaal islamitisch. Van Bruinessen wijst er tevens op dat de doodstraf op afvalligheid binnen de islam zelden wordt uitgevoerd. Hij weet daarvan in de historie van Indonesië geen voorbeelden.
Volgens de Utrechtse emeritus hoogleraar kende Indonesië een lange traditie van godsdienstige tolerantie. „Mensen met een minderheidsreligie vonden vaak moeilijk een huwelijkspartner van eigen richting. Gemengde huwelijken, waarbij geliefden ook na de huwelijksdag hun eigen godsdienst trouw bleven, kwamen daarom vaak voor. Twee geloven op één kussen zagen Indonesiërs zelden als probleem. Wel werd vastgelegd in welke religie toekomstige kinderen zouden worden opgevoed.”
Vanaf de jaren 90 nemen gemengde huwelijken af, aldus Van Bruinessen. Religieuze overgangen komen nog wel veel voor, maar vaak richting islam. Niet-moslims worden steeds vaker gepusht om moslim te worden, signaleert hij. Zo’n overgang tot de meerderheidsreligie bevordert bijvoorbeeld de carrièrekansen van ambtenaren. De emeritus hoogleraar wijt toenemend fundamentalisme en afnemende tolerantie aan de Indonesische en internationale politieke ontwikkelingen en spanningen en aan versnelde globalisering. Een deel van de Indonesische bevolking, onder wie Sukmawati, maakt zich daarover zorgen.
Met haar overgang naar het hindoeïsme wil Sukarnoputri daarom een statement maken, vermoedt Van Bruinessen. „De oorspronkelijke Indonesische islam paste bij de cultuur en was tolerant voor andere religies. Waarschijnlijk wil Sukarnoputri met haar stap moslims laten zien dat het hindoeïsme veel beter past bij de Indonesische cultuur en een reëel alternatief is voor de wetsgerichte islam.”
Profetie
Voor Indonesiërs is het hindoeïsme bovendien geen vreemde godsdienst. Na het christendom is het de derde religie van het land. Op het eiland Bali is meer dan 90 procent hindoe; landelijk gezien is dat zo’n 3 procent. In alle delen van Indonesië staan hindoetempels, ook in door moslims gedomineerde gebieden. De staat beschermt deze gebedshuizen.
De bekering van Sukarnoputri trekt ook de aandacht in het door hindoeïsme gedomineerde India. Nieuwssite OpIndia meldde dat hindoes geloven dat de overgang van Sukarnoputri naar het hindoeïsme het begin is van het uitkomen van een in 1478 uitgesproken profetie van een hindoepriester. Die priester, Sabdapalon, zou tegen een koning die moslim was geworden hebben gezegd dat hij, Sabdapalon, na 500 jaar zou reïncarneren en de archipel zou bevrijden uit de klauwen van de islam en de glorie van de hindoe-Javaanse religie zou herstellen.


