Cultuur & boeken

Van machinist tot predikant

Als jonge man blies Marien Blok in de muziekvereniging de piston, een soort trompet. Later was er bij hem sprake van een andere melodie, op een andere plaats. Want toen zou hij, naar de woorden van Psalm 27, „in Zijn tent offeranden des geklanks offeren.”

Dr. H. Florijn

Marinus Blok werd in 1909 in Middelharnis geboren. Zijn vader was daar postbesteller. De man moest hard werken om zijn groeiend gezin te onderhouden, maar hield toch ook nog tijd over om deel te nemen aan het verenigingsleven in het dorp. Vooral in de muziekvereniging ”Sempre Crescendo” was hij actief. Het werkte aanstekelijk op zijn zoon Marinus en de jongen blies al spoedig op de piston krachtig zijn partij mee tijdens uitvoeringen. Hij heeft er zelfs eens een eerste prijs mee gewonnen.

In kerkelijk opzicht leefde Marien Blok niet erg mee. Dat kwam mede doordat hij van beroep machinist was en ook ’s zondags dienst had op de stoomtram. Maar het kwam tot een omkeer. De opmerking van een collega, die hem erop aansprak dat hij niet bad voor het eten, luidde een verandering in. De jonge Blok zag, aldus Kranendonk -die een biografie over hem schreef-, „dat zijn leven vol schuld en zonde was tegenover God.” Marinus ging de Bijbel lezen en de kerkdiensten bezoeken. Zijn ontslag als machinist na een tramongeluk betekende ook het einde van de zondagsarbeid. Blok werd schoenmaker.

De bijeenkomsten van Sempre Crescendo schonken hem geen plezier meer. Blok zocht contact met gezelschapsmensen. Met hen ontstond er een band, zeker toen de Heere hem geleid had „in het geheim van het zalig worden om niet.” Blok sloot zich aan bij de Gereformeerde Gemeenten. Hij werd er werkzaam met de roeping tot het predikambt en in 1941 werd hij toegelaten tot de Theologische School. Drie gemeentes heeft M. Blok als predikant gediend: Zeist (van 1945-1949), Rotterdam-Centrum (van 1949-1956) en Rijssen (van 1956-1961).

Thuiskomst

Uit Bloks arbeid als student en als predikant heeft Kranendonk verscheidene anekdotes weergegeven. Indrukwekkend is het verslag van de reis die student Blok in 1943 maakte naar Bruinisse. De boot werd door vliegtuigen beschoten en verscheidene passagiers kwamen om het leven.

Als predikant kon hij zijn mening kernachtig naar voren brengen. Een voorbeeld daarvan geeft Kranendonk op blz. 125: „Ook bij de ouderlingen drong hij erop aan bij de leesdiensten te letten op de tijd. „Broeders”, zei ds. Blok dan, „als de leesdienst langer dan anderhalf uur duurt, komt de duivel in de kerk.” Wetend dat het gebed nogal eens kon uitdijen, voegde hij er soms aan toe dat niets zo verveelt als lang bidden.”

Ontroerend is het verhaal van het sterven van ds. Blok. „Denk je dat je nog thuiskomt?” vroeg zijn vrouw aan hem in het ziekenhuis. De ogen van ds. Blok gingen glinsteren. „Thuiskomen? Ja, thuis kom ik hoor! Maar zoals jij het bedoelt, dat weet ik niet.”

Het zijn enkele citaten uit dit boek, waarin het leven van de predikant goed leesbaar en evenwichtig beschreven is. Bepaalde pijnlijke kwesties, zoals het meningsverschil tussen ds. Blok en ds. Kersten na de Tweede Wereldoorlog zijn niet verzwegen. Helaas komen er maar weinig uitspraken van ds. Blok zelf in het boek voor. Dat komt doordat de predikant weinig over zichzelf sprak. Iets daarvan wordt vergoed door de uitstekende illustraties die opgenomen zijn en de twee bijlagen. De eerste bevat de eerste preek, de tweede geeft de laatste meditatie van ds. M. Blok weer. Het boek wordt voorafgegaan door een inleiding van de hand van broer ds. P. Blok waarin een goede indruk gegeven is van het gezin waarin Marinus opgroeide.

N. a. v. ”Leven en werk van ds. M. Blok”, door W. B. Kranendonk; uitg. Den Hertog, Houten 2001; ISBN 90 33116 103; 187 blz.; € 16,-.