Recensie: Van der Kooy demonstreert Leeflang/Boonorgel orgelmuseum Elburg
Jos van der Kooy maakte een cd op een orgel dat de toenmalige jonge firma Leeflang –met als directeur Ernst Leeflang en de latere firmant Jan Keijzer als belangrijkste medewerker– als een uit de kluiten gewassen huisorgel in 1954 opleverde.

Sinds 2015 staat het –met de kleurige vormgeving van de vorige eigenaar, Gert Boon– in een zaal van het Nationaal Orgelmuseum in Elburg. Alleen al om de teksten in het cd-boekje zou je de schijf aanschaffen: je krijgt als lezer een goed inzicht in en overzicht van hoe de bouw van dit orgel tot stand kwam.
De muziek die Van der Kooy, organist van de Amsterdamse Westerkerk en stadsorganist van Haarlem, uitzocht past het orgel als een handschoen. De organist omschrijft de klank als „koud vuur”, en deze typering past zeker bij de ”Vier Manuaalstukken” van Piet Kee, die gloedvol worden gespeeld.
We beginnen echter met de twee grote B’s: Dietrich Buxtehude en Johann Sebastian Bach. In de passacaglia van de eerste horen we zeer fraaie registraties, Bachs zesde Triosonate wordt zeer gaaf (in de zin van technisch perfect maar ook ‘tof’) én kamermuzikaal uitgevoerd. De slagwerkgeluiden van de mechaniek zal Bach niet hebben bedoeld, maar in zo’n ruimte hoor je nu eenmaal alles.
De zes Valeriusliederen van Piet Post zijn luchtige en onderhoudende werkjes, mooi dat ze allemaal zijn vastgelegd. Cor Kee’s Preludium en Fuga in a slaat naast Sonate II van Hindemith zeker geen slecht figuur. Van der Kooy heeft –via zijn studie bij Piet Kee– een goede antenne voor het uitvoeren van deze muziek. Een luchtige en onderhoudende improvisatie besluit deze cd, die het predicaat ”document” ten volle verdient.
„De beste Orgelbouwers wonen in Denemarken en Middelharnis” – Jos van der Kooy bespeelt het Leeflang/Boonorgel in het Nationaal Orgelmuseum te Elburg; HOVO (291208); € 15,- (incl. verzendkosten); info@nationaalorgelmuseum.nl
Vond u dit artikel nuttig?
- Meer over
- Gedraaid




