Dit is een opinieartikel. Plaatsing betekent niet dat de redactie met de mening van de auteur(s) instemt. Reageren? Stuur uw artikel (600 of 800 woorden) of ingezonden brief (maximaal 250 woorden) naar opinie@refdag.nl.

OpinieOpinie

Ds. G. Clements: Document van overeenstemming eerste proeve die uitwerking behoeft

De overeenstemming tussen de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland heeft inmiddels heel wat reacties opgeroepen. Reden genoeg om erop in te gaan en eventuele misverstanden weg te nemen.

Een opengeslagen Bijbel op een oude houten katheder in het schip van een gotische kathedraal met glas-in-loodramen op de achtergrond.
„Hoe ernstig en bewogen de uitwendige roeping moge zijn, zij brengt geen vruchten van geloof en bekering voort. Wij zijn van nature vijanden van het kruis van Christus.” beeld Getty Images

Ds. D.E. van de Kieft gaf als eerste commentaar in een uitvoerig interview in het Reformatorisch Dagblad (RD 21-3), anderen stelden kritische vragen, onder wie broeder ds. C. Harinck (RD 8-4). Ook zijn er allerlei vragen binnengekomen via de mail of anderszins.

Status

Zonder iets te willen afdoen aan de inhoud, is het nodig vooraf iets te zeggen over de status van het document van overeenstemming (dvo). Dit document is de neerslag van gesprekken die door vertegenwoordigers van de Gereformeerde Gemeenten (GG) en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN) zijn gevoerd. In de afgelopen jaren probeerden wij te luisteren naar onze wederzijdse visies op zaken als de prediking en de heilsorde. Dr. S.D. Post bracht dit treffend onder woorden in zijn column in het Reformatorisch Dagblad (RD 4-4): „De verklaring is de vrucht van jarenlange gesprekken over kerkelijke eenheid en moet worden gezien als een betekenisvolle stap.”

Wat soms in één adem wordt genoemd, kan de indruk wekken dat het een het ander verzwakt of in twijfel trekt

Zoeken naar eenheid is een broos proces. Het document is een eerste proeve van overeenkomst over wezenlijke elementen van de prediking. De beknoptheid is mijns inziens de reden voor de vragen die het heeft opgeroepen. Wat soms in één adem wordt genoemd, kan de indruk wekken dat het een het ander verzwakt of in twijfel trekt. Dit kan zo overkomen, maar ik wil gezegd hebben dat dit geenszins de bedoeling van deze opzet is.

Winst

Voordat ik hierop inhoudelijk inga, zou ik vooraf graag de winst van het document willen benoemen. De tekst is deels ontleend aan een recente uitgave van de GGiN, onder de titel ”Wet en Evangelie” (2019). Hierin wordt gesteld dat beide Wet en Evangelie aan alle hoorders moet worden verkondigd.

Sinds de 19e eeuw was dit een sjibbolet in de kerken van de Afscheiding. De ‘Drentse’ richting stond een beperkt aanbod van genade voor. De wet moest wel aan allen worden gepredikt, maar de genade slechts aan ”schuldverslagen” zondaren. Onder deze predikers bevond zich de achtenswaardige voorganger Elias Fransen (†1898). Anderen, zoals de ‘Geldersen’, vonden dat Wet en Evangelie wel aan alle hoorders moesten worden verkondigd.

Deze richtingenstrijd heeft doorgewerkt in de 20e eeuw, in de Gereformeerde Gemeenten (in Nederland), maar ook in andere kerkverbanden. Het document van overeenstemming stelt nu vast dat niet alleen de wet, maar ook het Evangelie tot alle hoorders komt, met een beroep op de artikelen van de Dordtse Leerregels (DL II.5; III.IV.8). Volgens deze artikelen is de prediking algemeen, welmenend en onvoorwaardelijk.

Adres

Deze overeenkomst is geheel in lijn met de toelichting van ds. Kersten in zijn ”Gereformeerde Dogmatiek”. Over de prediking van het Evangelie schrijft hij: „Christus doet Zijn knechten met heilige ernst de zondaar nodigen tot diens behoud, ja bidden, gelijk ook Paulus schrijft: Wij bidden u van Christus’ wege, laat u met God verzoenen” (”Dogmatiek” II.71).

Ik erken dat de beknoptheid van het document vragen kan oproepen

Kersten is ook duidelijk over het adres van de Evangelieprediking: „Het Woord moet allen, zonder onderscheid gepredikt en aan bekeerden en onbekeerden het Evangelie aangeboden.” Hij wist ook dat sommige predikers dit te ruim vonden. Daarom schrijft hij: „Sommigen staan dit tegen, als zou het aanbod van genade te ruim gesteld worden.” Zijn antwoord is dan: „Maar de Heere Jezus heeft het bevolen: „Predikt het Evangelie aan alle kreaturen” (Markus 16:15; ”Dogmatiek” II.74).

Toepassing

Hiermee komen we terug op de vraag naar de opzet van het document. Bij de woorden „algemeen, welmenend en onvoorwaardelijk”, komen er in één adem zinnen achteraan die vooral gaan over de toepassing door de Heilige Geest. Volgens ds. Harinck wordt er zo „twijfel gezaaid” aan de oprechtheid van de Evangelieprediking.

Ik erken dat de beknoptheid van de zinnen vragen kan oproepen. Het is ook een eerste proeve die een uitwerking behoeft. Maar besef ondertussen wel dat in al onze belijdenisgeschriften er steeds met twee woorden wordt gesproken. De prediking van Wet en Evangelie kan niet zonder de toepassing van de Heilige Geest. Hoe ernstig en bewogen de uitwendige roeping moge zijn, zij brengt geen vruchten van geloof en bekering voort. Wij zijn van nature vijanden van het kruis van Christus.

Johannes Calvijn schrijft: „God zendt mij om aan een ieder de beloften van het heil aan te kondigen, maar aangezien niemand zich bekeert, is het enkel God Die ons verandert en reinigt” (”Tractaat over de eeuwige verkiezing”). Deze toepassing hield ons bezig in de genoemde bijzinnen. „Werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven: Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen” (Filippenzen 2:12-13).

Twee woorden

En die twee woorden moeten vandaag ook genoemd blijven. In sommige kringen wordt bezwaar gemaakt tegen het onderscheid tussen uitwendige- en inwendige roeping. Zoals iemand mij schreef dat het „een dogmatische constructie” is, „die we zo in de Bijbel niet terugvinden.” De schrijver wil blijkbaar niet dat we met twee woorden spreken, een ontwikkeling die we alom kunnen waarnemen.

Dvo brengt tot uitdrukking dat de prediking welmenend is, maar tegelijk dat de Heere voor de vrucht instaat

Al in 2003 schreef ds. J.M.J. Kieviet met eenzelfde zorg over de crisis in de Christelijke Gereformeerde Kerken in het blad ”Bewaar het pand”: „Wat heeft onze (CGK) kerken zo ver gebracht? (
) Is het wellicht mogelijk dat er in de loop van de jaren meer nadruk is komen te liggen op wat de ‘bondeling’ al bezit, namelijk in de belofte, en minder op wat er moet gebeuren, namelijk in wedergeboorte en bekering? (
) De kerken raakten vol met bezittende mensen, die echter van het arme zondaarsleven voor de Heere niet wisten.”

Drieëntwintig jaar later zien we wat dit voor kerkelijk leven kan uitwerken. In het document van overeenstemming is tot uitdrukking gebracht dat de prediking welmenend is, maar tegelijk dat de Heere voor de vrucht instaat.

Beloften

Ds. Harinck vraagt zich ook af waarom het door de Gereformeerde Gemeenten gehanteerde verschil tussen verbonds- en evangeliebeloften niet meer nodig zou zijn. In de besprekingen met de GGiN en de Hersteld Hervormde Kerk zijn hierover nogal eens kritische vragen gesteld. Vind je dit onderscheid wel bij de vaderen? Nee, eigenlijk niet.

Beloften zijn voorwaardelijk in zoverre het gaat over de toe-eigening des heils in bekering en geloof

Beloften zijn in beginsel altijd onvoorwaardelijk, omdat Christus aan alle eisen van het verbond heeft voldaan. Beloften zijn voorwaardelijk in zoverre het gaat over de toe-eigening des heils in bekering en geloof. Om deze reden heeft het deputaatschap vooral in wensende zin geformuleerd: wij „begeren” voortaan te spreken over onvoorwaardelijke- en voorwaardelijke beloften.

Het document is een eerste proeve van overeenstemming. Hopelijk mogen we gezamenlijk in de toekomst tot een meer theologisch-pastorale uitwerking komen. „Doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien” (Hooglied 4:16).

De auteur is predikant van de gereformeerde gemeente in Benthuizen.

Populaire artikelen