
‘Correcte’ taal, vooral als het uitkomt?
Erken de waarde van iedereen en breng mensen niet terug tot één eigenschap. Zie hen in de eerste plaats als mens. Het waren mooie woorden die ik aantrof in een zekere gids die de bloeddruk bij menigeen in Den Haag deze week verhoogde.
Het document in kwestie: een taalgids van en voor ambtenaren op het ministerie van Onderwijs, gepubliceerd door GeenStijl. Drie voorbeelden van concrete voorstellen die daarin te vinden waren: gebruik liever ”Zuidwest-Azië”, ”cisgender mannen” en ”tot slaaf gemaakte” in plaats van ”Midden-Oosten”, ”mannen” en ”slaaf”. Voer voor het vragenuurtje.
Precies dat hypercorrecte taalgebruik staat in schril contrast met een andere term die deze week op de Haagse agenda prijkte. De Kamer zou een aantal deskundigen horen over „de groeiende mondiale anti-rechtenbeweging”. Een hele mond vol; wat wordt ermee bedoeld? Staat het recht op vrije meningsuiting steeds meer onder druk? Wil de Kamer meer weten over de beschermwaardigheid van prille, ongeboren levens? Wie deze term in Den Haag hoort, moet de betekenis echter zoeken in de hoek van gender-, lhbti- en vrouwenrechten en seksuele rechten.
Stigmatiserender kun je het nauwelijks krijgen
Recente kabinetten hanteerden soortgelijke terminologie. Zo schreef Caspar Veldkamp, buitenlandminister in het kabinet-Schoof, over „de toenemende regressieve druk” op zogenoemde seksuele gezondheid en rechten. Onder die rechten schaart men onder andere abortus.
Kenniscentrum Rutgers was een van de genodigden die aan het woord zou komen op de bijeenkomst, die deze week werd uitgesteld. In een vooraf aangeleverde schriftelijke bijdrage riep het kenniscentrum op tot investeren in organisaties die zich blijven inzetten voor „abortuszorg, lhtiq+-personen en vrouwenrechten”. Gezien de gastenlijst viel niet te verwachten dat de overige aanwezigen een andere benadering bij het begrip „rechten” zouden kiezen.
Uiteraard is dat maar één interpretatie. Als die betekent dat prolifeorganisaties tot de „anti-rechtenbeweging” worden gerekend, zal dat door hen worden opgevat als een miskenning van hun intenties. Stigmatiserender kun je het nauwelijks krijgen.
Oud-SGP-politicus Kees van der Staaij merkte in 2023 in deze krant op: „Steeds scherper worden mensen die er anders over denken weggezet; steeds absoluter wordt er over abortus als recht gesproken. En steeds eenzijdiger wordt de stand van de mensenrechten geduid als vóór het absolute recht op abortus.”
Hij wees erop dat „van oudsher het recht op leven, dat ook over het ongeboren leven gaat, heel fundamenteel is.”
Wat deze week opviel: SP en D66, de initiatiefnemers achter de discussie over „de groeiende anti-rechtenbeweging”, hielden zich tijdens het vragenuur afzijdig toen het over de omstreden taalgids ging. Kennelijk voelden zij niet de behoefte zich uit te spreken over het document, dat in de kern één groot pleidooi is voor politiek correcte en zorgvuldige woordkeuze, voor inclusie en tegen stigmatisering.
De vraag is: kan zo’n ‘correcte’ gids samengaan met het gebruik van een term waarmee de prolifebeweging in de kern wordt gekarakteriseerd als ‘anti-beweging’? Het lijkt erop van wel. Hoe? Door ideologie belangrijker te achten dan consistentie, bijvoorbeeld.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Haagse Schouw
- Taal
- Abortus
- Mensenrechten




