Provincie Limburg ziet geen overschrijdingen in uitstoot Chemelot
De uitstoot van drie schadelijke stoffen bij industriecomplex Chemelot is vorig jaar opnieuw onder de wettelijke normen gebleven. De maximale waarden voor benzeen, butadieen en monovinylchloride werden niet overschreden. Wel zat de uitstoot van benzeen relatief dicht tegen de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aan, meldt de provincie Limburg op basis van metingen van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg.
De drie stoffen worden gebruikt door bedrijven op Chemelot. De substanties zijn aangemerkt als zeer zorgwekkende stoffen, wat inhoudt dat bedrijven een plicht hebben om het gebruik ervan zoveel mogelijk te vermijden. De provincie laat de omgevingsdienst metingen uitvoeren bij Chemelot om te monitoren of dat voldoende gebeurt. Sinds 2018 zijn de zogenoemde concentratiewaarden niet overschreden.
Het RIVM stelde eind vorig jaar dat verder onderzocht moet worden hoe schadelijk de combinatie van benzeen, butadieen en monovinylchloride in de lucht kan zijn. „Het is mogelijk dat dit effect heeft op de gezondheid, ook als de concentraties per stof volgens de wet mogen”, aldus het instituut. Het RIVM zei na verkennend onderzoek te weinig gegevens te hebben om te kunnen concluderen of bepaalde ziekten, zoals kanker, in de wijken rond Chemelot vaker voorkomen dan elders. Volgens het rijksinstituut zijn hiervoor meer analyses en metingen nodig.
De gemiddelde gemeten uitstoot van de kankerverwekkende stof benzeen bij Chemelot bedroeg vorig jaar 0,9 microgram per kubieke meter lucht. Dat is een lichte daling ten opzichte van het jaar daarvoor. De grenswaarde waarboven de gezondheidsrisico’s onacceptabel groot worden, ligt op 3,0 microgram. De WHO adviseert een maximumwaarde aan te houden van 1,7.
