Binnenland

Limburgs bestuur voelt weinig voor nieuw oorlogsmuseum

Het bestuur van Limburg ziet weinig in het opzetten van een nieuw ‘experience center’ over de Tweede Wereldoorlog. Volgens gouverneur Emile Roemer zijn er al veel herdenkingsplekken en -projecten in Limburg en moet vooral daar verder op worden ingezet om de herinneringen aan de oorlog en het stilstaan bij de vrijheid in leven te houden.

„Het zou de aandacht afleiden van al bestaande en aanwezige herdenkings- en informatieplekken, zoals de Nederlands-Amerikaanse begraafplaats in Margraten of de Duitse oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn”, stelt Roemer namens het Limburgse college in antwoord op Statenvragen van de VVD over het initiatief.

Statenlid Jacques Michél Bloi (VVD) diende begin vorig jaar een voorstel in om te onderzoeken hoe haalbaar de komst van een zogenoemd ‘WOII Experience Center’ in Limburg is en waar dat dan zou kunnen komen. In zo’n museum zouden „innovatieve technieken” moeten worden gebruikt om bezoekers een „meeslepende beleving” te geven van de oorlog. Dat zou behalve een educatieve functie ook goed zijn voor het toerisme in Limburg.

Gouverneur Roemer zei vorig jaar toe eerst in kaart te gaan brengen hoe groot het Limburgse aanbod van herdenkingsplekken zoals oorlogsmonumenten, begraafplaatsen en musea al is. Het provinciebestuur ziet mede op basis daarvan meer heil in het verbinden van lokale oorlogsinitiatieven rond de oorlog en het verder inzetten op programma’s voor jongeren. „Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst ons bewust blijven dat vrijheid niet vanzelfsprekend is.”

Volgens het provinciebestuur telt Limburg meer dan 450 oorlogsmonumenten. Het college van Gedeputeerde Staten is van plan die voor 2030 te laten ‘adopteren’ door scholen en jeugdorganisaties.