EconomieNieuws

Senioren kochten ruim de helft van nieuwe appartementen

Ouderen kopen graag nieuwgebouwde appartementen, blijkt uit onderzoek van het Kadaster. En liefst grote appartementen, vlak bij voorzieningen.

Voor een stel nieuwe appartementen staan een gele shovel en een gele kraan te wachten tot ze weer aan het werk kunnen. 
Senioren kochten 56 procent van alle nieuwe appartementen. Foto: flats in aanbouw in Amsterdam. beeld ANP, Lex van Lieshout

Senioren zijn een groeiende groep in Nederland en ze bezitten vaak een groot huis. Als ze geschikte alternatieven hebben, gaan ze dan ook verhuizen? Want als ze dat doen, dan laten ze grote woningen achter die jongere gezinnen kunnen kopen. En die laten zelf ook weer een (kleinere) woning achter waar een starter of startend gezin in kan trekken. Zo komt de doorstroming op gang.

Dat gaat niet zomaar. Het is bekend dat 55-plussers minder graag verhuizen dan jongere generaties. Ook blijven ze liever in hun eigen buurt of gemeente wonen. Dat is best logisch: ze wonen vaker al in geschikte woningen en ze kozen al eerder voor hun woonomgeving. Waarom verkassen als je weet wat je hebt en niet zeker weet wat je krijgt?

Maar toch lukt het. Uit onderzoek van het Kadaster blijkt dat de senioren wel degelijk toeslaan als het kan. Het Kadaster bekeek wat er met nieuwbouwwoningen is gebeurd die tussen 2019 en 2025 zijn gebouwd. Senioren kochten 28 procent van die woningen en zelfs 56 procent van alle nieuwe appartementen. Daarbij gaan ze iets kleiner wonen: hun oude huis was gemiddeld 164 vierkante meter groot, hun nieuwe 136.

Slagkracht

Uit de cijfers blijkt dat senioren iets vaker een nieuwbouwwoning willen dan andere leeftijdsgroepen en die wens vooral vaker kunnen realiseren. Ze hebben daarvoor ook de middelen, zoals overwaarde op hun huis of ander vermogen. Zeker de 65-plussers lijken slagkracht te hebben: ze kochten het vaakst de wat grotere appartementen. Het aandeel senioren in de nieuwbouw, of eigenlijk vooral dat van de 65-plussers, nam daardoor sinds 2018 langzaam toe, terwijl het aandeel van 35- tot 54-jarigen juist stevig afnam.

Oudere minder honkvast dan gedacht; er moeten namelijk wel voorzieningen in de buurt zijn

Interessant detail: het is de jongste categorie (18-34 jaar) die de snelste stijging laat zien van hun aandeel, met name bij de koop van nieuwe appartementen. Vermoedelijk is de oorzaak dat er de laatste jaren meer kleinere en betaalbare woningen neergezet worden.

Terug naar de senioren. Ook zij kunnen niet altijd in hun eigen buurt blijven, zoals ze vaak willen. Ze verhuizen gemiddeld zelfs over een iets langere afstand dan jongere kopers. Dat ze minder honkvast zijn dan gedacht, komt vermoedelijk ook doordat ze selectief zijn: er moeten wel voorzieningen in de buurt zijn zoals huisartsen, winkels en horeca, en dat kan elders in de regio net iets beter beschikbaar zijn. Ze kopen wel nog steeds vaak in een rustiger omgeving, en minder in de stad dan jongere generaties.

Doorstromers

En die doorstroming? Door hun overstap lieten senioren jaarlijks ongeveer 7000 koopwoningen achter, in liefst 90 procent van de gevallen een eengezinswoning. En ja, die woningen komen vervolgens in handen van jongere generaties die al een koopwoning hadden, doorstromers dus. En dus niet in handen van starters. De woningen die senioren achterlaten, zijn vaak iets te duur voor hen.

Dat ouderen bij geschikt aanbod best willen verhuizen, is op zich goed nieuws, maar er moet voor senioren nog veel gebeuren. In 2022 is namelijk afgesproken dat er voor 2030 liefst 290.000 woningen voor senioren bij komen. Niet alleen gelijkvloerse appartementen met bijvoorbeeld weinig drempels en een extra ruime opzet – zodat er in de laatste levensfase ook met een rolstoel makkelijk bewogen kan worden. Maar ook woningen waar meer zorg gegeven kan worden, onder meer voor de groeiende groep dementerenden. De bouw daarvan gaat, zoals de bouw in zijn algemeenheid, op dit moment veel te langzaam.