Inspectie: politieonderzoek naar terrorismelijst niet navolgbaar
De politie was „grotendeels niet navolgbaar en deels niet zorgvuldig” in haar onderzoek naar het opstellen van de terrorismelijst. Dat stelt de Inspectie Justitie en Veiligheid, die het onderzoek evalueerde. De politie onderzocht vanaf 2023 de totstandkoming van de terrorismelijst, omdat Nederlanders vermoedden dat ze daar ten onrechte op stonden en met hun verhaal naar de media waren gestapt.
De politie concludeerde toen onder meer dat „tot nu toe niet is gebleken dat Nederlandse burgers destijds onterecht zijn opgenomen op de lijst”. De inspectie heeft daar geen feitelijke onderbouwing van gezien. Ook zet de inspectie vraagtekens bij de onafhankelijkheid van het onderzoek, omdat medewerkers die betrokken zijn of waren bij het werkproces zelf onderzoek deden.
De resultaten van dat politieonderzoek zijn niet openbaar gemaakt. De politie heeft haar werkproces sinds 2018 al op meerdere punten aangepast. De inspectie biedt de politie hulp aan bij toekomstig onderzoek naar haar eigen werkprocessen.
De inspectie heeft de lijst zelf niet onderzocht, de instantie is namelijk niet bevoegd om dat soort gegevens in te zien. Of mensen dus onterecht op de lijst staan, kan de inspectie niet zeggen.
Er is al langer kritiek op de totstandkoming van de terrorismelijst. De Ombudsman stelde eind vorig jaar dat mensenrechten van burgers op de lijst in het geding waren. Gegevens van mensen op die lijst worden onder meer gedeeld met buitenlandse autoriteiten en wie op de lijst staat, kan niet naar bepaalde landen reizen.
