Gerrit van Weelden: Advertenties verkopen was moeizaam werk
Probeer maar eens advertenties te verkopen voor een krant die nog in de kinderschoenen staat. Het was moeizaam werk, herinnert een acquisiteur uit de pionierstijd zich.

Gerrit van Weelden was bijna 24 jaar toen hij in maart 1971 bij het Reformatorisch Dagblad in dienst kwam. Hij ging in het zuiden van het land de boer op om advertenties te verkopen, collega C.F. Boas Berg deed dat in het noorden.
Hoe Van Weelden met het RD in contact kwam, weet de inmiddels 79-jarige Scherpenzeler niet meer. Na zijn militaire diensttijd was hij aan de slag gegaan op de emballageadministratie van Schouten in Giessen. Enkele weken voordat het eerste nummer van de nieuwe reformatorische krant verscheen, kwam Van Weelden er als acquisiteur in dienst.
Om advertenties te kunnen verkopen, moest hij kunnen vertellen wie de abonnees van het RD waren. Daar was onderzoek naar gedaan. Van Weelden heeft de tien pagina’s tellende brochure bewaard: ”Rapport betreffende lezerskring Reformatorisch Dagblad”. Uit de 402 ingevulde enquêteformulieren bleek wat hun hobby’s en interesses waren. En ook dat 46 procent een auto bezat, 74 procent een koelkast, 56 procent een telefoon en slechts 19 procent een ”diepvriezer”. Er werd gevraagd waar men benzine tankte, hoeveel men rookte, en of de groenten vers, uit blik of uit de diepvries werden gegeten.
Gewapend met deze informatie gingen de advertentieverkopers op stap. „Via scriba’s van kerken hoorde ik welke ondernemers we in de achterban hadden. Binnen de SGP was ik secretaris van de kiesvereniging in Gameren en de provinciale vereniging Gelderland. Ook dat leverde contacten op. In die anderhalf jaar heb ik veel mensen leren kennen.”
Adverteerders wilden echter de oplage weten. „Die was in het begin niet groot. Wanneer ik bijna geen advertentie wist te verkopen, belde ik een van de bedrijven waarmee ik goed contact had, zoals Paans in Werkendam, Kleins Kleding in Sliedrecht, Linker Lisse, Verweij’s Orgelhandel in Ridderkerk of bouwbedrijf Louwerse & De Priester in Middelburg. Daar kon ik dan soms nog wat vandaan halen.”
Van Weelden peuterde een advertentie los bij een autogarage. „Maar daar stond een plaatje in dat niet in de krant mocht. Ik vroeg of het zonder dat plaatje kon, maar dat ging niet door. Geen advertentie dus.”
Collega’s
Van Weelden is vaak in het achterkamertje van de familie Oosten aan de Bosstraat in Driebergen geweest, waar het kantoor was gevestigd voordat de krant van start ging. Hij reed ook naar Veenendaal om te overleggen met zijn chef Gert van den Berg, die zijn functie als hoofd buitendienst combineerde met het wethouderschap. „Ik ben daar heel wat keren op het gemeentehuis of bij hem thuis geweest. Hij had toen al een enorm netwerk; daar hadden wij steun aan.”
Elke vrijdagmiddag was er overleg in het kantoortje aan de Korenstraat in Apeldoorn onder leiding van directeur Bokma. „De redacteuren zaten aan de Kanaalstraat; die zag ik nooit. Personeelsbijeenkomsten waren er nog niet.”
Van Weelden hielp een collega, de latere ds. J. Veenendaal, met abonneewerving in Zeeland. „Mensen uit de plaatselijke kerken bezorgden het RD dan huis aan huis. In Middelburg kwamen de helpers niet opdagen, dus toen hebben we de krant zelf door de brievenbussen gedaan. Toen we thuiskwamen, was het al diep in de nacht.”
Van Weelden werkte vanuit zijn ouderlijk huis in Gameren. „In die periode zijn we verloofd en kwamen Bokma en enkele collega’s ons feliciteren.”
Aandeelhouder
Met sommige collega’s klikte het wat minder goed. „Na een vrijdagse vergadering in Apeldoorn ben ik naar Driebergen gereden, naar Hans Veenendaal, die inmiddels aan de universiteit in Utrecht werkte. Hij beloofde te informeren of daar voor mij ook werk was. ’s Maandags kreeg ik al een telefoontje en twee weken later, op 6 september 1972, kon ik aan de slag als „schrijver” op de personeels- en salarisadministratie op de Kromme Nieuwegracht.”
Bij het RD bleef Van Weelden betrokken. „Vanaf onze trouwdag in 1973 als abonnee. En ik had aan m’n vader aandelen verkocht. Toen hij overleed, nam ik die over. De aandeelhoudersvergaderingen heb ik altijd trouw bezocht.”




