Kerk & religieSlavernij

„Dichter Adriaen Valerius had een dikke vinger in de pap bij slavenhandel”

Adriaen Valerius, bekend als componist van het Wilhelmus, is in opspraak, nu uit onderzoek blijkt dat hij nauw betrokken was bij slavenhandel. „Hij had een dikke vinger in de pap”, zegt historicus Peter Blom.

Een luchtfoto van een oude, grijze kerk met een stompe toren.
In de Grote Kerk van Veere ligt Adriaen Valerius begraven. beeld VidiPhoto

Uitgerekend in de week waarin de Verenigde Naties uitspraken dat de trans-Atlantische slavenhandel moet worden beschouwd als „de ergste misdaad tegen de menselijkheid”, werd bekend dat Adriaen Valerius actief was bij de West-Indische Compagnie (WIC).

Zijn handtekening staat onder het document waarmee welgestelde Zeeuwen zich voor veel geld een plek verwierven in de WIC. „Je kunt echt zeggen dat hij een fan was van de WIC”, zegt historicus Peter Blom, conservator van het Zeeuws Archief, bij Omroep Zeeland.

Componist

Valerius (1575-1625) was dichter, componist en lid van het stadsbestuur (schepen) in Veere. De melodie van het Wilhelmus staat op zijn naam. Ook andere vaderlandse liederen droegen bij aan zijn bekendheid, zoals ”Komt nu met zang”, ”Wilt heden nu treden” en ”Merck toch hoe sterck”.

Ze maken deel uit van zijn ”Nederlantsche Gedenck-klank”, een bundel liederen, teksten en illustraties die samen Valerius’ particuliere kijk op de vaderlandse geschiedenis weergeven, tot „stichtelijk vermaak en lering”, voor alle „liefhebbers van het vaderland”.

Valerius ligt begraven in de Grote Kerk in Veere, zijn standbeeld staat er in de Kerkstraat. Vorig jaar werd zijn 400e sterfdag herdacht.

Excuses

Valerius was niet alleen als geldschieter bij de slavernij betrokken. Volgens Blom werkte hij als „klerk van de Veerse equipagemeester en ammunitiemeester Pieter van Reygersberge die ook burgemeester was”. Valerius was op die manier nauw betrokken bij de Zeeuwse admiraliteit, die belast was met de bouw en uitrusting van oorlogsschepen.

Bronzen standbeeld van Valerius, met een open boek in zijn hand, op een grijze sokkel.
Standbeeld Adriaen Valerius in Veere. beeld Wikimedia

Anders dan in Middelburg en Vlissingen –die al publiekelijk excuses aanboden voor hun aandeel in het slavernijverleden– is nog weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de rol van Veere. De handelsstad komt wel in veel bronnen voor, schrijft Dienke Hondius, docent geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam, die nu in opdracht van de gemeente Veere een eerste verkenning heeft verricht.

Handboeien

De stad was op allerlei manieren betrokken bij slavenhandel, zo ontdekte ze. Smederijen leverden brandijzers, kettingen, hand- en voetboeien. Het Arsenaal in Veere, het grootste gebouw van de stad, was een opslagplaats van wapens en buskruit. In de bronnen wordt expliciet melding gemaakt van de handel in „zwarten”.

Hondius laat zich niet uit over de vraag of na haar onderzoek opnieuw excuses op zijn plaats zijn. Dat is een politieke afweging, concludeert ze. „Ik pleit zeker voor het opbouwen, vergroten en behouden van historische kennis, besef en bewustzijn ten aanzien van het slavernijverleden en de koloniale geschiedenis.”

„Het is heel lastig om het met de kennis van nu te beoordelen”

Mar van der Veer, theoloog en musicoloog

Niet verbaasd

De Zeeuwse theoloog en musicoloog Mar van der Veer valt niet van zijn stoel als hij hoort over de betrokkenheid van Valerius bij de slavenhandel. „Er waren indertijd veel bekende Hollanders voor wie hetzelfde gold. Los daarvan: het is heel lastig om het met de kennis van nu te beoordelen.

Het nieuws doet voor mij niets af aan zijn betekenis. Hij voorzag de tophits van zijn tijd van nieuwe teksten, hij bezong de heldendaden van zijn volksgenoten. Geen wonder dat zijn werk pas in de negentiende eeuw, in de tijd van het nationalisme, populair werd.

Hij was zeker geen gelauwerde geschiedschrijver, er waren veel betere. Maar tal van melodieën die hij componeerde, hebben de tand des tijds doorstaan. Die blijven we wat mij betreft gewoon zingen.”