Meditatie: Volgen en belijden
„Ik beveel u voor God, Die alle ding levend maakt, en voor Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft.”
1 Timotheüs 6:13
Jezus wilde dat Simon van Cyrene Hem zou volgen en zou belijden dat hij een van Zijn discipelen was en net als Zijn andere discipelen met Hem zou gaan. Een belijdenis is onmisbaar. Jezus zal niet toestaan dat een van de Zijnen zegt: „Wat, houdt U mij voor een kind van God?”
De Zijnen hebben „de Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden” (Openbaring 14:1). „Deze zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat” (Openbaring 14:4). Zij belijden de Heere Jezus met de mond en geloven met het hart dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met de mond belijdt men ter zaligheid. Als er vuur in de haard is, zal er rook uit de schoorsteen komen. Hij is de Hogepriester van onze belijdenis. Dit moeten wij met de mond belijden, zelfs wanneer we het kruis op onze rug dragen. Deze belijdenis moeten we vasthouden. Dit deed Jezus Christus Zelf voor Pontius Pilatus. Hij heeft de „goede belijdenis betuigd” (1 Timotheüs 6:13).
Er zijn twee dingen die onder de christelijke belijdenis vallen. Heiligheid van het leven. Het is een heilige belijdenis en een belijdenis van heiligheid. Daarom worden de christenen aangesproken als „heilige broeders, die de hemelse roeping deelachtig zijt” (Hebreeën 3:1). Het licht van hun goede werken moet niet slechts branden, maar ook schijnen.
Thomas Boston
predikant te Ettrick
(”Het volgen van Christus, een kruisdragend leven”, 2011)
Dit is de laatste van een serie meditaties genomen uit een preek van Thomas Boston, die 350 jaar geleden werd geboren.
- Meer over
- Meditatie




