OpinieCommentaar
Rangorde aanbrengen in misdaden tegen de menselijkheid is geen goed idee
Met 123 stemmen voor, drie tegen en 52 onthoudingen hebben de Verenigde Naties vorige week een resolutie aangenomen waarin de handel in tot slaaf gemaakte Afrikanen als „de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid” is benoemd.

Vond u dit artikel nuttig?
- Meer over
- Commentaar
- Slavernij
Hebt u een taalfout gezien? Mail naar redactie@rd.nl
Hoewel resoluties van de Algemene Vergadering van de VN juridisch niet bindend zijn, geven ze wel een belangrijke indicatie van de wereldwijde publieke opinie. Landen dus die tegenstemden –Amerika, Argentinië en Israël– gaan daarmee regelrecht in tegen het wereldwijde algemeen gevoelen. En landen die zich onthielden van stemming –de EU-lidstaten, Canada en Australië– worden met een scheef oog aangekeken.
Dat gebeurt niet alleen omdat ze niet echt kleur bekennen, maar ook omdat verschillende van hen –waaronder Nederland– juist op het punt van de slavenhandel vuile handen hebben gemaakt. Was het niet beter geweest dat zij de resolutie hadden gesteund?
De VN duidt dit drama als de „ernstigste misdaad tegen de menselijkheid vanwege de definitieve breuk in de wereldgeschiedenis, de omvang, de duur, het systemische karakter, de wreedheid en de blijvende gevolgen” van de slavernij.
Het is onmiskenbaar waar, dat de slavenhandel tussen 1500 en 1900 een onbeschrijfelijk drama is geweest. Naar schatting twaalf miljoen Afrikanen werden uit hun thuisland weggesleurd, als beesten behandeld, onder erbarmelijke omstandigheden over de Atlantische Oceaan vervoerd en op slavenmarkten verhandeld. Wie kan het leed peilen dat hiermee is aangericht?
Het is belangrijk dat landen die zich hieraan schuldig hebben gemaakt, met dit duistere verleden in het reine komen. Daar wordt in diverse staten, waaronder Nederland, aan gewerkt, door historisch onderzoek, door de teruggave van gestolen cultureel erfgoed, door excuses en soms ook door herstelbetalingen. Dat is ook terecht. Al moet men beseffen dat met geld en woorden nooit het leed kan worden uitgewist.
De VN-resolutie past helemaal in deze lijn. En toch is er bij onder andere Europese landen een haper geweest om de verklaring te steunen. Voor een deel heeft die te maken met het vervolg. De noodzaak om de getroffen volken een smartengeld uit te keren, weerhoudt sommige regeringen. Dat is teleurstellend, want wie schuld bekent, moet ook de consequenties dragen.
Een tweede en fundamenteler punt is dat de slavenhandel als de „ergste” misdaad tegen de menselijkheid wordt aangemerkt. Daar zijn vragen bij te stellen. Dat dit een verschrikkelijk, mensonterend drama was, staat buiten kijf. Maar wie is ermee gediend om een rangorde aan te brengen in de misdaden tegen de menselijkheid? Niemand. Sterker, er zijn meer misdaden tegen de menselijkheid gepleegd die blijvende littekens en gevolgen hebben. Denk aan de systematische vernietiging van zes miljoen Joden, of aan de twintig miljoen slachtoffers van de Stalinterreur.
Elk van deze misdaden tegen de menselijkheid is op zichzelf verschrikkelijk. Wie een rangorde aanbrengt, loopt het risico de ‘minder erge’ te bagatelliseren.