Lezersbrieven: Bijbelse profetieën, gebedsgenezing en homeopathie
In de rubriek Opgemerkt reageren lezers op artikelen uit het Reformatorisch Dagblad of op actuele thema’s.

Bijbelse profetieën
De auteurs van het artikel ””Wat zegt de Bijbel over Iran?” is de verkeerde vraag” (RD 20-3), A. Versluis en H. de Waard, vinden het verlangen naar Bijbelse duiding aangaande de onrust in het Midden-Oosten wel begrijpelijk, maar dat zou geen recht doen aan de Bijbelteksten. Gewezen wordt op uitzendingen in de media en op preken over Iran en andere volken.
We moeten inderdaad oppassen dat we al te gauw met profetieën een vertaalslag willen maken naar een concrete situatie van vandaag. Ik constateer echter dat we aan de andere kant over het algemeen te weinig met de profetieën bezig zijn. God heeft Zijn plan met de wereld geopenbaard in de Schriften, via profeten als Jesaja, Jeremia, Ezechiël en anderen. Laten we ze daarom onder leiding van Gods Geest nauwkeurig onderzoeken. De profetische boodschap is niet alleen bedoeld voor de tijdgenoten van de profeten, maar ook voor ons, de gemeente van het Nieuwe Testament. Dat wordt nog weleens vergeten.
We leven in een turbulente tijd. Er zijn oorlogen en geruchten van oorlogen, die wijzen op de nadering van de gebeurtenissen van de eindtijd. Met name de terugkeer van de Joden naar het beloofde land is een belangrijk teken. Dat leidde in 1948 tot de oprichting van de staat Israël. Dat ging gepaard met heftige vijandelijkheden. Daarin mogen we Bijbelgedeelten als Psalm 83 tot vervulling zien komen. En naarmate de tijd voortschrijdt, geldt dat, denk ik, ook voor de gebeurtenissen beschreven in Ezechiël 38 en 39 (Gog en Magog).
Alle reden dus voor de kerken om in de prediking meer aandacht te geven aan de profetieën en niet alleen aan de geestelijke betekenis daarvan. De bijzondere plaats van het Joodse volk moet daarbij ten volle tot zijn recht komen.
Jacob van Balen, Nunspeet

Gebedsgenezing en homeopathie
In een lezenswaardig artikel over gebedsgenezing zegt prof. dr. J. Hoek: „We moeten de mogelijkheid voor wonderen openhouden” (RD 21-3). Dat onderstreep ik van harte. Een voorbeeld: Een vrouw had een gezwel aan haar rug. Niets doen betekende sterven; opereren zou heel riskant zijn, volgens de behandelaars. De vrouw realiseerde zich dat de dood zeer nabij was, maar ze kon God niet ontmoeten. Dat werd haar diepe nood. Ze zocht hulp bij een predikant. Na enige tijd volgde er weer onderzoek en bleek het gezwel kleiner geworden. Bij een volgend onderzoek was het gezwel verdwenen, tot grote verbazing van de behandelaars.
Mw. Hoek-van Kooten vindt iedere genezing een wonder –en dat is het– maar verbaast zich erover dat in de gereformeerde gezindte gebruik gemaakt wordt van homeopathie en andere alternatieve geneeswijzen. Occulte behandelingen passen inderdaad niet bij het leven met God, maar homeopathie is niet occult. Onze Schepper heeft geneeskracht gelegd in planten en mineralen.
Laten we letten op Gods wijsheid in de genezende kracht van planten, mineralen enzovoorts en die gebruiken in afhankelijkheid van Gods zegen.
R. Koch, Staphorst
GGiN en GG
Het RD van 20 maart kopte boven een interview: ”Ds. Van de Kieft (GGiN): Overeenstemming met Gereformeerde Gemeenten is verblijdend”. Natuurlijk is het een mooi iets als breuken die er kerkelijk zijn, worden geheeld. Maar staan wij als Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGIN) niet veel verder van de Gereformeerde Gemeenten (GG) af als we ook uiterlijke zaken erbij betrekken? Natuurlijk, ook binnen mijn eigen kerkverband, de GGiN, zijn hierover zorgen. En ook zijn er in dit opzicht verschillen tussen de GG-gemeenten onderling. Toch denk ik dat de breuk dieper ligt. Ook hoor ik uit de GG geen enkel geluid van excuses aan het adres van wijlen dr. C. Steenblok.
In het interview wordt aan ds. D.E. van de Kieft gevraagd: „Het lijkt erop dat er nu overeenstemming tussen de GG en de GGiN is over het aanbod van genade, maar niet over de beloften, want de GG stellen het adres van de voorwaardelijke beloften doorgaans algemener. Klopt dat?” De predikant geeft als antwoord: „Als ik luister naar de deputaten van de GG kan ik dat niet zeggen. In onze gesprekken was geen ruis, maar overeenstemming, en dat is verblijdend. Er zullen misschien ambtsdragers in de GG zijn die er anders over denken, maar dat kan ik niet beoordelen.” Zou het alleen om ambtsdragers gaan of misschien ook om GG-predikanten?
Een interview met een degelijke kop geeft mijns inziens nog meer verwarring, juist onder jonge mensen, als het gaat om het maken van een kerkelijk keuze. Bijvoorbeeld als er in de omgeving van een GGiN-gemeente een GG-gemeente met een predikant is.
Martin Boot, Staphorst
In Opgemerkt reageren lezers van het Reformatorisch Dagblad op de inhoud van de krant. Ook reageren? Stuur uw reactie (maximaal 250 woorden) naar opinie@refdag.nl. Op ingezonden brieven kan niet worden gereageerd.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Opgemerkt









