BuitenlandLichaamsdelen

Onderzoek: ruim 260.000 menselijke resten in Britse musea

Onderzoek van de krant The Guardian toont aan dat in Britse musea ruim 260.000 menselijke resten liggen opgeslagen. Tienduizenden komen van buiten Europa, veelal uit voormalige koloniën.

Mensen in museum.
Bezoekers van het Natural History Museum in Londen. Het museum in de Britse hoofdstad stelt minstens 11.215 niet-Europese menselijke resten in bezit te hebben. beeld HH, Peter Hilz

Britse musea hebben zeker 260.000 menselijke resten in hun bezit, blijkt uit onderzoek van de Britse krant The Guardian. In 28.914 gevallen is het zeker dat het menselijke resten betreft die afkomstig zijn van buiten Europa. Zowel Britse politici als historici hebben de onderzoeksresultaten al een beschamende erfenis van het Britse kolonialisme genoemd. Helemaal omdat veel van de menselijke resten simpelweg in dozen liggen opgeslagen. „Heiligschennend en diep spiritueel kwetsend”, noemde Paul Boateng, ex-minister en lid van het Britse Hogerhuis, dat nieuws.

Volgens Boateng ontmaskeren de recente bevindingen Britse musea en universiteiten als „imperiale knekelhuizen waar de botten van inheemse volkeren” tot op de dag van vandaag „worden bewaard onder omstandigheden die nauwelijks voor te stellen zijn”.

Alleen al het Natural History Museum in Londen stelt minstens 11.215 niet-Europese menselijke resten in bezit te hebben.

Trofeeën en pseudowetenschap

Dan Hicks, hoogleraar hedendaagse archeologie aan de University of Oxford, stelt in The Guardian dat veel museumcollecties menselijke resten en lichaamsdelen bevatten die door Britten uit begraafplaatsen en van slagvelden zijn geroofd. Ze werden volgens hem daarna veelal naar het VK meegenomen als trofeeën. Of ze werden gebruikt voor racistische pseudowetenschap.

Het grote aantal aangetroffen menselijke resten uit oud-koloniën in Britse erfgoedinstellingen verbaast de Nederlandse roofkunstexpert Jos van Beurden echter „volstrekt niet”. „Sterker nog, ik denk dat ze er nog veel meer zullen vinden wanneer ze echt goed gaan zoeken”, zegt hij. Bij veel van de menselijke resten in Britse musea en universiteitscollecties is de herkomst vooralsnog onbekend.

Slechts 100 van de 241 Britse instellingen die menselijke resten in hun bezit hebben, gaven tegenover The Guardian een geschat of een exact aantal personen op. De overige instellingen stelden dat niet te kunnen zeggen. Vaak omdat resten van meerdere lichamen door elkaar zijn geraakt, omdat delen van de administratie ontbreken of omdat sommige resten überhaupt nooit zijn geregistreerd.

Parlementslid Bell Ribeiro-Addy noemt de huidige opslagmethodes in dozen barbaars

Dit maakt het zeer ingewikkeld om ze terug te geven aan herkomstgemeenschappen, waarschuwt Van Beurden. Regeringen van oud-koloniën hebben meestal slechts interesse in de resten van nationale, anti-koloniale helden. Die zijn meestal ook makkelijker identificeerbaar. „In andere gevallen moet je daarbij wat geluk hebben.”

Maar ook als menselijke resten niet kunnen worden teruggegeven, dienen Britse musea en andere instellingen die op zijn minst met respect te behandelen. Parlementslid Bell Ribeiro-Addy, voorzitter van een groep leden van het Britse Lager- en Hogerhuis die zich bezighoudt met herstelmaatregelen voor mensen van Afrikaanse afkomst, noemt de huidige opslagmethodes in dozen barbaars.

Hoe nu verder? Volgens Van Beurden is het in de eerste plaats belangrijk dat musea, universiteiten en erfgoedinstellingen de komende tijd zichtbaar maken welke menselijke resten ze in bezit hebben. Dat is lastiger dan bij geroofde objecten, zoals een antiek zwaard. In dat geval kan een museum immers een foto online plaatsen. Britse erfgoedinstellingen kunnen de menselijke resten volgens hem echter wel zo nauwkeurig mogelijk proberen te omschrijven. Bijvoorbeeld met behulp van dagboeknotities van de Britten die de lichamen of lichaamsdelen ooit hebben geroofd.

„Het is heel belangrijk om herkomstgemeenschappen te stimuleren te helpen bij het identificeren van de resten”, zegt hij. „De diasporagemeenschap in het Verenigd Koninkrijk kan daar wellicht bij bemiddelen. Zonder hulp van de herkomstgemeenschappen ben je nergens.”