Reizigers op weg naar het oneindige
In 1977 lanceerde de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA twee sondes met de naam Voyager (reiziger). De Voyager 1 bevindt zich inmiddels op zo’n 26 miljard kilometer afstand van de aarde, de Voyager 2 op ruim 21 miljard kilometer. Van alle door mensen gemaakte dingen zijn zij onbetwist het verst gekomen. Nu zelfs al buiten ons zonnestelsel. Maar er is nog steeds contact met beide heelalverkenners.
Omdat radiosignalen net zo snel gaan als licht duurt het inmiddels een dag voordat een aards bericht arriveert. Ter vergelijk: dat was in 1977 de standaardtijd van de postbezorging. Ondertussen zijn wij in Nederland ook al zo ver gekomen dat onze briefpost een extra dag later arriveert.
Door zelflerende mensachtige robots imiteren we op primitieve wijze God zoals Hij ons schiep
Doel van het Voyagerproject was om meer te weten te komen over de buitenste planeten in ons zonnestelsel. In 1977 stonden Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus onderling mooi op volgorde. Door uitgekiend gebruik te maken van hun zwaartekracht kon een sonde ze toen snel en met weinig energie bezoeken. Eigenlijk werkte het als een kosmische knikkerbaan: nadat vanaf de aarde op het juiste moment het ruimtevaartuig was gelanceerd, volgde dat als vanzelf de uitgestippelde route. Omdat planeten continu in beweging zijn, was het rekenwerk voor zo’n Grand Tour ook een grote toer. En een foutje zou een ramp zijn: de volgende keer dat de planeten weer zo gunstig staan, komt pas 175 jaar later.
Het is goed gegaan. De kennis van het zonnestelselmechaniek blijkt tot zeer voorspelbare resultaten te leiden. Begrijpelijk dus dat mensen de schepping zien als een klokwerk dat vanzelf doorloopt, zonder dat de Maker er nog bemoeienis mee heeft. Maar er is meer dan mechanica. Als je een knikker de baan op duwt, sta je er verder slechts als toeschouwer bij. Bij de Voyagers is dat anders. Daarmee kan informatie worden uitgewisseld. Aan boord bevinden zich een computer, een camera, meetapparaten en een zend- en ontvangstinstallatie. Die laatste stuurt foto’s en meetresultaten naar de aarde, maar ontvangt ook instructies. Daarmee kan de computer de motoren koerscorrecties laten uitvoeren, meetapparaten aan- of uitzetten en zelfs de eigen programmatuur aanpassen. Dat lukt zolang er voldoende energie beschikbaar is en de antenne van de Voyager op de aarde gericht blijft. De makers hebben er dus na bijna vijftig jaar nog steeds bemoeienis mee.
Zo’n Voyager gaat als de verbinding wegvalt, wat meermalen gebeurd is, autonoom verder. Maar in 1977 bestond de artificiële intelligentie (AI) nog niet. De ouderwetse software aan boord van de Voyager bevat alleen door mensen geschreven algoritmes. Dat maakt het gedrag voorspelbaar als bij een marionet. Met AI kan een apparaat zelf zijn software aanpassen en leren van wat er in de omgeving waar te nemen is. Dan krijgt het meer zelfstandigheid en improvisatievermogen. Maar het kan ook dingen doen waar de maker niet blij mee is. Door bezig te zijn met AI-humanoïden (zelflerende mensachtige robots) imiteren we op primitieve wijze God zoals Hij ons schiep. Niet als marionet, maar als schepsel dat zelfstandig kan handelen. Door zo ook kunstmatige kopietjes van onszelf te maken, kunnen we indringender beseffen hoe teleurstellend dat kan uitwerken.
De voortgang in wetenschap en techniek leert ons niet alleen nieuwe dingen maar geeft ook meer inzicht in oude kwesties. De Voyagers hielpen bij het onderzoek van het heelal en de materiedeeltjes en stimuleerden ook de verdere ontwikkelingen op het gebied van informatie en communicatie. Bij de verdere doordenking van de kwantumfysica en experimenten met verstrengelde deeltjes lijkt het zonder tijdverschil kunnen communiceren mogelijk. Dan duurt het geen dagen meer, zoals met radiosignalen, maar is direct contact mogelijk. Zo komt de wetenschap na veel omwegen en met veel moeite tot ideeën die allang als realiteit ervaren zijn door gelovigen die bidden tot God.
Net als de Voyagers zijn we van nature ook aards gericht. Onze levensloop moet meer zijn zoals de voortgang van de pelgrim in ”The Pilgrim’s Progress” (Nederlandse titel: ”De christenreis”). Een Voyager toert langs interessante zaken, maar een ”pilgrim” heeft een bestemming. Ofwel: een reiziger is ongericht onderweg naar het oneindige, een pelgrim volgt het pad tot de Oneindige.
De auteur is adviserend ingenieur.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Column Milieu en Technologie





