In het Sophia Kinderziekenhuis worden jaarlijks 220.000 luiers weggegooid. Een deel krijgt nu een tweede leven
Ziekenhuizen hebben een aanzienlijke impact op het klimaat. Milieubewuste medewerkers van het Erasmus MC zetten zich daarom actief in om die voetafdruk te verkleinen — van het recyclen van luiers tot het inzetten van duurzamere medicatie.

In een van de zalen van de Intensive Care Kinderen (ICK) van het Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis staat een grijze luieremmer. De geurdichte emmer heeft wieltjes en een voetpedaal. Een sticker benadrukt dat de emmer ook echt alleen voor luiers is bedoeld. Er mogen dus geen handschoenen, stomazakjes of medicijnverpakkingen in.
„Voorheen kieperden we luiers bij het restafval”, legt verpleegkundige Suzanne Versluis-Broeren uit. Dat het ICK-personeel ze tegenwoordig apart inzamelt, heeft een reden. De pampers gaan naar ARN, een recyclingfabriek in het Gelderse Weurt. Daar worden de plastic bestanddelen verwerkt tot korrels die bruikbaar zijn voor de auto-industrie (zie: ”Luiers koken”).
Per jaar worden wereldwijd 300 tot 500 miljard luiers weggegooid. Alleen al in het Sophia Kinderziekenhuis gaan er jaarlijks 220.000 doorheen. „Voor het produceren van één luier is een kopje ruwe olie nodig”, weet kinderarts Sascha Verbruggen. Hij is hoofd van het Green Team Sophia, een groepje medewerkers dat zich bij het kinderziekenhuis bezighoudt met duurzaamheid. „Recycling van wegwerpluiers is lastig. Daarom worden ze normaliter na eenmalig gebruik verbrand. Dat is extreem vervuilend voor het milieu.”
Versluis en Verbruggen zijn blij dat de luiers nu een tweede leven krijgen. Nóg beter voor het milieu zou zijn om uitwasbare luiers te gebruiken. „Dat hebben we onderzocht, maar dat bleek nu nog niet mogelijk”, vertelt Versluis. „We hebben niet de menskracht en de infrastructuur zoals wasmachines om al die luiers te wassen. Daar komt het sorteren bij, want we gebruiken alleen op de ICK al zes verschillende maten. In het hele ziekenhuis zijn het er nog meer.”
Spierkracht
De ic-verpleegkundige merkt dat er veel belangstelling is voor het project. Ze schat dat inmiddels 30 procent van alle luiers van het kinderziekenhuis wordt gerecycled. De ambitie is om dat aandeel tegen het eind van dit jaar te laten groeien naar zeker 80 procent. Niet alle pampers zijn geschikt voor recycling. „Soms krijgen kinderen chemotherapie of een onderzoek met een radioactieve stof. Dan moeten luiers bij het ziekenhuisafval.”
De grootste uitdaging is de logistiek. Een praktisch probleem is dat de gele afvalcontainers waarin luiers naar de kelder worden gereden, handmatig in een grote container moeten worden getild. Dat vergt de nodige spierkracht van logistiek medewerkers. Versluis: „Voor hen is het daarom niet wenselijk om dit op nog grotere schaal te moeten doen.”
Versluis kwam samen met haar collega’s in 2024 met het initiatief om luiers in te zamelen voor recycling. Helemaal zelf bedacht heeft ze het concept niet. Glimlachend: „We hebben het ”proudly copied” (trots gekopieerd, MC) van het Amalia kinderziekenhuis.”

Niet vrolijk
Op loopafstand van het Sophia bevindt zich de zogenoemde onderzoekstoren, een monumentaal pand dat hoofdzakelijk voor onderzoek wordt gebruikt. Op de 24e etage van de toren, met ruim uitzicht over de stad, werkt Esmee Kiewiet-Kasteleijn (28), laborant op de afdeling klinische genetica. Kiewiet doet onderzoek naar erfelijke ziekten. Naast haar gewone werk houdt ze zich een aantal uur per week bezig met verduurzaming van het lab.
In 2021 sloot ze zich aan bij een green team. „Ik heb meerdere documentaires gezien over de gevolgen van klimaatverandering. Daar word je niet vrolijk van. Thuis kan ik natuurlijk het een en ander aan duurzaamheid doen, maar ik had zoiets van: op het werk kunnen we ook best wat verbeteren.”
Laboratoria hebben een grote impact op het klimaat. Biomedische laboratoria produceren wereldwijd zo’n 5,5 miljoen ton plastic afval per jaar. Dat komt overeen met het gewicht van zo’n 67 cruiseschepen. Door alle elektrische apparatuur, zoals diepvriezers, centrifuges en microscopen, hebben ze bovendien veel energie nodig. „Een lab gebruikt ongeveer tien keer zoveel stroom als een gewoon kantoor”, weet Kiewiet.
Mede dankzij haar inspanningen is haar laboratorium de afgelopen vijf jaar aanzienlijk duurzamer geworden. Ze houdt een rode afvalbak in haar hand. De bak is bedoeld voor het inzamelen van plastics voor recycling. Alleen plastics die niet besmet zijn met chemicaliën, zoals houders van pipetpuntjes, mogen erin worden gedeponeerd. De rest belandt bij het rest- of ziekenhuisafval.
Hoe groot het aandeel plastic is dat het lab op dit moment recyclet, weet de analist niet precies. „Het is moeilijk om daar een getal aan te hangen. Maar ik zie wel dat onze restafvalbakken minder vaak worden geleegd dan pakweg vijf jaar geleden.”

Brons
Laboratoria die duurzaam werken kunnen daarvoor een internationaal erkend certificaat krijgen. Er zijn drie niveaus: brons, zilver en goud. Meerdere laboratoria binnen het Erasmus MC hebben inmiddels brons op zak; een aantal heeft zilver. „Daar zijn we heel trots op”, zegt Kiewiet enthousiast.
Zelf zit ze in een commissie die zich bezighoudt met het certificeringsprogramma. Dit houdt in dat ze laboratoria bezoekt en controleert of vragenlijsten over de duurzaamheid van het lab correct zijn ingevuld.
Om collega’s bewuster te maken van duurzaamheid, organiseert het green team elk kwartaal een bijeenkomst. Kiewiet: „We hebben bijvoorbeeld een bijeenkomst gehad over koudeopslag. Vriezers gebruiken enorm veel energie. Als je ze goed beheert, kun je misschien de inhoud van vriezers samenvoegen en een apparaat uitzetten.”
Bij het Erasmus MC werken bij elkaar zeker 43 green teams aan duurzaamheid
De eerstvolgende sessie gaat onder meer over dataopslag. „Bij het uitvoeren van onze experimenten slaan we veel data op. Die data staan veelal in de cloud. Om cloudservers te koelen, is veel water nodig. Wees daarom kritisch in wat je opslaat.”
Mondkapjes
Iemand die zich bij het Erasmus MC ook veel bezighoudt met duurzaamheid, is ziekenhuisapotheker Nicole Hunfeld. Zij fungeert als vraagbaak voor collega’s. „Mensen vragen me of ik wil meedenken als ze iets willen verduurzamen.”

Bij het Erasmus MC werken bij elkaar zeker 43 green teams aan duurzaamheid. Deze groepjes opereren zelfstandig, zonder aansturing van bovenaf. Daar is over nagedacht, zegt Hunfeld. „We laten teams lekker zelf aan de slag gaan. Als je mensen dingen gaat opleggen, haken ze eerder af.”
De apotheker houdt zich vooral bezig met verduurzaming van de intensivecareafdeling waar zij werkt. Het idee om de ic te vergroenen ontstond in coronatijd. „Mondkapjes, handschoenen en jassen werden toen massaal weggegooid. Ik heb een hekel aan verspilling en liep hard te zuchten. Afdelingshoofd Diederik Gommers hoorde dat en zei dat het hem ook irriteerde. Toen zijn we aan het werk gegaan.”
Hunfeld bracht als eerste in kaart hoeveel materialen er op de intensive care worden weggegooid. De uitslag was confronterend: per patiënt verdwijnt dagelijks 17 kilo aan spullen in de prullenbak. Per jaar produceert de Rotterdamse intensive care maar liefst 247.000 kilo afval.
Wasbare handdoeken
Met die cijfers op tafel kon de volgende stap worden gezet: het terugdringen van verspilling. Hunfeld: „We zijn begonnen met het verminderen van het handschoenengebruik. In 2023 daalde dat met 15 procent.”
Ook andere veelgebruikte materialen nam ze onder de loep. Zoals wegwerpmatjes, die worden gebruikt om matrassen te beschermen tegen bloed en ander lichaamsvocht. Wasbare handdoeken bleken in veel gevallen een prima alternatief.
Nog zoiets: wegwerpjassen. In meer dan de helft van de gevallen volstaat ook een schort, ontdekte de apotheker. Een schort bestaat uit de helft minder plastic dan een wegwerpjas.
Een ander gangbaar product zijn dialysezakken. Die bleken gerecycled te kunnen worden. „Nu gaat 10.000 kilo plastic naar een recyclingbedrijf. Dan houdt het zijn waarde, in plaats van dat we het verbranden.”
Groene stroom
Ook qua medicatie bleken er duurzamere alternatieven te zijn. Een aantal geneesmiddelen die normaal per infuus worden gebracht, bleek ook in tabletvorm goed te werken. Per infuus is minder duurzaam, omdat alle benodigde middelen gesteriliseerd moeten worden, en dat kost veel stroom.
Hunfeld: „Als je bijvoorbeeld paracetamol in tabletvorm geeft in plaats van per infuus, vermindert dat de CO2-uitstoot met een factor zestien. Bij fosfaat, een stofje waar veel patiënten op de ic een tekort aan hebben, scheelt het zelfs een factor zestig als je een infuus vervangt door een drankje.”
Een van de doelen van de Green Deal Duurzame Zorg (zie: ”Vrachtwagens vol afval”) is de CO2-uitstoot met 55 procent terug te brengen in 2030 en klimaatneutraal te worden in 2050. Gaat dat lukken? Hunfeld: „Het doel voor 2030 halen we. We moeten nog wel over op groene stroom. Door netcongestie zal dat nog wel een paar jaar duren.”
Om inzichtelijk te maken hoe goed het ziekenhuis op weg is, heeft een student van de TU Delft een dashboard ontwikkeld. Dit dashboard heet Gerda (Green ERasmus Data Assistent). Grafiekjes laten zien hoeveel materiaal er elk jaar wordt ingekocht. Als de lijn daalt, wijst dat erop dat er zuiniger met een bepaald product wordt omgegaan.
Het dashboard helpt om gemotiveerd te blijven, legt de apotheker uit. „Als mensen zien dat we bijvoorbeeld 10 procent minder handschoenen gebruikten, motiveert dat om nog een stapje extra te zetten.”




