BuitenlandPost Uit

Italiaan en eten: een onafscheidelijk duo

Het doet er niet toe welk gesprek je in Italië voert, je komt altijd weleens uit op eten. Vaak gaat het daarbij om prangende kwesties.

Aart Heering. beeld RD

Mag een Milanese risotto wel zo heten, als hij niet bereid is met rundermerg? Waar is de tiramisu uitgevonden, in Veneto of in Friuli? Stamt de spaghetti carbonara uit Rome of is hij in 1944 ontstaan uit de rantsoenen van Amerikaanse soldaten? Is de eerste pizza margherita opgedragen aan een Italiaanse koningin of is dat een kletsverhaal? Moet je inktvis frituren in olijfolie of pindaolie? Welke ingrediënten mogen niet ontbreken in een ware bolognesesaus (die in Bologna zelf simpelweg ragù heet)?

Voeding is overal tegenwoordig in het Italiaanse dagelijks leven. Op het strand, op kantoor en in de bus worden recepten uitgewisseld. Vrienden en bekenden leveren adressen aan van nog niet door het grote publiek ontdekte eethuizen. (Als journalist word je dan wel dringend verzocht om het niet in de krant te zetten, want dan is de exclusiviteit snel weg.)

Vier mannen in witte kokskleding maken pizza’s van deeg. 
Pizzabakkers in Napels vieren dat hun ambacht door UNESCO is erkend als immaterieel werelderfgoed, 2017. beeld EPA, Cesare Abbate

Geschiedenis van de gastronomie is een hoog aangeslagen universitaire discipline. Ook het gezinsleven speelt zich af rond de tafel, al is daar door tv en smartphone wel de klad in gekomen. En de beste zaken worden aan tafel gedaan, onder het genot van een voedzame lunch en een goed glas wijn. Dat is iets waar Nederlanders nog wel eens aan moeten wennen. Maar het helpt echt: als je de spijzen weet te kennen en te waarderen, word je door de Italiaanse tegenspeler op zijn minst serieus genomen.

Eind vorig jaar heeft de UNESCO de Italiaanse keuken tot Werelderfgoed verklaard. Zij is niet alleen een verzameling gerechten, oordeelde de VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, maar ook een levende culturele en maatschappelijke praktijk, die gepaard gaat met generaties lang doorgegeven kennis en rituelen, eerbied heeft voor seizoenen en duurzaamheid en de gemeenschapszin bevordert.

Het was een mooie dag voor de Italiaanse regering, die trots verkondigde dat Italië hiermee een wereldprimeur had gescoord. Dat klopte niet –Frankrijk, Japan en drie Chinese keukens waren al voorgegaan–, maar dat mocht de pret niet drukken.

Tenslotte had de UNESCO wel gelijk. Italië is een prachtig land, met mooie monumenten, landschappen en mensen, maar ’s lands ziel proef je toch het beste aan tafel, in een ouderwetse trattoria, met rood-wit geblokt tafelkleedjes waarop een royaal bord pasta en een halfje wijn van de tap gereed staan. Buon appetito!