InterviewMuziek

Maarten Wilmink bespeelt in Haarlem volbloed romantische orgels

Maarten Wilmink (24) ontwikkelde zich in sneltreinvaart. Pas op zijn twaalfde kreeg hij zijn eerste orgelles. Twaalf jaar later bekleedt hij in Haarlem een van de belangrijkste organistenposten in rooms-katholiek Nederland. Dat stemt hem dankbaar.

Een jongeman staat in een grote kerk tussen de kerkbanken en kijkt de kerkruimte in. Op de achtergrond is het brede front van een groot pijporgel te zien.
Maarten Wilmink in de kathedrale basiliek Sint-Bavo in Haarlem met op de achtergrond het hoofdorgel van Adema. beeld Eran Oppenheimer

Bespeler worden van een van de grootste Nederlandse orgels in de tweede grootste rooms-katholieke kerk van Nederland. Zijn bachelor en master aan het Rotterdams conservatorium beide afsluiten met een 10. Maarten Wilmink is er bescheiden onder. „Ik blijf proberen om een goede organist te worden. Elke dag opnieuw.” Bang is hij niet dat hij als nieuwe organist van de kathedrale basiliek Sint-Bavo in Haarlem naast zijn schoenen gaat lopen: „Ik doe er álles aan om dat te voorkomen. De benoeming is wel iets om heel dankbaar voor te zijn. Die dankbaarheid geldt ook mijn goedgevulde concertagenda.”

Vijftien musici deden een gooi naar de organistenpost in Haarlem. Vijf van hen mochten op gesprek komen, van wie drie mensen deelnamen aan het proefspel. Hun verrichtingen werden beoordeeld door een commissie waarin de organisten Evan Bogerd, Willeke Smits, Mark Heerink, Marcel Verheggen en Petra Veenswijk zitting hadden.

De rooms-katholieke Wilmink volgde in januari Ton van Eck op, die sinds 1999 organist van de kathedrale basiliek was. De musicus uit de Twentse plaats Borne moet nog wennen in Haarlem en zoekt soms naar de juiste sleutel voor een van de vele kerkdeuren. „Vorige week was het hier 4 graden, maar het zal nu ietsje warmer zijn”, vertelt hij tijdens de wandeling door de enorme kerkruimte. De bouw van de basiliek begon in 1895 en kwam in 1930 gereed.

„Met dit veelkleurige orgel heb je een orkest onder handen. Het kan toeteren en strijken”

Maarten Wilmink, organist

Eenmaal achter de vierklaviers speeltafel van het grote Ademaorgel etaleert de jonge organist een keur aan 8-voetsregisters, die zorgen voor een warme, brede klank. Hij is blij met de uitgebreide sectie tongwerken. „Dat biedt veel mogelijkheden om te variëren. En in een symfonisch stuk zorgt de Contrafagot 32-voet voor een groots fundament. Met tachtig stemmen heb je zo veel mogelijkheden, en dan wordt het vierde klavier op dit moment nog uitgebreid met acht registers. Met dit veelkleurige orgel heb je een orkest onder handen. Het kan toeteren en strijken.”

Een man speelt orgel in een grote kerk op een instrument met vier klavieren en tientallen registers.
Maarten Wilmink achter de klavieren van het hoofdorgel van de kathedrale basiliek Sint-Bavo in Haarlem. beeld Eran Oppenheimer

Naast het hoofdorgel van Adema beschikt Wilmink over een drieklaviers transeptorgel met 34 stemmen van dezelfde bouwer uit 1907 en een kabinetorgel uit circa 1800 met 7 stemmen. Daarnaast herbergt de kerk een ander, momenteel onbespeelbaar, historisch kabinetorgel en een Vermeulenorgel uit de 20e eeuw.

Als kind hield Wilmink zich niet met orgels bezig. Hij hoorde het instrument op zondag in de kerk en daar bleef het bij. „Mijn vader speelde soms keyboard en toen ik het ook probeerde, leek het hem aardig als ik les zou nemen. Louis ten Vregelaar, de organist van onze kerk, de Sint-Lambertusbasiliek in Hengelo, gaf alleen orgel- en pianoles. Daarom koos ik maar voor het eerste. Binnen de kortste keren groeide orgelspelen uit tot mijn grote passie. Ik studeerde veel en las graag over de achtergronden van muziek. Louis heeft mij voorbereid op mijn studie aan het conservatorium in Rotterdam. Ik koos voor Rotterdam omdat ik graag les kreeg van Ben van Oosten. Na twee jaar nam Zuzana Ferjenčíková het stokje van hem over. Ook van haar heb ik ontzettend veel geleerd. Momenteel studeer ik nog in Saarbrücken bij Vincent Dubois, de organist van de Parijse Notre-Dame, voor het Konzertexamen orgel.”

Orgelspelen is nog wat anders dan je vak ervan maken.

„Ik wilde muziek maken, meer niet. Het was wel de bedoeling om in het tweede conservatoriumjaar ook rechten te gaan studeren. Maar het spelen bleek mij in het eerste jaar niet onaardig af te gaan en er kwamen concertuitnodigingen. Daarom besloot ik mij enkel op muziek te richten, want als je ergens goed in wilt worden, moet je er volledig voor gaan en niet je aandacht verdelen.”

Wat gebeurt er met jou als je achter een orgel zit?

„Ik breng gemiddeld vijf uur per dag achter een orgel door om te studeren. Het zou onmenselijk zijn als er dan altijd van alles borrelt. Een stuk veertien keer langzamer spelen dan het uitvoeringstempo om het in te slijten in mijn spiergeheugen is natuurlijk niet zo verheffend. Als dat achter de rug is, begint het genieten.”

Waarom solliciteerde je voor de post in Haarlem?

„Voor de orgels, die ook nog eens in een ruimte staan met een geweldige akoestiek. Ik houd enorm van met name de Franse romantiek en die klinkt als een klok op de orgels van Adema. Maar ik speel ook graag andere muziek, Bach, Reger en bijvoorbeeld bewerkingen van orkestwerken. Ook de voor Nederland unieke koorpraktijk trok mij aan. De Koorschool Haarlem is een basisschool waar muziek een belangrijke plek heeft. Het Kathedrale Koor dat aan de basiliek is verbonden bestaat vrijwel volledig uit oud-leerlingen van deze school. Deze geoefende zangers zingen de meest fantastische stukken. Ik vind het geweldig om hen te mogen begeleiden. Verder ben ik blij dat de gemeente een bloeiende geloofsgemeenschap is en dat ik mijn geloof kan integreren in mijn werk. Voor mij persoonlijk vallen in Haarlem veel dingen op hun plek. Ik kan geen organistenpost noemen die dit overtreft.”

„Muziek mag tijdens een kerkdienst nooit als opvulling dienen”

Maarten Wilmink, organist

Welke plek moet muziek in de kerkdienst hebben?

„Een belangrijke plek, het mag nooit als opvulling dienen. Volgens Augustinus is zingen twee keer bidden. De Bijbel roept op om God door middel van muziek te prijzen. Denk alleen al aan de psalmen, ook de boetpsalmen. Paulus schrijft in de brief aan de Efeziërs dat we moeten zingen en spelen voor de Heere van ganser harte. Jezus kwam in de synagogale praktijk in aanraking met muziek. Hij zong bijvoorbeeld een antwoordpsalm tussen de Thoralezingen. Datzelfde gebeurt ook in Haarlem. Hoe mooi is het dat we die oude traditie voortzetten. We zingen iedere zondag het Sanctus: Heilig, heilig, heilig is de Heere. Gezegend is Hij Die komt in de Naam des Heeren. Daarmee voegt de gemeente zich bij de hemelse lofzang en vormt muziek een verbinding tussen hemel en aarde.”

Een man zit op de orgelbank van een orgel in een grote kerk, dat vier klavieren en tientallen registers telt.
Maarten Wilmink achter de klavieren van het hoofdorgel van de kathedrale basiliek Sint-Bavo in Haarlem. beeld Eran Oppenheimer

Waar kijk je naar uit?

„Om die rijke kerkmuzikale traditie van de basiliek voort te zetten, de concertserie uit te bouwen en de orgels nog meer op de kaart zetten. Tijdens de diensten wordt nu voornamelijk het transeptorgel gebruikt. Ik wil nagaan welke mogelijkheden er zijn om het hoofdorgel vaker in te zetten. Verder hoop ik concerten te kunnen blijven geven in binnen- en buitenland. Een concert is geen evangelisatiemiddel, maar soms zijn er mogelijkheden om iets van het geloof mee te geven. Bijvoorbeeld in de toelichting van een werk als de Symphonie-Passion van Marcel Dupré. In dit stuk worden onder andere de geboorte, de kruisiging en de opstanding van Jezus verklankt. Muziek, schoonheid an sich, kan mensen overigens ook aan het denken zetten.”

Zie je ergens tegenop in je nieuwe functie?

„Op dit moment niet. Al is het reizen wel een uitdaging, want een enkele reis naar Borne duurt minstens twee uur. Daarom verblijf ik nu een aantal dagen per week in de gastenkamer van het klooster hier vlakbij. Op termijn wil ik woonruimte in Haarlem zoeken. Een deel van de week zal ik in Borne zijn, onder andere om les te geven.”

Een van je grootste jongensdromen –concerteren in de Notre-Dame in Parijs– ging in 2025 in vervulling. Heb je nog andere dromen?

„In 2018 woonde ik in deze kerk een masterclass bij van Olivier Latry, een van de organisten van de Notre-Dame in Parijs. Ik kende zijn cd’s die hij in deze kerk had opgenomen. De Notre-Dame is een plek met veel historie. Zo was Louis Vierne er organist en er zelf spelen leek mij het einde. Andere dromen of een bucketlist heb ik niet. Ik ben tevreden met en dankbaar voor wat ik heb.”