EconomieGroot Geld

Enorme agrarische export rust op zachte grond

De landbouw wordt in Nederland wel betiteld als exportkampioen. En terecht: een welvarend, klein land dat in 2025 voor ruim 137 miljard euro aan landbouwproducten de wereld over stuurde — het is een logistiek, technologisch en economisch huzarenstukje. Daarvan heeft 88 miljard euro betrekking op producten van Nederlandse makelij. De overige 49 miljard betreft wederuitvoer, producten die we importeren, bewerken of doorgeven.

Rechthoekig blauw vlak met de tekst: Groot Geld Henk Kievit. Daarnaast een foto van een kalende man in donker jasje met zijn armen over elkaar. 
beeld RD

Met name de export naar Duitsland zit in de lift: de uitvoer naar onze oosterburen is met maar liefst 10 procent gegroeid. Richting België ging vorig jaar 7 procent meer de grens over. Onze vruchtbare delta helpt een deel van Europa te voeden. Het merendeel vindt zijn weg binnen een cirkel met een straal van zo’n 800 kilometer rondom Nederland. Dat wij de gehele wereldbevolking zouden voeden is een broodje aap-verhaal.

Roodgele appels drijven in water.
Nederland exporteert landbouwproducten van eigen makelij, maar ook goederen die eerst zijn ingevoerd. Foto: appels drijven in een was- en sorteerinstallatie bij een Utrechtse fruitteler. beeld Niek Stam

Wie goed kijkt, ziet dat die gigantische geldstromen op zachte grond rusten. Onze exportgroei van 2025 lijkt indrukwekkend, maar ze steunt vooral op prijsstijgingen, niet op wezenlijk grotere productie of nieuwe markten. Dat is geen teken van kracht, maar van kwetsbaarheid. Als de wereldwijde grondstoffenprijzen dalen of producentenlanden hun positie versterken, verdampt een deel van onze ”papieren prijzengroei” sneller dan je een container kunt lossen in Rotterdam.

Dat exportmodel is gevoelig voor geopolitieke schokken, logistieke verstoringen en handelspolitieke spanningen. Een conflict in de Rode Zee, een handelsboycot, nieuwe EU-regels over strategische autonomie en ook het Mercosurverdrag kunnen direct gaten slaan in onze nationale verdiencapaciteit.

Ondertussen staat de fysieke productie in eigen land onder druk. Er dreigt krimp voor de veehouderij, stikstofregels dwingen tot omslag, klimaatverandering maakt productie minder voorspelbaar en boeren krijgen steeds moeilijker vergunningen om te investeren. Terwijl de wereld vraagt om meer voedselzekerheid, knelt bij ons de regeldruk voor de productie van dat voedsel. Dat lijkt op rijden met een Ferrari waarvan de motor langzaam wordt dichtgeschroefd.

Het echte grote geld –het geld dat Nederland in staat stelt om onderwijs, zorg en innovatie te financieren– komt uit sectoren die internationaal waarde toevoegen. De landbouwexport hoort daarbij, maar bevindt zich op een kantelpunt. Voor de ontwikkeling van hoogwaardige kennis en technologie is behoud van een zekere omvang van de eigen productie noodzakelijk. Willen we onze positie wereldwijd vasthouden, dan moeten we echter af van de nadruk op volumestromen en inzetten op kennisexport, hoogwaardige technologie, veredelingstechnieken, smart farming, datagedreven teelt en premium producten. Dáár zit de duurzame marge, de soort marge die niet afhankelijk is van een toevallige prijsstijging van cacao of een logistieke meevaller.

Nederland kan zijn ‘grootgeldpositie’ in de agrarische export behouden, mits we durven te vernieuwen met een eigen vitale, toekomstbestendige landbouw, mede gericht op voedselzekerheid. De wereld verandert. Als wij niet meebewegen, wordt onze exportpositie een reus op lemen voeten.

De auteur werkt bij Christelijke Hogeschool Ede en Nyenrode Business Universiteit.

Terwijl de wereld vraagt om meer voedselzekerheid, knelt bij ons de regeldruk