Onderwijsinspectie verdubbelt aantal onaangekondigde bezoeken
De onderwijsinspectie gaat dit jaar 500 onaangekondigde schoolbezoeken afleggen. Dat is meer dan een verdubbeling vergeleken met vorig jaar. Ook schoolbestuurders kunnen vanaf 2026 onaangekondigd bezoek van de inspectie krijgen.

Dat deelde inspecteur-generaal Alida Oppers donderdag mee in de Tweede Kamer tijdens een gesprek met Kamerleden over het werkplan van de onderwijsinspectie voor 2026.
De Tweede Kamer heeft een- en andermaal aangedrongen op het afleggen van meer onaangekondigde bezoeken aan scholen en bij schoolbestuurders.
In 2025 bezochten inspecteurs zo’n 200 keer scholen onaangekondigd, aldus Oppers. Dit jaar zal dat aantal dus meer dan verdubbelen. Onaangekondigde bezoeken aan schoolbestuurders vinden dit jaar voor het eerst plaats.
Bij onaangekondigde bezoeken op scholen woont een inspecteur een aantal lessen bij en kijkt hij ook hoe het staat met de sociale veiligheid op scholen. Indrukken die hij krijgt van de sfeer op een schoolplein spelen daarbij een belangrijke rol, stelde Oppers. Deze vorm van toezicht kan volgens haar alleen stimulerend van aard zijn. Op grond van een bezoek kan een inspecteur geen compleet beeld krijgen van hetgeen in en om een school gaande is. De inspectie legt alleen onaangekondigde bezoeken af bij scholen waar geen verhoogd risico bestaat op slecht onderwijs.
Artikel 23
Een van de grotere onderzoeken die de onderwijsinspectie dit jaar ter hand gaat nemen, is de relatie tussen discriminatie en artikel 23 van de Grondwet, waarin de onderwijsvrijheid is vastgelegd. De Tweede Kamer aanvaardde in december een motie van VVD-Kamerlid Arend Kisteman. Daarin neemt de Tweede Kamer stelling in deze discussie. In de motie vraagt de Kamer de regering te onderzoeken „hoe kan worden gewaarborgd dat gelijke behandeling, zoals omschreven in artikel 1 van de Grondwet, nooit kan worden geschonden door de levensbeschouwelijke richting van een school”.
Voor de zomer moet er over de spanning tussen gelijke behandeling en onderwijsvrijheid een brief naar de Tweede Kamer komen. De inspectie onderzoekt dus hoe het op dit punt momenteel op scholen is gesteld. De uitslag van dit onderzoek zal naar verwachting pas in de eerste helft van volgend jaar worden gepresenteerd.
Kerntaken
Oppers waarschuwde de Kamer dat scholen te veel taken vanuit Den Haag op hun bordje krijgen. Als ze die allemaal zorgvuldig willen uitvoeren, hebben ze daarvoor te weinig tijd. Dat leidt ertoe dat scholen daarin hun eigen keuzes gaan maken en daardoor niet alle taken goed kunnen uitvoeren. „Wettelijke taken kannibaliseren elkaar”, zo constateerde de inspecteur-generaal.
De groei van het aantal wettelijke taken en de controles daarop heeft ook gevolgen voor de werkdruk bij de inspectie zelf. In twintig jaar tijd is het aantal wetten en regels waarop de onderwijsinspectie moet controleren meer dan verdubbeld. Oppers riep de politiek op om daar meer oog voor te hebben. Ze wil dat scholen zich meer op hun kerntaken kunnen richten.


