OpinieWelbeschouwd

Morele arrogantie heeft definitief bezit genomen van de moderne mens

Als er in de moderne mens nog enig moreel besef over is, zou het dit moeten zijn: beseffen hoe onrechtvaardig het is wanneer wij de geschiedenis gebruiken om onze vermeende superioriteit te bewijzen.

Logo rubriek Welbeschouwd met portretfoto van auteur Steef Post.
beeld RD

Cultureel gezien begonnen we dit jaar goed. We brachten een dagdeel door in een museum. Met boeiende verhalen over zeventiende-eeuwse schilderijen hield de gids ons moeiteloos bij de les. Het viel wel op dat ze bij bijna ieder schilderij losjes iets van de 21e-eeuwse moraal over het doek drapeerde. „Deze in prachtige kleren gehulde zwarte jongen staat hier natuurlijk alleen om het aanzien van dit gezin te vergroten. Status en macht, dat waren de items.” „Als vrouw was je in die tijd decorum, de man bepaalde wat er gebeurde.” „Het ging Vermeer om het totale beeld, de mens achter het melkmeisje telde niet mee.”

Jij en ik vormen zelf het morele hoogtepunt van ons bestaan

De gids zei er eerlijk bij dat ze de schilderijen ook had kunnen uitleggen vanuit de logica van toen. Maar ze deed het liever anders. Ze gaf ook les op een middelbare school, vertelde ze, en deze manier van kijken leverde mooie gesprekken op. Ik probeerde nog voorzichtig aan te geven dat je onze voorouders zo misschien geen recht deed en dat mensen uit een andere tijd ongetwijfeld ook allerlei morele misstanden in ónze samenleving zouden aanwijzen. „Ja”, zei ze, „dat denk ik ook. Als mensen over honderd jaar naar ons kijken, zouden ze waarschijnlijk verbaasd zijn dat we überhaupt nog vlees eten.”

Het antwoord maakte één ding duidelijk: morele arrogantie heeft definitief bezit genomen van de moderne mens. We hebben een niveau bereikt waarop morele feedback alleen nog kan bestaan uit het verfijnen van wat we toch al doen. Kritische vragen die onze voorouders ons zouden kunnen stellen, zeggen vooral iets over hun beperkte kennis en benauwde morele blik. Wij weten beter.

Wij weten inmiddels dat er niets mis mee is om menselijk leven te laten ontstaan met het enige doel om er medische proeven mee te doen. Vage begrippen uit het verleden, zoals menselijke waardigheid, zijn eenvoudig te herdefiniëren.

Met intrigerende vasthoudendheid slagen onze wetenschappers erin hun steeds groeiende kennis van de wonderlijke complexiteit van de natuur te verbinden aan een theorie die uitgaat van toeval, van orde die als vanzelf uit chaos ontstaat.

Ook weten we inmiddels dat we geen God meer nodig hebben, zoals boeren en burgers uit de zeventiende eeuw. Wij hebben ons eigen ik. Jij en ik vormen zelf het morele hoogtepunt van ons bestaan. Waar geloof in God ooit mensen bijeenhield, volstaat nu pure authenticiteit. Vrijheid, eindelijk.

Als de moderne mens nog enig moreel besef heeft, zou hij moeten inzien hoe onrechtvaardig het tegenover ons voorgeslacht is om de geschiedenis instrumenteel te gebruiken. Niet om te begrijpen, maar om onze vermeende superioriteit te bewijzen. Waarom doen we dat? Twijfelen we soms, diep vanbinnen?

Wie werkelijk iets wil leren, zou ermee kunnen beginnen om het verleden met onbevangen aandacht te ontmoeten. Alleen door ons oordeel uit te stellen, geven we onszelf de kans om in een andere tijd en cultuur aspecten van het goede leven te ontdekken. Wie het verleden gebruikt om grip te krijgen op het heden, om de eigen cultuur te rechtvaardigen, doet niet alleen het verleden, maar ook zichzelf ernstig tekort.

De auteur is coach en mediator.