BinnenlandInterview

Deze expert ziet een uitweg uit de polarisatie: „De middengroep is onze garantie op cohesie, op vrede”

Bart Brandsma (58) werd polarisatie-expert tegen wil en dank. Hoe kijkt hij terug op het afgelopen jaar, waarin polarisatie steeds opnieuw een issue was? En wat zijn zijn oplossingen?

Man zit op een bankje.
Bart Brandsma. beeld Werry Crone

Het was ergens in 2005, na 9/11, na de moord op Pim Fortuyn en Theo van Gogh dat hij het merkte. Ineens was hij een niet-moslim. Hoe kon het dat hij werd ingedeeld in een groep zonder daar iets voor gedaan te hebben? Bart Brandsma, filosoof en polarisatie-expert, buigt voorover aan de houten tafel in zijn huis onder aan de dijk van Schoonrewoerd. Uitzicht op de landerijen, de woning stijlvol en stil. „Dat was het moment dat me greep, dat wil ik begrijpen.”

Brandsma had een tijd voor de Nederlandse moslimomroep gewerkt, documentaires over de islam gemaakt. En ineens was hij een niet-moslim geworden; dat vond hij raar, want niemand kon hem op niet-moslimactiviteiten betrappen, maar hij werd wel aan een kant geplaatst. Hoe kan dat? Die vraag is hij heel serieus gaan nemen.

„Polarisatie bestaat als wij zeggen dat we tegenover elkaar staan”

Bart Brandsma, polarisatie-expert

De boeken hielpen hem niet om polarisatie echt te doorgronden, dus maakte hij reizen naar Noord-Ierland, Tanzania, Slowakije en andere plekken om dat uit te zoeken. „Het is een persoonlijke queeste geweest”, zegt hij, zijn stem zacht en nadenkend. Inmiddels heeft hij twee boeken over het fenomeen geschreven; vorig jaar verscheen ”Meesterschap in Polarisatie; doorbreek de dynamiek van wij-zij-denken”. Maar, zegt hij, het is nog steeds work in progress.

Polarisatie doet iets met onze identiteit, zonder dat we daar de regie over hebben. Het wij-zij-denken neemt het van ons over. En kun je daarin dan toch een koers vinden waarbij je iets van de macht terugkrijgt? Brandsma besloot professionals te gaan bijstaan: ministeries, journalisten, politie en rechtspraak.

Er zijn deskundigen, zoals Jan Willem Duyvendak, die zeggen dat er eigenlijk amper polarisatie is. Hoe zit dat?

„Ik kijk daar met een lichte ergernis naar. Want polarisatie zit in onze hoofden. Dat je dat in de samenleving niet kan meten of dat je niet kunt aantonen dat de ene groep tegenover de andere staat, dat is logisch. Wanneer bestaat polarisatie? Als wij zeggen dat we tegenover elkaar staan.”

Dus als mensen dan zeggen dat het wel meevalt, of dat het altijd heeft bestaan, of met golfbewegingen gaat, al die geruststellingen doen geen recht aan de situatie, vindt Brandsma. Wat we nodig hebben, is dat we met de juiste bril naar polarisatie kijken, zodat we er recht aan doen zonder ervan te schrikken.

Mensen zeggen: jij polariseert. Alsof het iets kwalijks is, vertelt Brandsma. „Maar het is ook de ander uitdagen. Het is eigenlijk iets wat bij de democratie hoort, een gezond fenomeen. Zolang het binnen die democratische grenzen zit, is het iets wat we moeten verwelkomen. Farmers Defence Force, Jerry Afriyie van Kick Out Zwarte Piet, Extinction Rebellion bijvoorbeeld. Zij zeggen: nu moet het anders.”

In de hele links-rechtspolarisatie is Brandsma even beducht voor links als rechts. „Beiden zijn ze in staat om het wij-zij-denken aan te jagen. Links roept daarbij veel weerstand op.”

De hele diversiteits- en inclusiekant van links heeft het niet echt goed gedaan bij de acceptatie door de rechterkant, zegt hij. „Ik ken gemeenten waar er zo penetrant op het ambtenarenapparaat is ingepraat over hoe het toekomstige personeelsbestand eruit moet zien, dat mensen afhaken.”

Er zitten grenzen aan het activisme, wil hij maar zeggen. „Polarisatie en activisme hangen samen en ik stel me voor dat je ook een ander soort activisme kunt ontwikkelen vanuit het midden. Daar zit mijn werk”, zegt Brandsma met een glimlach.

Het gaat ook altijd over polarisatiedruk, legt hij uit. De urgentie wordt zo groot gemaakt dat iemand denkt: ik moet nu wel kiezen, aan de goede kant van de geschiedenis staan, anders ben ik, of is Nederland verloren. „Je zult dus een taal moeten kiezen waarin je niet die brandstof levert, of de polarisatie aanjaagt of bevestigt. Dan komt de vraag: hoe depolariseer je? Daar begint het interessant te worden. Soms moet je polariseren, maar ook op gezette tijden depolariseren.”

Hoe doe je dat?

„Door het midden te versterken.”

Brandsma pakt zijn boek erbij en prikt met zijn vinger op het plaatje dat schematisch het fenomeen polarisatie weergeeft. Twee bolletjes aan beide kanten, een ellips in het midden en dan lijnen van de ene naar de andere kant. Hij legt uit dat er vijf rollen zijn: je bent pusher, joiner, bruggenbouwer, het stille midden of de zondebok. Maar er is ook nog een zesde positie. Dat zijn de mensen die de verlangens en dilemma’s van het stille midden weten te verwoorden. Dat is de belangrijkste depolarisatiebeweging die je kunt maken. „Als je die sterk houdt, zak je niet af naar de uitersten. Want in de uitersten is de democratie in gevaar. Dat is waar Trump staat.”

Als voorbeeld noemt hij dat de Amerikaanse president Donald Trump tegen de Oekraïense president Volodymyr Zelensky zei: „You don’t have the cards”, je hebt de kaarten niet. En dat Zelensky antwoordde: „I’m not playing cards”, ik speel geen kaart. Dat was volgens Brandsma een historisch moment. „Daar zie je iemand die polariseert en in macht gelooft en iemand die eruit stapt en bijna wanhopig probeert te laten zien dat er andere waarden zijn dan macht.” Brandsma kijkt even hoopvol op. „Is het nog te volgen?”

„Op het moment dat je zegt ”alle buitenlanders het land uit”, dan heb je een oplossing waarvan iedereen weet dat het niet kan. Als je zegt ”grenzen open”, dan doe je niets aan de andere kant. Mensen in het midden voelen een enorme onmacht. Zij zeggen: ik ben niet tegen een azc, maar ik wil wel dat onze woningen ook naar mijn dochter gaan.” Als je hun het gevoel geeft dat hun zorgen er niet toe doen, ben je ze kwijt, zegt Brandsma. „En dan zak je met z’n allen af.”

Die middengroep is onze garantie voor op cohesie, op vrede, denkt Brandsma. Het zijn bijvoorbeeld burgemeesters en journalisten die woorden moeten geven aan het gevoel van die mensen. „Maar er zijn ook genoeg politiek adviseurs en columnisten die zeggen dat we polarisatie met polarisatie moeten bestrijden, omdat we met het midden de oorlog niet winnen. Dat vind ik heel gevaarlijk.”

Zo ziet Brandsma dat de zorgen rondom asiel en migratie door de linkerkant niet gehoord worden. Een gemeente had in een artikel in een buurtkrantje een bewoner in het zonnetje gezet die iets goeds voor een migrant had gedaan. Dan moet je je als gemeente volgens Brandsma afvragen: wat doet dat artikel met mensen die PVV stemmen? „Als je die vraag moet beantwoorden met ”die worden hartstikke boos”, dan is dat niet het goede artikel om in tijden van polarisatie te verspreiden. Daar zit mijn teleurstelling op links; ik had van hen meer empathie verwacht.”

Maar is dit niet een beetje de omgekeerde wereld?

„Empathie is niet hetzelfde als sympathie. Meer oog hebben voor het perspectief van mensen die PVV stemmen, is geen morele kwalificatie. Ik wil dat professionals getraind zijn in wat polariseert en wat niet. Met zo’n artikel zijn ze onbewust polarisatie aan het versterken.”

„Laten we stoppen met de standpunten; het gaat om de vraagstukken”

Bart Brandsma, polarisatie-expert

Heel vaak vallen problemen weg als er erkenning voor is en als ze gezien worden, weet Brandsma. Zo geldt het ook voor boeren, voor wie hij –hij gebaart naar de weilanden buiten– veel sympathie voelt. „Hoelang moet je doorgaan met erop hameren dat zij het land naar de knoppen helpen met bijvoorbeeld bemesting? Ik kan erover klagen dat ze zes keer maaien, maar ik begrijp het wel. De Rabobank zegt tegen ze: moet jij niet meer melk leveren? Zij voelen zich steeds tekortschieten.”

Maar wat helpt ons wel verder?

„Wij moeten leren omgaan met dilemma’s. Die zijn er zat. En niet de suggestie wekken dat we die oplossen. Het klimaatdilemma, immigratie of internationalisering zijn niet op te lossen.”

Het is soms traag doormodderen, geeft hij toe. Bij de politie bijvoorbeeld, die vaak beticht wordt van racisme. „Het heeft dan geen zin om mensen te willen overtuigen van het tegendeel. Of te zeggen dat je altijd neutraal en objectief bent. Er is natuurlijk ook sprake van etnisch profileren, want dat brengt het werk ongemerkt met zich mee. Je kunt daar niet uitstappen.”

Kunnen zij niet in gesprek gaan met die groepen die hen daarvan beschuldigen?

„Uitleg helpt niet, dat werkt niet. Wat je zegt, doet er vaak niet meer toe, maar wel hoe je iets zegt en wie je bent. En hoe betrouwbaar je bent.”

Volgens Brandsma moeten we luisteren naar de kern van de zorgen van mensen. Uit verhalen halen we namelijk meer dan uit analyses. „Laten we stoppen met de standpunten, het gaat om de vraagstukken. Die verbinden. Standpunten splijten. Op het moment dat je in het niet-weten zit, ben je bereid om met elkaar op te trekken.”

Hoe groot is het probleem van polarisatie in Nederland?

„Elk moment dat er een elite-versus-het-volkdynamiek opkomt, lopen we groot gevaar. Dat zagen we in de jaren dertig, maar ook nu is dat aan de hand. Fysieke en verbale bedreigingen van bestuurders vind ik een heel groot probleem. Wereldwijd zag ik dezelfde tegenstellingen. Hier gaat het over de wolf, in Slowakije over de beer en in Tanzania over de olifant. De partijen die tegenover elkaar staan, zijn dezelfde: een wat linkse stadse elite tegenover mensen op het platteland. We moeten ontzettend voorzichtig zijn nu met elkaar. Polarisatie is zo groot als we het zelf maken, en we zijn in staat om het heel groot te maken. Omdat het een onderbuikdynamiek is.”

Is dat niet heel eng?

„Het is heel akelig. Maar ik weet: als de gevoelsdynamiek het heeft overgenomen, kun je doen wat je wilt maar gaan mensen niet bewegen. De oplossing is de ervaringsverhalen kennen **** en die vertellen. Ik geloof heel erg in: waarheid vertellen zonder je te verliezen in allerlei feiten. Mensen hebben een antenne voor ‘echt’.”

„De media zijn katalysator, maar niet de schuld van polarisatie”

Bart Brandsma, polarisatie-expert

Wat moeten we als instituties als het RIVM niet meer geloofd worden?

„Dat is het moment dat ik weet dat we in de polarisatie zitten. Dan zijn alle instituten de sigaar, want hun rapporten schieten volgens een van de polen of volgens allebei te kort. Als een van de instituten de zondebok is, zou een ander instituut ervoor op moeten komen, in plaats van te zwijgen. Samen optrekken en publiekelijk elkaars reputatie ondersteunen.”

En burgers uit het ‘stille midden’ zouden zich dus meer moeten uitspreken?

„Ja, mensen uit het midden wordt vaak onverschilligheid verweten omdat ze zich niet uitspreken, maar je kunt daar juist heel betrokken zijn. Met activisme in het midden is niets mis.”

Maar hoe doe je dat zonder te polariseren?

„Versterk de overtuiging die niet liefdeloos is. Je voelt aan jezelf of je radicaliseert. Als je dat voelt, ga je tegen een grens aan. Daar moet je niet overheen. Lukt het je om niet hardvochtig te raken?”

Heeft u met al uw trainingen bij politie, gemeenten, instituties en scholen gezien dat het effect heeft?

„Ja, ze krijgen door dat ze hun krachten verdoen door in de bruggenbouwerspositie te zitten. Ze zijn gaan kijken naar de middengroepen. Dat geeft mensen houvast. Ik reik een route aan die depolariseert, dat is dankbaar werk. Daardoor blijven mensen in het midden staan als het spannend wordt. En de journalistiek is daarbij ongelooflijk belangrijk. De media zijn katalysator, maar niet de schuld van polarisatie.”

Heeft u hoop?

„Ik kan somber worden, maar daar heb ik geen zin in. Hoop op dat we de goede kant op bewegen? Daar hebben we elkaar hard bij nodig. Dat het kan, weet ik. We moeten elkaar op die interne antenne bevragen. Ik kan jou daarop aanspreken, ieder mens heeft die.”

Brandsma is even stil, de handen rond zijn koffiekopje. „Ja, dat is voor mij hoopgevend. Want daarvan zullen we het moeten hebben.”