PolitiekKabinetsformatie

Minderheidskabinet vraagt stuurmanskunst van premier

D66, VVD en CDA kiezen voor een minderheidskabinet. Dat vergt veel stuurmanskunst van de beoogd premier, D66-leider Rob Jetten.

De drie onderhandelaars staan met winterjassen aan voor draaiende camera’s de pers te woord. Ondertussen dwarrelt de sneeuw neer.
Rob Jetten (D66), Dilan Yeşilgöz (VVD) en Henri Bontenbal (CDA) geven na afloop van hun overleg op landgoed De Zwaluwenberg in Hilversum, een toelichting aan de pers over hun besluit een minderheidskabinet te gaan vormen. beeld ANP, Jeroen Jumelet

De afgelopen twee dagen spraken de onderhandelaars van D66, VVD en CDA met elkaar op landgoed De Zwaluwenberg in Hilversum. Dat gebeurde onder leiding van informateur Rianne Letschert (D66). Na afloop van het overleg op vrijdag kon Jetten meedelen dat de onderhandelaars voor een minderheidskabinet kiezen.

Die keuze betekent dat de nieuwe regering voor alle aangelegen thema’s en wetten steun moet zoeken bij oppositiepartijen. In de Tweede Kamer hebben D66, VVD en CDA 66 van de 150 zetels en in de Eerste Kamer 22 van de 75 zetels.

Dat vergt veel stuurmanskunst van de toekomstige premier, D66-leider Rob Jetten, en zijn toekomstige collega-ministers: „Het wordt hard werken voor de nieuwe kabinetsploeg, maar we denken dat we het kunnen.” De voorlaatste premier, VVD’er Mark Rutte, die leiding gaf aan coalities die ook geen meerderheid in de Eerste Kamer hadden, zei dat hij altijd „een lang oor” kreeg van het bellen met oppositieleiders.

De onderhandelaars willen niet wachten met het zoeken van steun in de Tweede Kamer tot er concrete (wets)voorstellen voorliggen. Voor de grote thema’s willen ze zich nu al vergewissen van de steun van oppositiepartijen. Daarom gaan ze in de komende weken overleg voeren met de oppositiepartijen aan de linker- en rechterzijde van het politieke spectrum.

Het wordt hard werken voor de nieuwe kabinetsploeg, maar we denken dat we het kunnen

Rob Jetten, D66-leider en beoogd premier

De keuze voor een minderheidskabinet lag eigenlijk wel voor de hand. Het liefst hadden de onderhandelaars natuurlijk een meerderheidskabinet gevormd. Maar dat bleek niet mogelijk door blokkades van VVD en D66. D66 wilde het liefst in zee met GroenLinks-PvdA. Die partijen zouden samen een meerderheid in de Tweede Kamer hebben van 86 zetels. Maar deze optie was voor VVD-leider Yeşilgöz niet bespreekbaar. Zij had in de verkiezingscampagne beloofd dat de VVD niet zou gaan regeren met GL-PvdA.

D66 had moeite om JA21 bij de besprekingen te betrekken. De VVD wilde dat wel graag, maar Jetten heeft moeite met een aantal rechtse standpunten van JA21. Bovendien zou zo’n coalitie precies blijven steken bij de helft van het aantal Tweede Kamerzetels.

Of een minderheidskabinet een succes wordt, hangt mede af van de bereidheid van oppositiepartijen om de hand te reiken aan de coalitie. In politiek Den Haag is niets gratis, dus de oppositiepartijen willen ook toezeggingen, soms ook op andere thema’s dan waarover ze in bespreking zijn met de regering. Een minderheidskabinet vergt stuurmanskunst van de premier, maar biedt ook oppositiepartijen de kans om op onderdelen het beleid te beïnvloeden.