OpinieCommentaar
De jaarwisseling vraagt om verantwoording aan de Schepper van de tijd
Terughalen kan niet, terugblikken wel. De drempel naar het nieuwe jaar leent zich daar bij uitstek voor. Als een afscheidsgroet naar het voorbije jaar kijken we achterom. We memoreren hoogte- en dieptepunten. We sommen op wat fout ging of anders moest. Vol goede voornemens begroeten we het nieuwe jaar. Maar zo gemakkelijk laten de sporen van het oude jaar zich niet uitwissen. Hoe zou God terugblikken op het voorbije jaar?

Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Commentaar
- Jaarwisseling
- Oud en nieuw
Hebt u een taalfout gezien? Mail naar redactie@rd.nl


Ieder heeft zo zijn eigen lens waarmee hij terugblikt op 2025. Oekraïners snakken naar vrede. De Joodse gemeenschap in Australië is in rouw. Cubanen ruimen puin na orkaan Melissa. Trump besluit de banden met Europa door te snijden. Jetten had verwacht dat hij al in het Torentje zou zitten. Utrechtse boeren vrezen voor de toekomst van hun bedrijf.
Velen blikken dankbaar terug: iemand slaagde voor een diploma, er was vreugde in het gezin, een medische behandeling had goede gevolgen, het lukte om een nieuwe baan te vinden of een huis te kopen. Bij anderen overheerst juist verdriet, persoonlijk of collectief: een verloren geliefde, kinderloosheid, misbruik, kerkpijn, kerkverlating, dreigende kerkscheuring.
De jaarwisseling is een goed moment om de balans op te maken. Oud en nieuw herinnert aan de Schepper, Die de tijd afbakende in jaren: de 365 dagen durende omwentelingen van de aarde om de zon. De balans opmaken is dus ook: rekenschap afleggen aan de Schepper van de tijd. Hoe zou God terugblikken op het achterliggende jaar?
Psalm 45: Het beste ligt in het verschiet
Een van de bekendste terugblikken in de christelijke literatuur is te vinden in de autobiografie van bisschop Augustinus. In zijn ”Belijdenissen” breekt hij zich het hoofd over tijd: tijd ontleent zijn bestaan aan het feit dat het ophoudt te zijn. „Kunnen we dan werkelijk zeggen dat de tijd er ís, wanneer het er alleen maar naar streeft níet te zijn?” De grote denker uit de vierde eeuw doet veel moeite om terug te blikken. Hij mijmert over zijn losbandig leven en de dwalingen van zijn jeugd. Hij smeekt zelfs om zich de zonden van zijn vroegste jeugd te kunnen herinneren.
Maar Augustinus weet ook van „kostbare druppels tijd”, als hij schrijft over de vermaning, bemoediging en leiding van God in zijn leven. Hij begint zijn ”Belijdenissen” met verwondering over Gods majesteit en belijdt zijn zonden. Hij verootmoedigt zich daarover in het besef dat God ze ziet, bij het terugblikken: „Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan?” Augustinus overdenkt zijn verleden in het licht van Gods wet en leert Christus kennen als Middelaar en Verlosser: „Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.”
Zo’n terugblik biedt een veilig geleide over de grenzen van de tijd heen.