BinnenlandInterview

Immuuntherapie verdrievoudigt overleving bij agressieve vorm van lymfeklierkanker

Immuuntherapie heeft gunstige effecten bij een agressieve vorm van lymfeklierkanker, vooral als patiënten géén chemotherapie krijgen. Dat blijkt uit internationaal onderzoek onder leiding van Amsterdam UMC. Toch is het de vraag of de behandeling in Nederland beschikbaar komt.

Rode en witte bloedcellen. 
Bij lymfeklierkanker gaan witte bloedcellen ongeremd delen in de lymfeklieren. beeld Getty Images

De therapie is onderzocht bij 42 patiënten met het syndroom van Richter. Deze zeldzame en agressieve kanker ontstaat wanneer een langzaam groeiende vorm van lymfeklierkanker door foutjes in het DNA verandert in een snelgroeiende, agressieve variant. De prognose is somber: de meeste patiënten overlijden binnen een jaar na de diagnose.

Patiënten die immuuntherapie krijgen, leven echter aanzienlijk langer: gemiddeld nog 27,5 maand. Bij sommigen blijft de ziekte zelfs volledig weg, zo blijkt uit de studie waarbij patiënten 38 maanden werden gevolgd. De publicatie verscheen begin deze week in vakblad The Lancet Haematology.

„Chemotherapie onderdrukt je afweersysteem, terwijl immuuntherapie juist draait om het activeren van je eigen afweer om kankercellen op te ruimen”

Arnon Kater, hematoloog bij Amsterdam UMC

Het effect is een stuk kleiner als patiënten eerst chemotherapie krijgen. Dat is niet verwonderlijk, zegt prof. Arnon Kater, hematoloog bij Amsterdam UMC en coördinator van de internationale studie. „Chemotherapie onderdrukt je afweersysteem, terwijl immuuntherapie juist draait om het activeren van je eigen afweer om kankercellen op te ruimen.”

Toch krijgen veel kankerpatiënten nog altijd eerst chemotherapie. Pas als deze behandeling onvoldoende aanslaat, komen andere therapieën in beeld. Volgens Kater verklaart dit waarom de effecten van immuuntherapie bij kanker tot nu toe vaak tegenvallen.

Man in witte labjas in een kantoor met op een plank boeken. 
Hematoloog prof. Arnon Kater. beeld Amsterdam UMC

Grijpertjes

Niet alle patiënten met het syndroom van Richter hebben baat bij de behandeling. Bij iets meer dan de helft van de patiënten die alleen immuuntherapie krijgen, zijn er na zes tot acht weken geen kankercellen meer te vinden in de lymfeklieren. Dat geldt ook voor 29 procent van de patiënten die eerst chemo’s krijgen. Bij de rest slaat de behandeling niet of nauwelijks aan.

Bij de behandeling krijgen patiënten een middel, epcoritamab, onder de huid geïnjecteerd. Epcoritamab bestaat uit antistoffen, een soort grijpertjes met twee armen. De ene arm bindt aan een kankercel, de andere aan een T-cel, een soort immuuncel. Daardoor wordt de T-cel geactiveerd en kan hij de kankercel gericht opruimen.

Ondanks de gunstige effecten kan het lang duren voordat het middel beschikbaar komt voor patiënten met het syndroom van Richter. Normaal gesproken is eerst groot vervolgonderzoek nodig voordat het Europees Medicijnagentschap een oordeel kan vellen. Kater: „Het probleem is dat het aantal patiënten te klein is om zo’n studie goed uit te voeren. Ook heeft de farmaceut die het geneesmiddel heeft ontwikkeld, geen plannen om een dergelijk kostbaar onderzoek op te zetten.”

Nauwelijks verbetering

Kater sluit niet uit dat het beschikbare bewijs voor Amerikaanse artsen wél voldoende is om het middel voor te schrijven. In tegenstelling tot Europa kunnen geneesmiddelen in de Verenigde Staten worden gebruikt zodra ze door de FDA zijn goedgekeurd voor een andere indicatie, mits beroepsrichtlijnen dat ondersteunen. In Europa moet een middel eerst officieel zijn goedgekeurd voor een specifieke aandoening. In Nederland komen daar bovendien nog langdurige prijsonderhandelingen bij tussen de overheid, verzekeraars en de fabrikant. Nederlandse patiënten zouden in theorie naar de Verenigde Staten kunnen uitwijken, maar dat is voor de meesten onhaalbaar. Bovendien is de behandeling peperduur.

Tot nu toe is er nauwelijks onderzoek gedaan naar het syndroom van Richter. Kater: „Mensen met deze aandoening worden vaak uitgesloten van onderzoek, juist omdat hun prognose zo slecht is en farmaceuten graag mooie effecten van een behandeling willen zien.”

De behandeling van het syndroom van Richter is de afgelopen dertig jaar daardoor nauwelijks verbeterd, stelt de hoogleraar. „Dit staat in schril contrast met de langzaam groeiende vorm van lymfeklierkanker en de ‘gewone’ agressieve vorm. Voor beide ziekten zijn de vooruitzichten de afgelopen jaren juist sterk verbeterd door nieuwe behandelingen en immuuntherapie.”